Staalwerken De Maas

(NV Maasstaal Industrie Maastricht)

 

Staalwerken De Maas Maastricht:

Maastricht is pakweg 150 jaar industriestad geweest. Tot de zware industrie behoort onder meer de buizenfabriek: NV Staalwerken de Maas. De fabriek stond in Bosscherveld. President Directeur Emiel Hubert van Oppen (1886-1965) zwaait er de scepter van 1925 tot zijn vertrek in 1965. In sociaal opzicht is hij zijn tijd ver vooruit.

Nog voordat er sprake was van rijksregelingen, hadden zijn werknemers recht op kinderbijslag en pensioen. Maar in andere opzichten gedroeg hij zich als een conservatieve, katholieke patriarch. Aan een van de fabrieksschoorstenen van de Staalwerken ‘De Maas’ straalde dag en nacht een drie meter hoog neonkruis en bij de ingang werd de bezoeker verwelkomd door een levensgroot Heilig-Hartbeeld. Van Oppen organiseerde bedevaarten naar Lourdes voor zijn personeel, sloot collectieve abonnementen op katholieke bladen af en hield nauwlettend in de gaten dat zijn werknemers katholiek georganiseerd waren. In al die dingen ging hij behoorlijk ver, zelfs naar Limburgse begrippen.

Emile Hubert van Oppen wordt op 13 september 1886 in Maastricht geboren als zoon van de fabrikant Ferdinand van Oppen en Maria Hubertina Stassen. In 1906 doet ‘Mielke’, amper twintig jaar oud, zijn intrede in de ijzergieterij van zijn vader,gelegen aan de Kommel. In 1910 neemt hij de leiding over, zodat zijn vader zich helemaal op zijn ambt van wethouder van openbare werken kan richten. De Maastrichtse ijzergieterij produceert keukengereedschap, haarden en kachels, pijpen en roosters, totdat de klad erin komt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In 1916 is het afgelopen met het bedrijf. De fabriek wordt afgebroken en het terrein verkocht aan de Zusters onder de Bogen. Emile volgt dan zijn vader en gaat in de politiek. In 1915 wordt hij in de gemeenteraad gekozen en is dan met zijn 29 jaar het jongste raadslid van Nederland. Van 1919-23 is hij wethouder openbare werken en als zodanig ook verantwoordelijk voor het gasbedrijf,de waterleiding, het busvervoer en andere gemeentebedrijven. In deze periode ondergaat Maastricht een aanzienlijke uitbreiding door de annexatie van Sint Pieter, Oud-Vroenhoven, Heugem en Limmel. Terug in de raad verzet Emile van Oppen zich tegen het plan om de Servaasbrug ten behoeve van de Maaskanalisatie te vervangen door een ijzeren constructie, waardoor hij recht tegenover zijn neef de burgemeester Leopold van Oppen komt te staan.

