Historie Dörp Hier

(Historie Dorp Heer)

 

HEER:

Historie - st. Antoniusbank of 't Gehuuch

Door Fons Meijers

De stichting van Sint-Antoniusbank vindt zijn oorsprong in de verering van Sint Antonius Abt, die werd aanbeden ter genezing van de gevreesde vuurziekte (het ‘Antoniusvuur'). De naar deze heilige genoemde kloosterorde van de Antonieten had zich toegelegd op de verpleging van lijders aan deze ziekte. Deze kloosterorde ontving aanzienlijke aalmoezen en schenkingen die het haar mogelijk maakten in vele landen van Europa kloosters en hospitalen te stichten.

Ook in het graafschap Vroenhof bij Maastricht kregen de Antonieten van een ridder Willem een aan Sint Antonius gewijde kapel, die niet veel later kon worden vervangen door een kerk met een hospitaal. Zoals bij de andere kloosters van de Antonieten werd ook in Maastricht door een broederschap van ‘mensen met aanzien' een commanderie ingesteld. Deze droeg bij tot het verwerven van schenkingen en het beheer daarvan.

Doordat ook in Maastricht en omgeving de vrees voor het 'Antoniusvuur' groot was en het geloof in Sint Antonius Abt niet minder groot, werden navenant schenkingen gedaan aan de Antonieten. Een van die schenkingen was het grondgebied bij Bemelen, waar Sint Antoniusbank is gesticht.

Dorpstraat RKHSV Heer Barokkenstraat

1381

Wanneer de Antonieten van Maastricht het grondgebied hebben verkregen waar Sint Antoniusbank is gesticht, is niet bekend. Wel weten we dat op dat grondstuk een gebouw heeft gestaan, dat tot 1381 tot het land van Valkenburg behoorde, maar daarna van dit land werd afgescheiden. Mogelijk is dit ook het jaar geweest dat het grondstuk met het gebouw in het bezit is gekomen van de Commanderie van de Antonieten. In de stukken uit 1381 heet dit gebouw ‘het kasteel van de Wolff'.

Uit latere stukken blijkt dat Sint Antoniusbank een rijksheerlijkheid is geworden. Dat zou kunnen betekenen dat, al direct na de afscheiding van het land van Valkenburg, het gebiedje ‘Sint Antoniusbank' rechtstreeks onder de toenmalige vorst van het Heilig Roomse Rijk is komen te vallen en dat deze het in leen heeft gegeven aan de Commanderie van de Antonieten van Maastricht. De commandeur van de Antonieten in Maastricht zal dan de heer van deze heerlijkheid zijn geworden.

Uit de naam Antoniusbank (bank van de Antonieten) valt af te leiden dat deze nederzetting een ‘vrije rijksheerlijkheid' is geweest. De toevoeging ‘bank' aan de plaatsnaam verwijst namelijk naar ‘rechtbank' en dat betekent waarschijnlijk dat de Antonieten niet alleen werden beleend met het land (de 'grondheerlijke rechten') van dit gebied, maar tevens mochten recht spreken over de inwoners.

Als heer van de heerlijkheid stelden de Antonieten ook de schout (hoogste rechterlijke ambtenaar) en schepenen (rechters) aan.

1408

Het ‘kasteel van de Wolff' kreeg later de naam van de bewoners: kasteel Scheyffart van den Vels of ook wel Velsen Hoff of Scheyffartshuis.

In 1408 is door de Luikenaren een kasteel ‘te Bemelen' verwoest, dat waarschijnlijk het Scheyffartshuis is geweest. Mogelijk hebben de Luikenaren, na een vergeefse belegering van de stad Maastricht, hun woede gekoeld op de kastelen die rondom de stad lagen.

De Luikenaren hadden Maastricht al enkele keren belegerd, omdat de Luikse bisschop Jan van Beieren een toevlucht had gezocht in deze stad. Deze bisschop kon de vrede met zijn vrijheid minnende burgers niet bewaren.

1416

Uit een akte uit 1416, waar staat geschreven "Wyr Scheyffart van den Vels, schout van Bemelen,....", blijkt dat de bewoner van het Scheyffartshuis in die tijd tot schout in Bemelen was aangesteld. Later noemden de bewoners van het kasteel Scheyffart van den Vels zich ‘heren van Bemelen'.

Het Scheyffartshuis heeft gestaan op het huidige adres Sint Antoniusbank 10 (boerderij Andrien).

1424 en 1427

In 1424 en in 1427 heeft het kapittel van O.L.Vrouw van Maastricht de tienden te Bemelen verpacht aan Johannes Scheyfarts de Vels. Beide aktes van verpachting zijn in het bezit van het Rijksarchief in Maastricht.

