Urinoirs en Secreten

(Urinoirs en Secreten)

 

Urninoirs en Secreten:

Begin 19e eeuw was de overlast van de menselijke uitwerpselen behoorlijk groot. Onder andere de mooswiever zorgde voor behoorlijke overlast. ze droegen dikke rokken tot op de grond en als ze moesten plassen was het algemeen gebruik om wijdbeens te gaan staan en de urine zo de markt op te laten lopen. De stank was niet te harden, om over hygiëne nog maar niet te spreken. Het Heilige Geest steegje aan de Markt was een geliefde plasplek. Een gemeente raadslid dat in de buurt woonde, weigerde de woekerende brandnetels te laten verwijderen, uit angst dat de marktvrouwen er op hun hurken zouden kunnen gaan zitten om te poepen. Begin vorige eeuw was de overlast zo groot, dat besloten werd een ondergrondse openbaar toilet aan te leggen, aan de achterkant van het stadhuis. Maar dit was ook verre van ideaal. De ouderwetse poepdozen werden nauwelijks schoongemaakt en hadden in die tijd nog geen waterspoeling, zodat de boel al snel vervuilde. Bovendien was het ondergrondse hol een broeinest van allerlei zaken die het daglicht niet konden verdragen. Bij de bouw van Stadskantoor 1 en de ondergrondse tunnel vanuit dit gebouw naar het stadhuis werd het ondergrondse toilet afgebroken.

Behalve voor fonteinwater en brandbluswater diende de Waterleiding Exploitatie Maatschappij ook water te leveren voor ‘den openbaren dienst der gemeenten’. De gemeente stelde  zo de watertoevoer naar de publieke gebouwen van de gemeente veilig ‘met uitsluiting der openbare scholen  en van het Restauratiegebouw deel uitmakend van het Comediegebouw’. Daar moest voor leidingwater betaald worden. Belangrijker was, dat de gemeente zo ook de beschikking kreeg over water voor het besproeien van straten en plantsoenen en voor het doorspoelen van de publieke urinoirs en secreten.

De aanleg van publieke secreten ( zo heetten toentertijd toiletten) en urinoirs zagen gemeentelijke overheden als een belangrijkste eerste stap om een schone stad te creëren. Op deze wijze kon men voorkomen dat inwoners die geen beerput hadden, volhardden in de oude gewoonte om de inhoud van pispotten en poepdozen op straat te werpen. een bijkomend voordeel, waarvoor men juist in decennia gevoelig raakte, was dat zo minder menselijke ontlasting werd verspild en dus gered voor nuttig gebruik. Fecaliën hoorden op het land thuis als mest. Belgische steden, zoals Luik, kregen de roep zeer schoon te zijn door zulke openbare toiletten en door een goede vuilnisophaaldienst, waar vooral bejaarden voor werden ingezet.

Maastricht was in 1851 twaalf publieke privaten rijk. In 1869 waren er tien.  in 1884 negentien. Er kwamen ook publieke urinoirs. De gemeente plaatste aanvankelijk  urinoirs en privaten bij voorkeur op hoeken van niet al te drukke straten. Blijkbaar waren er nogal wat van dergelijke hoeken bij kerken. Vooral kerkbesturen klaagden over de stank. Veel urine vloeide gewoon vanuit het urinoir op straat. Urinoirs werden vaak oneigenlijk gebruikt, namelijk als privaat. De gemeenten spande zich bij het schoonhouden weinig in. De vereniging voor volksgezondheid onderzocht in 1882 de openbare privaten in Wyck en bevond ze in een afzichtelijke toestand.

Openbare privaten en urinoirs raakten langzaam in een kwade reuk. De urinoirs waren niet alleen een aanslag op de neus, maar ook op het oog. De burgerij van na 1850 was preutser dan voorgaande generaties. Het openbaar secreet was nog enigszins privaat. Het was immers een hokje, waarin men zich kon terugtrekken. De Maastrichtse urinoirs stonden echter vol in het zicht, Rond 1875 beginnen voorbijgangers en omwonende het hinderlijk te vinden, dat urinoirs niet van schermen waren voorzien. De vereniging voor volksgezondheid trok aan de bel en wees net enige nadruk erop, dat door het gebrek van afscheiding vooral vrouwen het slachtoffer waren van het gebrek aan (goede) publieke privaten.