Tussen de politieke bedrijven door koestert Van Oppen zijn contacten met de wereld van de werkgevers. In 1915 staat hij aan de wieg van de Algemene R.K. Werkgeversvereniging en verkeert in de kringen van de leidende figuren van de roomse zuil, zoals minister Aalberse, Nolens en Romme. In 1925 wordt Van Oppen gevraagd directeur te worden van NV Staalwerken ‘De Maas’.  (In 1925 werd de bestaande fabriek aan het Bosscherveld uitgebreid met een grote, zeer lange fabriekshal voor de vervaardiging van stomp gelaste gas- en waterleidingsbuizen. De hal was circa 50 meter lang en 18 meter breed. Langs de bovenzijde bestonden de wanden uit glas in relatief smalle zettingen. De spanten voor het flauw hellend zadeldak kwamen uit Luik. Pas drie jaar na de voltooiing is de staalproductie in de hal ter hand genomen). Twee Akense industriëlen willen in Maastricht een walswerkbedrijf oprichten voor tramrails en ijzeren profielen. Zij zijn naar Zuid-Limburg uitgeweken, omdat hun eigen land in de jaren na de Eerste Wereldoorlog in chaos verkeert. Hij weet hen ervan te overtuigen dat er meer te verdienen is met stalen buizen. Als wethouder heeft hij ervaren dat gemeentelijke nutsbedrijven grote bedragen investeren in netwerken voor gas- en waterleiding. De buizenfabriek wordt gesitueerd in het Bosscherveld. De locatie is gunstig, maar de financiering is een lijdensweg. Met drie jaar vertraging vindt dan eindelijk op 5 september 1928 de feestelijke opening plaats. Al gauw echter belandt de nieuwkomer in een zware concurrentiestrijd met het ‘Röhrenverband GmbH’, het internationale buizenkartel in Düsseldorf. Overname door de concurrent is dan het enige redmiddel. Directeur Van Oppen mag blijven, maar wordt bij al zijn werkzaamheden gecontroleerd door gedelegeerd commissaris Dr. Linz. De Duitsers hebben dus een dikke vinger in de pap, temeer omdat ‘De Maas’ afhankelijk is van vaklieden uit Duitsland. Ook de staf van beambten bestaat voornamelijk uit Duitse ingenieurs. Aanvankelijk gaat het goed,maar dan begint het bedrijf de gevolgen van de crisis van de jaren dertig te merken. In 1935 bezwijkt het buizenkartel en komt ‘De Maas’ weer op eigen benen te staan. Het bedrijf blijkt echter niet bestand tegen de crisis. Gelukkig heeft Van Oppen goede contacten. Sinds 1923 is hij lid van Provinciale Staten voor de katholieke partij en zet hij zich in voor de industrialisering van Limburg. Minister Gelissen, lange tijd directeur van de PLEM, komt te hulp en neemt de ‘De Maas’ in bescherming tegen buitenlandse concurrenten. Hij wil hiermee voorkomen dat de enige buizenfabriek van Nederland verloren gaat. In 1939 komt er een einde aan de kritieke periode. Vanwege de dreigende oorlogstoestand ontstaat een run op de buizenmarkt. Maar al gauw krijgt de schaduwzijde van de oorlog de overhand. Voor de directie van ‘De Maas’ is het pijnlijk te ontdekken dat bijna alle Duitse werknemers zich tijdens de bezetting ontpoppen als fanatieke nationaal-socialisten. Met een meerderheid van de aandelen in Duitse handen is het bedrijf sowieso verdacht. Grootaandeelhouder Mannesmann dreigt met overplaatsing van de productie naar de buizenfabriek in Mülheim. De andere grote aandeelhouder van ‘De Maas’, de ‘Vereinigte Stahlwerke’, ziet echter niet graag dat de productie wordt overgeheveld naar de concurrent. Dit bedrijf schiet te hulp met als resultaat dat de Maastrichtse fabriek rechtstreeks orders krijgt van het ‘Reichswirtschaftsministerium’ in Berlijn. Deze ingreep redt de fabriek,maar na de oorlog wordt Van Oppen beschuldigd van industriële collaboratie. Na zes maanden voorarrest en vier maanden huisarrest wordt hij in februari 1946 buiten vervolging gesteld. Alsof hij nog niet genoeg gestraft is, wordt op 8 februari 1946 een bomaanslag gepleegd op zijn huis aan de Prins Bisschopsingel. De dader is nooit in de kraag gegrepen. In tegenstelling tot de directeur,komt de fabriek onbeschadigd uit de oorlog. Alle andere buizenfabrieken in Duitsland, België en Noord-Frankrijk zijn verwoest. Van Oppen pakt de leiding opnieuw op, een periode van voorspoed tegemoet. De stalen buizen worden geëxporteerd over de hele wereld, maar niet naar landen achter het IJzeren Gordijn.

Van Oppen wil geen zaken doen met communistische landen, omdat zij de christelijke godsdienst vervolgen. In 1951 neemt Van Oppen (de werklieden hebben het altijd over Mielke) het initiatief tot de oprichting van de stichting Mijn Eigen Huis. Dit bouwfonds stelt medewerkers van ‘De Staal’ in de gelegenheid  ziech ‘ne eige woening te koupe. Zo’n 280 werknemers profiteren hiervan in de periode 1951-1965. De huizen zijn nog overal in de stad te bewonderen. ( In 1954 zijn door Staalwerken "De Maas" in deze buurt aan het Holsteinbastion, Frederikbastion, de Vaubanstraat en Ravelijnstraat een groot aantal  woningen gebouwd, die werden voorzien van op gevelstenen gelijkende ornamenten). Ze hebben namelijk in de deuropening links tegen de muur een reliëf. Meestal staat Sint Eloy afgebeeld, de patroonheilige van de metaalwerkers. Met zijn sociale houding maakt Van Oppen naam en zorgt hij voor een grote binding van het personeel aan zijn onderneming.“Alle werknemers van ‘De Maas’ moeten kapitalisten zijn. Bezitsvorming houdt het rode gevaar op afstand”, aldus Van Oppen.