De boeren van Bemelen betaalden belasting aan het kapittel van O.L. Vrouw te Maastricht als heer van de heerlijkheid Bemelen. Ze deden dat in de vorm van tien procent van de oogst op hun velden. Vandaar de naam tienden.

De tiende werd verpacht aan de zogenaamde tiendsteker. In dit geval was dat Johannes Scheyffarts de Vels; de bewoner van het ‘Scheyffartshuis'.

1480

In 1480 kwam een deel van het huis Scheyffart van den Vels in particulier bezit. Het andere deel bleef de residentie van de Commanderij der Antonieten.

1489

In 1489 werd het Scheyffartshuis verwoest door burgers uit Maastricht, omdat in dit huis zich vijanden van de stad ophielden. Deze vijanden waren de Luikenaren die tegen de bisschop van Luik in opstand waren gekomen en die vanuit het Scheyffartshuis rooftochten ondernamen richting Maastricht.

De sporen van de door de Maastrichtenaren in 1489 aangebrachte vernielingen aan de gebouwen van het Scheyffartshuis zijn nu nog te zien in het weiland aan de westzijde van de huidige hoeve. Daar is nog het onderste muurwerk van een vierkante toren met een draaiput te zien. Dat zouden de overblijfselen kunnen zijn van de oorspronkelijke middeleeuwse versterking.

Na 1489

Door Libert van Hulsberg is het Scheyffartshuis na 1489 weer opgebouwd, maar eerder in de trant van een boerderij dan van een landhuis of kasteel. Na de dood van Van Hulsberg werd het bewoond door zijn zwager Hendrik Huyn van Amstenrade en in 1537 door Wolter van Hoensbroeck. Deze laatste was de echtgenoot van Mathilda Huyn van Amstenrade, weduwe van Libert van Hulsberg.

De geslachten Van Amstenrade en Van Hoensbroeck waren invloedrijke adellijke families in onze streken. Het geslacht Van Hoensbroeck bezat in de zeventiende eeuw ook het kasteel Groot Blankenberg; vanaf 1644 zetel van de heerlijkheid Cadier.

1500

Al in 1500 was er een probleem met de grens tussen de heerlijkheid Sint Antoniusbank en de heerlijkheid Heer en Keer. De reden hiervoor was dat er stukken grond op het grondgebied van Heer lagen, die onder het rechtsgebied van Sint Antoniusbank vielen.

Het ging om een stuk grond van Ghiel Geldoffs dat door de schepenen van Sint Antoniusbank was toegewezen aan Janus van der Newerstadt, rentmeester van het godshuis van St. Antonius te Maastricht. Maar voordat de nieuwe eigenaar in het formele bezit van dit stuk grond kon komen, moest het (op 2 april 1500) nog eens door de schepenen van Heer worden bevestigd.

1506

Naast het Scheyffartshuis is ook de hoeve Sint Antoniusbank een historisch belangrijk gebouw. Wanneer en door wie deze hoeve is gebouwd, is niet bekend. Wel weten we dat ze in 1506 in bezit was van Jean le Berlier, die in 1507, 1510 en 1516 burgemeester van de stad Luik was. Dit blijkt uit een inventarisatie uit 1925 door rijksarchivaris dr. Goossens. Tot 1664 is deze hoeve in bezit gebleven van de familie Le Berlier.

De hoeve Sint Antoniusbank (nu Sint Antoniusbank 27) is een hoeve met herenhuis om een gesloten binnenplaats. Het herenhuis is in zijn huidige vorm uit de negentiende eeuw. Verdere gebouwen van het complex zijn uit 1789.

1566

In 1566 draagt Wolter van Hoensbroeck het bezit van het Scheyffartshuis door testament over aan Anna van Ellerhorn, (ex-echtgenote van Huyn van Amstenrade) die was getrouwd met Gerard van Eys-Beusdael. Voortaan zou het huis Beusdaelshof heten.

1578

In 1578 wordt het Beusdalshof bewoond door Jean van Colin-Beusdael en blijft het in bezit van deze familie tot in de tweede helft van de 18e eeuw.

 1581

In 1581 is sprake van een grenssteen, genaamd de St. Antoniussteen, tussen de landen van de heren van Den Biessen en Sint Antoniusbank.

