St.Servaosbrögk

'De Aw'

(St.Servaasbrug)

 

Één van de meest  gefotografeerde plekjes in Maastricht is de St.Servaasbrug (St.Servaos Brögk) oftewel door de Maastrichtenaar  'De Aw' of 'Aw Brögk' (oude brug) genoemd. De Sint Servaasbrug is een brug uit de Romeinse Tijd. Door de brug gaf men de stad de naam, Mosae Trajectum. TRAIECTUM. In de volkstaal TRICHT.  Mosa ad Traiectum oftewel Weg over de Maas >> MAASTRICHT. Zo ontstond Maastricht. De brug is gebouwd op de plaats waar men vroeger droogvoets de Maas kon passeren. Tot in de vorige eeuw was dit de enige plek in het land waar de Maas overgestoken kon worden per brug.

Geschiedenis: Duizend jaar brug.   

Bij baggerwerkzaamheden in 1963 vond men een puindam in de Maas. De restdam van 80 meter lengte en 30 meter breed ligt nu nog in de Maas. Een houten brug op stenen pijlers. Er werden 200 gebeeldhouwde stenen opgehaald. Het hout werd onderzocht op leeftijd. Dit was 38 na Chr gekapt. Houten palen werden in de bodem geheid. Daaromheen werden zware stenen gestort. Dit waren stenen uit afbraak van graven en bouwsels.(Romeins) Rond de heipalen werden zware houten ramen aangebracht. Op deze fundamenten werden pijlers gezet en hierop kwam dan een houten dek te liggen. 

Toen de Romeinen zo’n vijftig jaar voor Christus hier in de buurt kwamen, was van een brug nog niets te bekennen. Wie had ze ook moeten bouwen? De mensen die hier woonde waren nog lang niet zo ver dat ze dat klaar zouden krijgen. Ze wiste echter wel waar ze door de Maas konden. Tegenover waar nu de Jodenstraat (Jäögstraot) ligt, hier was een ondiepe plaats en daar konden ze over als ze aan de andere kant wilde zijn. Die ondiepe plaats hebben de Romeinen natuurlijk ook gebruikt in het begin. Maar al snel, al in de eerste eeuw na Christus denkt men, hebben ze een brug gebouwd, iets verder naar het Zuiden, op de plaats waar nu het beeld van de Romeinse leeuw staat en destijds waar de stenen kinderen van Burgemeester Baeten Zaliger aan het knikkeren waren, tegenover de Eksterstraat.

naor bove

Die brug heeft het lang uitgehouden, tot in 1275!, het was een stenen brug en een houten overspanning en ze ruste op palen met een ijzeren punt, die in de bodem waren gedreven. Ze zal in de loop van al die eeuwen wel de nodige malen ‘gerestaureerd’ zijn, maar ze hield pin.

In 1139 gaf de aankomende Keizer van Duitsland, Koenraad III, die hier de baas was, de brug aan het Kapittel van de Servaaskerk. Dat vonden de Kanukken wel goed, want dat bracht tolgeld op. Echter de Bisschop van Luik was kwaad, dit omdat hij allang het recht van tolheffing in Maastricht had. In de dertiende eeuw is hij dan ook verscheidene malen naar Maastricht gekomen en dan moest de brug het ontgelden. Maar iedere keer moesten de burgers haar dan ook  weer repareren, want men kon haar niet missen. De grote handelsweg van Boulogne Sur Mer, de haven van Engeland, en de stad Köln aan de Rijn liep over de brug!

Toen in 1229 de Bisschop weer eens had huisgehouden, heeft de Keizer aan de stad het recht ( en de plicht!) gegeven om met stenen muur en poorten en grachten zich te beschermen. Onze vesting hebben we dus te ‘danken’ aan de Bisschop van Luik!

