Twiede Minderbroederskèrk

(De Tweede Minderbroederskerk)

 

Hoofdstuk 9

De Tweede Minderbroederskerk: 

Het laatste monumentaal gebouw uit dit tijdperk is de kerk op den Mindenbroedersberg. Evenals de oude Jezuïtenkerk heeft ze voor ons alleen historische waarde; ze vormt een schakel in de geschiedenis van de paters Franciscanen, de oudste kloosterorde van Maastricht. In den tijd, dat deze hun kloosters stichtten in Dinant, Namen en andere plaatsen – omstreeks 1230 – kwamen ze zich ook in Tricht vestigen, waar ze nu reeds meer dan zes eeuwen kief en leed met de burgers gedeeld hebben.

In het eerste deel van onze “Schetsen” hebben we over hun kerk en klooster aan de St.Pieterstraat gesproken. Met de Jezuïten moesten ze in 1578 op bevel van den commandant der Staatsche troepen de stad verlaten. Tijdens het beleg van Maastricht door Parma werden hun klooster en kerk grootendeels verwoest, zoodat de paters bij hun terugkeer in 1580 een ruïne vonden . Ze hadden dertig jaar noodig om de gebouwen behoorlijk te herstellen.

Het jaar 1632 was in zijn gevolgen voor deze kloosterlingen even noodlottig als voor de Jezuïten. Zooals we reeds weten, werden de beide orden in 1639 uit de stad gebannen. Den 24e Juli trokken de Minderbroeders onder klokgelui hun kerk uit en begaven zich processiegewijze naar Slavante,  waar ze den tijd gingen afwachten, dat de poorten der stad weer voor hen geopend zouden worden.

Slavante was oorspronkelijk, in de 15e eeuw, een kluizenaarswoning, waar zich later eenige broeders vereenigden om gezamenlijk den regel van Franciscus van AssisiË te volgen. Deze vereeniging werd in 1456 door den Paus als regileuze orde erkend. Jan van Horne, bisschop van Luik, liet voor haar in 1489 een klooster bouwen, dat den naam kreeg van klooster der Franciscanen-Observanten (naam Observanten werd in den volksmond vervormd tot “Slavante”). Genoemde bisschop is daar overleden en in de kerk begraven (1505). Nadat hun klooster in 1578 door de Staatschen verbrand was, hebben de paters Observanten naar men meent, zich in 1579 met de verdrevenen Minderbroeders vereenigd om met deze naar Maastricht te komen.  

De Minderbroeders bouwden op Slavante een nieuwe kerk, die in 1640 en een klooster, dat  vier jaar later in gebruik genomen kon worden. Van deze gebouwen is thans weinig meer over.  Allen vindt men bij den zuidelijken afsluitingsmuur nog een mooi kapelletje uit het jaar 1681 en daarnaast een woonhuis met een klein bijgebouw. Ook het aan de noordzijde op het hooge terras gelegen koffiehuis is een kloostergebouw  geweest, doch dit werd eerst veel later gebouwd. De tweede ballingschap van de Minderbroeders duurde vier en dertig jaar. Het was de katholieke Franschen koning Lodewyck XIV, die hen met de Jezuïeten in 1673 op verzoek van de Maastrichtse burgers liet terugkomen. Zij kwamen echter niet weer in het bezit van hun klooster. Dit had tijdens hun afwezigheid een andere bestemming gekregen: een gedeelte er van was tot militair hospitaal, een ander gedeelte tot protestantsch weeshuis ingericht, terwijl de mooie kerk als arsenaal dienst deed. De paters kregen daarom de beschikking over de kapel van St.Jacob en bewoonden eenigen tijd het daarnaast gelegen huis in de Kapoenstraat. Later werd hun een gedeelte van hun oud klooster als woning afgestaan en mochten ze de ontruimde ziekenzaal tot kapel inrichten. Deze was echter te klein voor de talrijke geloovigen, die hier het Mariabeeld “Sterre der Zee” kwamen vereeren.