Het ene aanstotend gevend  geachte urinoir na het andere verdween. In sommige grote steden gingen omwonende tot actie over en verwijderden de openbare toiletten. In Maastricht gebeurde het met stilzwijgend goedkeuring van het gemeentebestuur. Het plaatsen van een vaste politiepost bij elk urinoir om zo respect voor de gemeentelijke verordening af te dwingen, was ten enenmale onmogelijk. Nieuwe voorzieningen kwamen er niet. Het aantal urinoirs voldeed al in het midden van de eeuw niet aan de behoefte. In 1857 was de helft van de 44 overtredingen van de plaatselijke ‘Verordening op de Openbare Reinheid’ uit 1856 het gevolg van ‘wateren op straat buiten de daartoe bestemden bak of urinoirs’. Vooral rond 1880 noteerde de politie relatief veel overtredingen. Het aantal publieke urinoirs was zo sterk afgenomen, dat vragen in de gemeenteraad het gevolg waren.  “Kantonregter”  Coenegracht hoorde na 1880 vaak van verdachten, dat zij de gemeentelijke verordening wel moesten overtreden, omdat zij hun behoefte niet langer konden ophouden. De borden ‘verboden hier te wateren’, die op vier à vijf meter hoogte boven de grond waren opgehangen, werden eenvoudig genegeerd. Contre Coeur ging B&W  ermee akkoord weer urinoirs te plaatsen.

Het ging niet van harte, omdat volgens B&W een klein probleem voor een groot probleem werd ingewisseld. Hoe moest de gemeente  de urinoirs schoonhouden, zolang er geen waterleiding in Maastricht was. Eenmaal per dag reinigen was niet voldoende, driemaal was noodzakelijk. Daarvoor moest personeel worden aangetrokken, zelfs een heel gemeentelijke dienst opgericht. Het college geloofde weinig van de troost, dat ‘als men vrouwen aanstelt’ voor het reinigen van de urinoirs, dan zullen ze voor hetzelfde geld even goed tien urinoirs kunnen reinigen als vier.’ De gemeenteraad liet zich door het kostenargument niet ompraten. De nood was te hoog  en er kwamen weer urinoirs. De gemeente, die de zorg had voor het onderhoud huurde daar iemand voor het “schoonhouden van urinoirs, hoeken en gangen” in en kort nadien had Maastricht zijn 'menneke'. Zo kreeg Maastricht zijn eerste 'menneke pis' een 'exterieurverzorger' die eerder een sterke gelijkenis vertoonde met de klokkeluider van de Notre Dame dan met zijn ambtsvoorganger in Brussel. Hij liep van piesbak naar piesbak gewapend met bezem en emmer om deze te voorzien van een ander luchtje. Hij is verdwenen en bleef in functie in de gemeentelijke reinigingsdienst tot 1947 en zijn toen uit ons stadsbeeld verdwenen samen met de vele urinoirs.

De beslissing om een waterleiding aan te leggen was nauwelijks gevallen, of de stank van de publieke urinoirs werd ondraaglijker dan ooit. In 1886 was het bij de ‘restauratie’ van het stadspark niet uit te houden van de verpestende reuk. De stank was niet plotseling penetranter, maar men wist dat het geurprobleem oplosbaar was. De tolerantie was derhalve geringer. De gemeente vroeg de stadsingenieur met plannen te komen om de urinoirs beter door te spoelen. De gemeente sloeg een radicale koers in. Radicaal betekende het inzetten van massa’s water. Een verbazingwekkende  hoeveelheid water verdween in de gemeentelijke urinoirs. Tussen 1 september 1891 en eind augustus 1892 leverde de maatschappij 33.806 kubieke meter water aan de gemeente, acht procent  van de totale productie. Elf procent van het quantum voor de gemeente was verbruikt op het stadhuis en het spuitenhuis . Een fractie was verstrekt aan de armen. Zeventien procent ging op aan besproeiing van de straten en twaalf aan het doorspoelen van de riolen. Het verbruik in de openbare urinoirs was 20.300 kubieke meter, zestig procent van wat de gemeente kreeg men bijna vijf procent van al het in Maastricht opgepompte water. Waarschijnlijk had de gemeente gezorgd voor voortdurende spoeling.