In 1274 bevestigde Keizer Rudolf van Habsburg nog eens het Kapittel van Sint Servaas in zijn rechten op de Maasbrug en bepaalde dat de reparaties van de Brug niet meer mochten kosten als de tolrechte opbrachten. De Magistraat en de Gemeenteraad moest zo nodig maar bijspringen. Men moet respect hebben voor de Kanukken die zo ver vooruit konden kijken! Immers een jaar later, in 1275 zakte de brug in elkaar.

Over de ramp bestaan verschillende lezingen;

Uit het archief van het Servaaskapittel is de volgende: op 12 juli 1275 trok de processie van de Slevrouwekerk over de brug. Daar kon de brug niet tegen, ze begaf het en 400 mensen bleven dood. Dit verhaal is uit 1284, kort naar het ongeluk dus, vermoedelijk is het dus de juiste versie.

 

Uit de 15e of 16e eeuw is het volgende versje, wat met een houtsnijwerk staat in het:

‘Liber Chronicarum Norimbergae van 1493,

Idt Schach ook tho Traiectum up der Mase  

etlike Narinen und ander Dwase

dantzeden op einer Brugge zeer vast

de Brugge brack entzwei mit der Hast

twee hondert Minschen bleven der dodt

verdrunken sus in sere bitter Nodt.

 

Volgens deze lezing was het vastelaovend (carnaval), hoe dan ook de brug was kapot en moest gemaakt worden. Maar wie moest dat betalen? Niet het Kapittel! want die hadden geen geld.

Toen heeft de Gemeente besloten om een nieuwe brug te laten bouwen, nu iets verder naar het Noorden.

 

Dat is nu ‘Us Aw Brögk’.

De brug werd gebouwd tussen 1280 en 1298 in opdracht van het Kapittel van Sint Servaas ter vervanging van de in 1275 ingestorte eerste Romeinse brug. Oorspronkelijk telde ze negen stenen bogen en een houten overspanning aan de Wyckse zijde, die in geval van een belegering snel ontmanteld kon worden. Omstreeks 1640 werd de eerste boog aan de westzijde, die geheel droog was komen te staan door de veranderde stroming van de Maas, dichtgemetseld en opgenomen in de nieuwe kademuur. Hierdoor bleven er nog maar acht stenen bogen over. Tijdens de aanleg van het kanaal Luik-Maastricht in 1850 kwam deze oude boog weer tevoorschijn om vervolgens gedeeltelijk afgebroken te worden.

Toen in 1925 werd begonnen met de kanalisatie van de Maas en de aanleg van het Julianakanaal, bleek de oude brug overbodig. Een waterstaatkundig rapport wees uit dat ze in een slechte staat verkeerde, de doorvaarthoogte en breedte waren te gering en vormde een belemmering voor het snel groeiende scheepvaartverkeer. Bovendien was er bij hoog water sprake van een gevaarlijke stuwing van wel 15 centimeter, voor Rijkswaterstaat een reden te meer om tot sloop over te gaan.

(Tussen 1930 en 1932 werd de Wilhelminabrug gebouwd; toen pas kreeg de oude brug zijn naam St.Servaasbrug).