16e/ 17e eeuw

Het beeld van Sint Antonius dat tijdens de Antoniusvieringen op 17 januari elk jaar in de kerk van Bemelen wordt geplaatst stamt uit de 16e/17e eeuw. Dit beeld werd rond 1950 uitgeleend aan het Bonnefantenmuseum, maar is in 1997 grondig gerestaureerd en teruggebracht naar Bemelen. Aan de voeten van het beeld van Sint Antonius staat een varken. Dat is omdat vanuit de Middeleeuwen deze heilige bekend staat als ‘Sint-Antonius-van-het-Varken'. De heilige werd door de varkensboeren dan ook extra hoog in ere gehouden.

Tot in 1959 zouden in Bemelen tijdens de Antoniusvieringen nog bij opbod varkenskoppen zijn verkocht.

1655

Omstreeks 1655 is een kaart gemaakt van Sint Antoniusbank, met de aangrenzende gebieden; te weten een ‘deel van de banck van Heer' en een ‘deel van de banck van Wyler' aan de ene kant en een deel van ‘Onse L. Vrouwenbanck' van Bemelen aan de andere kant. Aan het einde van de ‘Stegge dalende van Keer naar Beemelen' ligt de Velsenhof. Verderop ligt het ‘huys van Berlier'. Een kopie van deze kaart, die wordt bewaard op het Rijksarchief te Maastricht, is bijgevoegd.

1655

De laatste van de familie Berlier, die eigenaar was van de hoeve Sint Antoniusbank, was Eustachius le Berlier (1619-1664). Deze was gehuwd met Anna van Rave van Amby.

Boven de poort van de hoeve Sint Antoniusbank bevinden zich hun beider wapens met het advies: NIHIL ADMIRARI (‘verbaas je nergens over') en het jaartal 1655.

1664

In 1664 kwam de hoeve Sint Antoniusbank in het bezit van Johannes de Selys; de schoonbroer van Eustachius le Berlier. Tot 1751 bleef de familie de Selys eigenaar van deze hoeve.

1750

De Beusdaelshof (voormalige Scheyffartshuis) was in 1750 in het bezit van Adolf Baron van Colin van Beusdael. Nadat deze in 1755 was overleden kwam ze in bezit van Frans Joseph Baron van Stockem van Mean.

Baron Van Stockem van Mean heeft de Beusdalshof in 1775 verbouwd, zoals kan worden afgeleid uit de jaartalankers die in het gebouw zijn aangebracht. Deze zijn nu nog te zien.

1783

Bij de opheffing van de Antonietenorde in 1783 werden alle bezittingen van de Commanderie verenigd met die van de kerk van O.L. Vrouw te Maastricht; de vier geprofeste antonieten werden kanunnik van het kapittel van die kerk.

1795

Gerardus L'Herminotte, koopman, verkreeg de hoeve Sint Antoniusbank door aankoop en bezat in de tijd van de Franse Revolutie nog het hele goed. Daarna ging het over aan zijn schoonzoon Mathias Soiron, bouwmeester van Maastricht, en vervolgens weer aan diens schoonzoon de oud controleur Hollman. Zijn dochter Francisca Hollman verkreeg de hoeve bij scheiding op 30 november 1875. Zij verkocht ze weer op 4 april 1881 aan de gezusters Maria Theresia en Barbara Pirenne. Tegen de westelijke muur van de kerk van Bemelen bevindt zich nog het familiegraf waarin onder meer Matthias Soiron (in 1834) en zijn echtgenote Sophia Elisabeth L'Herminotte (in 1838) zijn begraven

1796

Uit een in 1796 vervaardigde bevolkingslijst blijkt dat er in dat jaar in Sint Antoniusbank op de Beusdalshof nog een kluizenaar woonde. Het was de 72-jarige Johannes Bucker.

1799

In 1799 komt Sint Antoniusbank bij de gemeente Heer en Keer. Ofschoon de woningen van Sint Antoniusbank als het ware in Bemelen liggen, heeft het nooit bij Bemelen gehoord. Verschillende toenmalige eigenaren van percelen grond in Sint Antoniusbank zijn er de oorzaak van dat dit gehucht in 1799 bij Heer en Keer is gekomen. Zij wilden bij deze gemeente behoren om gebruik te kunnen blijven maken van de gemeenteweide van de Mettenberg die al eerder (1794-1795) bij Heer en Keer was gekomen. De grenzen die tot de Franse tijd niet duidelijk waren, werden nu tot in detail vastgelegd.

1820

Sint Antoniusbank, dat in de volksmond ‘t gehuuch' heette, telde in 1820 7 huizen met 35 inwoners (14 weerbare mannen, 12 vrouwen en 9 kinderen). De veestapel bestond in dat jaar uit 12 paarden, 19 ossen en koeien, 120 schapen en 20 varkens.