Er is echter veel concurrentie op de Internationale buizenmarkt. Vanaf 1961 komt ‘De Maas’ in de problemen. Er wordt nog geïnvesteerd in een tweede fabriek aan de Beatrixhaven, maar dat kan het tij niet keren. In mei 1965 treedt Van Oppen af en wordt opgevolgd door zijn zoon Willem. Op 19 augustus van datzelfde jaar overlijdt hij en wordt begraven op Sint Pieter. Met Staalwerken ‘De Maas’ gaat het vervolgens verder bergafwaarts. In 1966 wordt de fabriek in de Beatrixhaven verkocht en in 1969 gaat de onderneming gedwongen op in de Verenigde Buizen Fabrieken (VBF), een onderdeel van Hoogovens. In dat jaar verhuist ‘De Staal’ naar een nieuw fabriek in de Beatrixhaven. (nadat in 1965 de productie was gestaakt. Het terrein was nodig voor de aanleg van de Noorderbrug over de Maas in 1970). De fabriek in het Bosscherveld is er niet meer, maar het Heilig-Hartbeeld wel. Dat staat tegenwoordig voor de Sint-Hubertuskerk.

Nao Bove

Rechts naast de entreepartij bij kerk St.Hubertus in de Boschpoort bevindt zich een H.Hartbeeld van Charles Vos, afkomstig van Staalwerken "De Maas".

Gemaakt door Kunstenaar Charles Vos en geplaatst in 1935(oude locatie) 1968 (huidige locatie) is een vrijstaand object en het is van Frans Kalksteen en staat op een bakstenen sokkel, hij is 2.22 m x 0.80 m x 0.80 m (beeld), 1.60 m x 0.85 m x 0.85 m.

Opschrift:

PAX HUIC DOMUI (vrede zij dit huis) Christus is meer dan levensgroot ten voeten uit afgebeeld. Aan beide zijden zien we bij zijn voeten hoog opslaande golven. Christus draagt een lang gewaad. In het midden op zijn borst zien we de afbeelding van het Heilig hart. Zijn hoofd is naar rechts gedraaid. Hij houdt zijn rechterhand zegenend omhoog. Op zijn rechter schouder zit een duif. Zijn linker arm houdt hij strak langs zijn lichaam. Met zijn linker hand houdt hij enkele plooien van zijn mantel bij elkaar. De mantel is over zijn schouders en rechter arm gedrapeerd en valt in sierlijke plooien over zijn rug.

Achtergrond Informatie:

Dit kunstwerk werd door het personeel aangeboden aan N.V. Staalwerken "De Maas" ter gelegenheid van het tienjarig bestaan. Hiermee werd "De Maas" het eerste Nederlandse bedrijf dat werd toegewijd aan het H.Hart van Jezus. In januari 1968 werd het bedrijf opgeheven als zelfstandige onderneming. In dat jaar werd het beeld verplaatst naar de huidige locatie.

Borstbeeld Emile (Emielke) Van Oppen:

Gemaakt door Kunstenaar Wim van Hoorn en geplaatst in 1962 is een vrijstaand object en het beeld is van Brons en staat op een granieten sokkel, hij 1m hoog (beeld), 1.26 m hoog x 0.85 m diep x 0.20 m breed (sokkel).

 Opschrift: Voorkant: EMILE VAN OPPEN Achterkant: STICHTER N.V. STAALWERKEN DE MAAS UIT DANKBAARHEID VOOR ZIJN VOORUITSTREVEND SOCIAAL BELEID

 Borstbeeld van Emile van oppen, directeur en oprichter van Staalwerken aan de Maas. Beschrijving ter plekke Het beeld is in 1962 geplaatst naar aanleiding van de 75-e verjaardag van Emile van Oppen. Deze fabriek lag toen nog in Bosscherveld. Later is deze fabriek verhuisd naar de Beatrixhaven. De familie van Oppen wil dat het beeld verplaatst gaat worden naar de nieuwe locatie van de fabriek aan de Maas. Het borstbeeld stond tot 2009 bij de staalfabriek De Maas in de Beatrixhaven, maar werd dat jaar verplaatst naar de Boosten buurt in Boschpoort. Onthulling borstbeeld E. van Oppen (1886-1965) in het Boostencomplex. Wethouder Costongs naast de dochter van Emile van Oppen.

Nao Bove

Bron: Maaspost, Willibrord Rutten, Archief Staalwerken‘De Maas’, (SHCL). Literatuur: J.F.R. Philips, N.V. Staalwerken ‘De Maas’ (1963); J. Meihuizen, Noodzakelijk kwaad (2003); Historische Encyclopedie Maastricht Internet:GevelstenenMaastricht, ZichtopMaastricht, NAI, Kerkgebouwen in Limburg, Frerejean, Foto: W.A.Evelein, Frerejean

eine terök