 In overeenstemming werd besloten om aan de Wyckerkant bij de oude brug de vaargeul te verbreden en van een nieuwe overbrugging te voorzien. In juni 1932 werden de eerste ellipsvormige en de tweede halfronde boog van de brug opgeblazen. Dit was de eerste drastische ingreep in de historische constructie van de brug.
De zeer verwaarloosd en zwakke brug werd op een nauwkeurige, maar drastische wijze gerestaureerd. Alle bekledende stenen werden van de muren afgehaald, genummerd, gefotografeerd en gecontroleerd op sterkte. Het wegdek werd geheel verwijderd. De vulling tussen de bogen, boven de pijlers, en grotendeels van de pijlers zelf werd geheel vernieuwd met gewapend beton. Een gewelf moest zelfs in zijn geheel in nieuwe hardsteen worden opgetrokken. De gerestaureerde brug werd in feite een vrij getrouwe kopie van de originele, versterkt met beton en bekleed met nieuwe en oude natuurstenen.
In maart 1932 ontstond tussen Bremer en de Commissie voor de Monumentenzorg een discussie over de keuze van de vervangende natuursteen. Bremer had als esthetisch bezwaar tegen toepassing van de voorgestelde steensoorten dat zij in nieuwe toestand te veel in kleur zouden verschillen van de verweerde en verkleurde oude stenen. De Commissie was het niet eens met Bremer. Eigenlijk ging het alleen om geldbesparing. Voor de brug werden dus goedkope Belgische stenen ingekocht.
Op 2 oktober 1932 verscheen een boos en scherp artikel van ingenieur W.A. van Konijnenburg over, wat hij noemde, '[k]waadwillige monumentenvernieling'. Hij bekritiseerde Rijkswaterstaat omdat het, volgens hem, leek alsof de restauratie aan vandalen werd op gedragen. Hij eiste bij de restauratie van de brug de betrokkenheid van het Rijksbureau voor Monumentenzorg. J. Kalf, directeur van het Rijksbureau voor de Monumentenzorg verdedigde in dezelfde krant de handelingen van Rijkswaterstaat, dat voor de esthetische verzorging door Bremer was bijgestaan. Toch schreef Kalf daarna, om zichzelf in te dekken, in een brief aan de directeur A.A.H.W. König van Waterstaat in Limburg dat, hoewel hij en de leden van de Commissie Bremers schetsplannen hadden gezien en goedgekeurd, de Monumentencommissie van de plannen van Bremer als zodanig nimmer in kennis was gesteld.
De restauratie van de Oude Brug werd het resultaat van een bijzonder stroef lopende samenwerking tussen König, Bremer en Kalf. Bremer moet zeker niet tevreden zijn geweest over de hele gang van zaken. Dit bewijst het feit dat hij geen enkel geschreven woord aan de restauratie van de brug spendeerde.
De brug kwam op 22 augustus 1933 gereed en werd op 20 november van hetzelfde jaar geopend. In maart 1932 kreeg de brug, ter herinnering aan de beschermheilige van de stad, de naam Sint-Servaasbrug. Er werden toen beeldhouwwerken van C.H.M. Vos (1888-1954), H. Rehm (1908-1970) en D. Bus (1907-1978 ) geplaatst, respectievelijk beelden van Hendrik van Veldeke en Sint Servaas, negen koppen en reliëfs.
Tijde
ns de Tweede Wereldoorlog werd de brug zwaar beschadigd en zij is hersteld in 1946-1947.


Weetjes:
In 1837 werd het wachthuisje op de achtste boog verwijderd en werd de stenen borstwering vervangen door een hekwerk. Dit gietijzeren hekwerk werd in 1932 vervangen door een stenen borstwering. enkele fragmenten van dit gietijzeren hekwerk is nog her en der in de stad terug te vinden. MEER HIEROVER WETEN KLIK HIER!!

 

In 1895 werd ter ere van het bezoek van Koningin de brug versierd met een 'stadspoort'

 

De brug is gemaakt van Namense steen met uit 1932 daterende stalen brugdeel die als onderdeel van de historische brug en die om het scheepverkeer mogelijk te maken in 1962 beweegbaar deel als tafelbrug is uitgevoerd. 

Tussen 1930 en 1932 werd de Wilhelminabrug gebouwd; toen pas kreeg de oude brug zijn naam St.Servaasbrug.

naor bove

En dan nog dit: De tiende boog van de Servaasbrug is de achtste.

De zogenaamde "tiende boog" van de Servaasbrug was de laatste tijd volop in het nieuws.
Na een lange periode van technisch onderzoek, na nog langduriger ambtelijk overleg, na de aanleg van een noodbrug, na de jammerlijk mislukte poging van gemeente en politie om het brom- en fietsverbod te handhaven, en de ludieke actie van de houder van de krantenkiosk op de Servaasbrug om geld in te zamelen, schijnt er nu eindelijk een besluit te komen met betrekking tot de restauratie van de "tiende boog" en de "flaneerpromenade" langs de Maas.