1828

Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1828 is Sint Antoniusbank met Keer afgescheiden van de toenmalige gemeente Heer en is het met Cadier verenigd in de nieuwe gemeente Cadier en Keer.

 In 1827 hebben inwoners van Keer aan Gedeputeerde Staten van Limburg verzocht om bij Cadier te worden gevoegd. De raad van Heer kon daarmee instemmen, maar was wel van mening dat St. Antoniusbank bij Bemelen gevoegd zou moeten worden. Doordat men zich op de kadastrale kaart niet goed kon oriënteren, besloot men om de grenzen ter plaatse te gaan onderzoeken. Het resultaat van dit onderzoek was dat Sint Antoniusbank maar voor een klein deel bij Heer bleef en grotendeels bij Cadier en Keer kwam.

1840

In de ‘nasleep' van de herindeling van 1828 werd op 6 februari 1840 vastgelegd dat Keer en St. Anthoniusbank nooit enige aanspraak zouden kunnen maken op de kerk en de pastorie van Heer, de ‘tuinvelden' en alle andere goederen van de kerkfabriek. Uit het gedeelte van de schaapsweide (Keerderberg) dat aan Keer en Sint Antoniusbank werd toegewezen, zou aan de voet van de berg aan de zijde van Heer een weg van 4 ellen gemaakt worden voor veedrift ten behoeve van de inwoners van Heer.

1852

Graaf van Aspremont-Lijnden, die de Beusdaelshof had geërfd van Baron van Stockem van Mean, verkocht deze in 1852 aan Thomas Leessens. Deze laatste was burgemeester van Bemelen van 1831 tot 1865.

1857

In 1857 werd door het college van Burgemeester en Wethouders van Cadier en Keer nog toestemming verleend aan Thomas Leessens een ‘brikkenoven' te plaatsen in zijn tuin in Sint Antoniusbank.

1859

Burgemeester Leessens liet in 1859 de gebouwen van de Beusdalshoeve, behalve de schuur, slopen en verpachtte de goederen onder de boeren. In 1884 was hij nog in het bezit van de gronden. De huidige gebouwen van de Beusdalshoeve bestaan uit een boerderij met veestallen en een woning. Ze zijn voor een deel aangewezen tot rijksmonument.

Oude Kerkstraat Heer Kruispunt Heer Rijksweg Heer
Noa Bove

Geraadpleegde Literatuur:

Van de Venne, J.M.:Geschiedenis van Heer. 1957

Hackeng, Rolf; Het Middeleeuws grondbezit van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn. 2006

Heemkunde Bemelen: De Geschiedenis van Bemelen. (gebaseerd op teksten van J. van Gils)

Meertens Instituut Amsterdam: Bedevaartplaatsen in Nederland: Sint Antonius Abt Bemelen.

Stichting Limburgse kastelen: Scheyffartshuis Sint Antoniusbank.

Stichting Limburgse kastelen: Sint Antoniusbank Bemelen.

De grotten in Bemelen; naar H. Hilligers.

Felder, P.J. (Sjeuf) :Delfstoffen in Cadier en Keer. 2001

Haesen, Lei: De schande van de weg. Keerder Kroniek IV, nr 2

Haesen, Lei: Van boerendorp tot forensenplaats. Keerder Kroniek VII, nr 2

Haesen, Lei: Een stoomtram tufte langs Keer; Keerder Kroniek I, nr 4

Haesen, Lei: Grotten boden veilig en knus(?) onderkomen. Keerder Kroniek I, nr 2

Purnot, Jo: Een eigen hutje in de grot; Keerder Kroniek. III, nr 1

Wikipedia: De Orde van Antonianen.

Wikipedia; De Commanderij van Antonianen in Maastricht

Waterpomp Heer ca 1922 (mevr. Schurgers)

Heerder Stadhuis

Heerder Optocht Dorpstraat 1909 geboorte prinses Juliana (mevr.Schurgers)

Of deze verklaring geplukt van het internet:

 

De schepenen van Heer hebben bemoeienis gehad met de St. Anthoniusbank, die van 1794 tot 1828 tot de gemeente Heer heeft behoord en thans deel uitmaakt van de gemeente Cadier en Keer. De St. Anthoniusbank had een eigen justitie, vermoedelijk met hoge-, middelbare- en lagere jurisdictie. Enkele malen hebben echter de schepenen van Heer immissie (=het recht van formele in het bezit stellen in vaste goederen) verleend in goederen welke wellicht tot de jurisdictie van de St. Anthoniusbank behoorden, doch op Heers grondgebied lagen (als enclaves ?). Dit gebeurde o.a. op 2 april 1500, zoals de rolle van Heer vermeldt, toen de Heers schepenen, nadat door die van de St. Anthoniusbank een stuk grond van Ghiel Geldollfs was toegewezen aan Janus van der Newerstadt als rentmeester van het godshuis van St. Antonis te Maastricht, deze laatste in het formele bezit ervan stelden.