Naor Bove

Ondergrondse toiletten op de markt

"altied dat gez.....!"

is een onderwerp, dat ook de Maastrichtenaar sterk tot de verbeelding spreekt en zelfs aanspoort tot poëzie dat blijkt wel uit dit versje:

Dit volksgedicht schijnt nogal erg oud te zijn en naar ik vermoed een beschrijving van een oud urinoir dat vroeger aan het begin van de Boschstraat zou hebben gestaan. Voor de mannelijke gasten een bevrijder in hoge nood en voor anderen wel eens een schuilplaats voor een eerste amoureuze ontmoeting.

Naast bescheiden ijzeren urinoirs kwamen er later enkele monumentaal ingebouwde urinoirs.  Verder waren er urinoirs onder het krantenkiosk aan de Servaasbrug  Het urinoir bij de schouwburg was te herkenbaar aan een gevelsteen met daarin gebeiteld  ‘ urinoir’ . Voor menig Maastrichtenaar was dat aanleiding om zich af te vragen “Aan welke historische figuur  wordt daarmee nu weer bewezen? ‘ Markt Boschstraat genoemd, een bovengronds carrousselachtig meesterstuk, welk na de komst van Minckelers werd vervangen door een bescheidener exemplaar en in de vijftiger jaren door een geprefabriceerd betonnen urinoir met als standplaats einde vismarkt.
Verder kende men als standplaats: Stationsplein (bij vroegere standplaats taxi's), Het Bat (ophaalbrug), Kesselskade (Hoenderstraat), Tongersestraat waarvan de opening leek op een sleutelgat naar een labyrint (tegenover de Patersbaan), Boschstraat (Bassin), Cörversplein, Koningskapel van de Sint Servaas, Looiersgracht (bij de ezel), Hertogsingel (Calvarieplein), Helmstraat (naast speelplaats vm. Gemeente H.B.S.), de 'ondergrondse' op de Markt achter het stadhuis, Koningin Emmaplein (in het midden terzijde van het vroegere tramspoor), Frankenstraat bij het Koningsplein, Hoogbrugstraat (Céramique), Biesenweg (Bassin) en het Cannerplein.
De enige die nog restte stond in het Monseigneur Nolenspark bij de Jekerbrug, doch deze werd enkele maanden na het plaatsen reeds gesloopt.
De gemeente onderkende de behoefte der Maastrichtse burgers niet en liet daarom in 1985 enkele futuristische toiletten plaatsen.
Deze Franse producten verzekerden de verblijver van een aangenaam verpozen voor een vaste prijs (twee kwartjes?) bij een bepaalde tijdsduur waarna de deur automatisch wordt ontgrendeld.

            
Boschstraat - Boschstraat -Stationsplein (1988)

Boschstraat

Naor Bove

Bron:  boek Loop naar de pomp, c.cillekens, j.vanden boogaard bpa gales, verhaal Altied dat Gezeik is geschreven door Jef Bastiaens en is eerder verschenen in Dagblad de Limburger onder de rubriek 'Mestreechs printebook'. Site: MestreechOnline, Versje Facebook, Foto Man Tongersestraat Pinterest LINK, Foto Pisbak Stationstraat, fotocollectie-GAM-14702-1988-stationsplein LINK, Foto Boschstraat-st.mathiaskerk Moorsmagazine LINK Foto Boschstraat (lsstste) LINK, collectie pissoirs Maastricht Moorsmagazine LINK.

eine terök