We spreken altijd over de "tiende boog".
Maar hebt u de stenen bogen van de Servaasbrug wel eens geteld ?
Het zijn er slechts zeven – de lelijke ijzeren overspanning tellen we natuurlijk niet mee.
De "tiende boog" is dan ook hoogstens de achtste.
Hoe komt het dat we toch spreken over de "tiende boog" ?
De Servaasbrug, – die toen nog geen Servaasbrug heette, want het was de enige brug van Maastricht –, is gebouwd van 1280 tot 1298. De brug bestond uit negen stenen bogen, en een houten boog aan de Wycker kant, die in geval van oorlog snel afgebroken kon worden, om de vijand de weg te versperren.
Dus in totaal tien bogen.

Maar hoe komt het dan dat op oude tekeningen, zoals die van Jan de Beyer van circa 1740, slechts acht stenen bogen te zien zijn ?
Dat komt omdat in de 17e eeuw de eerste boog aan Maastrichtse zijde (de huidige "tiende boog") is dichtgemetseld.
De stroom van de Maas had zich in de loop der eeuwen geleidelijk in de richting van Wyck verplaatst, en de boog aan de Maastrichtse kant was gewoon dichtgeslibd.
Bleven dus over: acht stenen bogen en de houten overspanning.
Deze acht bogen werden tussen 1683 en 1716 stuk voor stuk gerestaureerd, de eerste boog aan Maastrichtse zijde door de Vlaamse pater Franciscus Romanus, van het klooster van de dominicanen in Maastricht.
Deze priester-architect ging later naar Frankrijk, waar hij o.a. de Pont Royal in Parijs bouwde.

De houten boog aan de Wycker kant werd in 1827 vervangen door een stenen boog, de zogenaamde "lange boog". Deze was "opblaasbaar": er werden "mijn-ovens" in aangebracht, zodat de boog in geval van oorlog opgeblazen kon worden, om een eventuele vijand de weg te versperren.
Nu had de brug dus negen stenen bogen.
Maar omdat met de aanleg van de stuw bij Borgharen en de verhoging van het peil van de Maas, de rivier geschikt gemaakt werd voor de scheepvaart, moest de vaargeul worden verbreed.
Rijkswaterstaat heeft van 1932 tot 1934 een "restauratie" van de Servaasbrug uitgevoerd, waarbij de "lange boog" uit 1827 en de achtste boog van 1716 verdwenen (met dynamiet opgeblazen), en vervangen werden door de huidige lelijke ijzeren overspanning.
Zodoende telt de Servaasbrug nu nog maar zeven stenen bogen, en is de tiende boog eigenlijk de achtste, of de eerste, het is maar hoe u telt.

De brug werd gebouwd tussen 1280 en 1298 in opdracht van het Kapittel van Sint Servaas ter vervanging van de in 1275 ingestorte eerste Romeinse brug. Oorspronkelijk telde ze negen stenen bogen en een houten overspanning aan de Wyckse zijde, die in geval van een belegering snel ontmanteld kon worden. Omstreeks 1640 werd de eerste boog aan de westzijde, die geheel droog was komen te staan door de veranderde stroming van de Maas, dichtgemetseld en opgenomen in de nieuwe kademuur. Hierdoor bleven er nog maar acht stenen bogen over. Tijdens de aanleg van het kanaal Luik-Maastricht in 1850 kwam deze oude boog weer tevoorschijn om vervolgens gedeeltelijk te worden afgebroken .

naor bove

Meer over de Servatiusbrug van Maastricht vindt u onder Wist Geer Dat 'Links Rijden' en onder 'Verboden stil te staan'. Klik op naam.

Bron: Gemeente Stad Maastricht, dr Titus Panhuysen (Boek de Maas over) Pol Brounts. Dichter en schrijver van ‘eus Mestreechs’

Foto: kleur John Kerkhofs en  Zwartwit internet.

eine terök