 

Volgens aantekeningen van pastoor Heijnen, waren er te Heer in 1660 450 communicanten en woonde er slechts één niet katholieke schipper, die meestal afwezig was. In 1669 waren er 400 uit 100 gezinnen van Heer, Scharn en Bemelen (St. Anthoniusbank)

 

Op 30 november 1804 behoorden 7 à 8 huizen van de St. Anthoniusbank tot de parochie Heer. De gemeenteraad van Heer deed die tijd een voorstel om :
1) de huizen gelegen aan de scharnerweg van Maastricht tot aan het tolhuis te verenigen met de parochie Heer,
2) het hele dorp Bemelen in zijn geheel bij laatstgenoemde parochie te voegen,
3) het gehele gehucht Keer te voegen bij parochie Cadier en
4) het dorp Heughem te blijven beschouwen als hulpkapel van Heer.
Er is echter niet bekend welk besluit op dit voorstel is genomen.

 

Zoals bekend werden de parochianen van Heer, die in de St. Anthoniusbank overleden op het kerkhof van Bemelen begraven. De overledene werden evenwel altijd in Heerse overlijdensregisters opgetekend. Als begrafenis-rechten vond van de Venne (geschiedenis van Heer) bedragen van een "imperialis" (-Rijnse goudgulden ?) en zes gulden, wellicht naar de klasse der begrafenis. Ook wanneer lijken over het gebied van zijn parochie (van pastoor Rutten uit Heer 1660-1672) vervoerd moesten worden naar elders, moest aan de pastoor een zeker recht betaald worden. Dit was o.a. het geval bij de dood van Jonkheer le Berlier, die in 1663 te Bemelen overleed en in Wyck begraven werd.

De schepenen van Heer hebben bemoeienis gehad met de St. Anthoniusbank, die van 1794 tot 1828 tot de gemeente Heer heeft behoord en thans deel uitmaakt van de gemeente Cadier en Keer. De St. Anthoniusbank had een eigen justitie, vermoedelijk met hoge-, middelbare- en lagere jurisdictie. Enkele malen hebben echter de schepenen van Heer immissie (=het recht van formele in het bezit stellen in vaste goederen) verleend in goederen welke wellicht tot de jurisdictie van de St. Anthoniusbank behoorden, doch op Heers grondgebied lagen (als enclaves ?). Dit gebeurde o.a. op 2 april 1500, zoals de rolle van Heer vermeldt, toen de Heers schepenen, nadat door die van de St. Anthoniusbank een stuk grond van Ghiel Geldollfs was toegewezen aan Janus van der Newerstadt als rentmeester van het godshuis van St. Antonis te Maastricht, deze laatste in het formele bezit ervan stelden.

 

Een schreijven van het gemeentebestuur van Cadier van 6 februari 1883, vermeldt, dat de St. Anthoniusbank bestond uit 10 bunder ruwe bergen en 4 bunder "grub" (berm) enigszins geschikt voor beweiding !
Op 6 februari 1840 staat in een bepaling, dat de gehuchten Keer en St. Anthoniusbank nooit enige aanspraak zouden kunnen maken op de Kerk, de pastorie van Heer, de tuinvelden en alle andere goederen van de kerkfabriek. Uit het gedeelte der schaapsweide (keerderberg) dat aan Keer en de St. Anthoniusbank werd toegewezen, zou aan de voet van de berg aan de zijde van Heer een weg van 4 ellen gemaakt worden voor veedrift ten behoeve van de inwoners van Heer.

Uit statistische gegevens uit 1820 blijkt, dat de St. Anthoniusbank 7 huizen telde, er waren geen ambachtslieden bij zijn inwoners ! De teelt van gewassen werd als volgt beschreven : 250 H.L.     Boekweit     (alleen in de St. Anthoniusbank); De veestapel bestond in 1820 uit 12 paarden, 19 ossen en koeien, 120 schapen en 20 varkens.

Noa Bove

Noot van de webmaster: Ik haal en krijg veel foto's van het internet hierdoor weet ik niet altijd of er © copyright opzit,

of dat deze vrij te gebruiken zijn, dus als je een foto tegenkomt waar je denkt dat deze er niet hoort te staan, mail me dan even. Opmerkingen, suggestie en ideeën zijn altijd welkom en kunnen in het 'gastebook' achtergelaten worden.

 

Aonvaank