Ook was het getal paters, dat in de bekrompen woning huisvesting kon vinden, te gering, om aan de kerkelijke diensten de noodige uitbreiding te geven. Deze toestand was op den duur onhoudbaar en aangezien de vrede van Nijmegen aan de Minderbroeders de rechten toekende, welke hun in 1632 en 1648 waren gewaarborgd, vroegen ze restitutie van hun kerk en klooster. De Staten-Generaal, die moeilijk aan dien eisch konden voldoen, stonden hun toe, een nieuw klooster te bouwen en daarvoor in alle provinciën te collecteeren. Een geschikt terrein vonden ze in den “Schuttershof” buiten den oude walmuur  achter het St.Servaasklooster; de stedelijke regeering stond hun dit voor 9000 gulden Luiksch in eigendom af. Weldra zag men daar een groote kerk verrijzen , bestaande uit drie beuken en een kruisbeuk. Links en rechts van het koor werd een zijkapel gebouwd, waarvan er één bestemd was voor het Mariabeeld. De gewelven der kerk rustten op kolommen van hardsteen, gekroond met sierlijke kapiteelen. In 1701 was men zoo ver met den bouw gevorderd, dat de kerk kon worden ingewijd en in gebruik genomen. Zeven jaar later was het kloostergebouw voltooid. Het bestond uit vier vleugels met een open plein in het midden. 

De kerk werd van waardevolle meubels en beelden voorzien. Onder de eerste trokken vooral het orgel en de preekstoel, onder de laatste de beelden  van St.Franciscus en St.Bonaventura de aandacht der kunstkenners. Onder de bewoners van het klooster is pater Jan Pannemakers bekend om zijn aanleg voor het schilderen. Hij werd naar Antwerpen en Düsseldorf gezonden om er zijn studiën in de schilderkunst te voltooien. Na zijn terugkeer verrijkte hij de kerk met een groot aantal schilderijen, voorstellende het leven van den stichter der orde. 

De komst der Franschen was de ondergang der kerk als bedehuis. Wel heeft ze, na de verdrijving der paters in 1796, nog korten tijd als parochiekerk gediend (ter vervanging van kapel St.Jacob), maar wegens haar ongunstige ligging werd ze spoedig gesloten en voor den parochiedienst vervangen door de kerk van de Dominicanen. In 1825 werd het gerechtshof in de kerk op de Minderbroedersberg gevestigd. Heden nog is ze de zetel van de arrondisements-rechtbank (vanaf 1991/1992 rechtenfaculteit van de Universiteit Maastricht), en het kantongerecht. Het koor werd tot marechausseekazerne en het klooster tot gevangenis ingericht. Na het vertrek van de marechaussees ( naar hun nieuwe kazerne aan den Scharnerweg), zijn ook in het koor kantoren van het katongerecht ondergebracht. Zoo hadden dan de paters Franciscanen in 1796 voor de derde maal onze stad moeten verlaten. Eenige Maastrichtsche familiën, die hoopten, dat de orde hier nog eenmaal zou hersteld worden, kochten in 1797 van het Fransche gouvernement de fraaie kerkmeubels en schilderijen, om die later aan de oorspronkelijke eigenaars terug te geven. Dat herstel liet echter zoo lang op zich wachten, dat men aan den terugkeer van de paters begon te twijfelen en niet beter wist te doen, dan de aangekochte schatten aan kerken en kapellen hier en elders ten geschenke te geven, (een tiental schilderstukken van pater Pannemakers bevinden zich thans in de parochiekerk van Gronsveld).

Daar zullen de schenkers of hun nakomelingen wel spijt van gehad hebben, toen ze vernamen, dat de Minderbroeders toch eindelijk weer naar Maastricht zouden komen. Met vreugde zal het Maastrichtsche volk zijn “bruine paters”bij hun terugkeer in 1853 hebben begroet. Voor de paters Franciscanen toch had het steeds een bijzondere genegenheid gevoeld en nu waren deze juist de eenige van de 18 verdreven communiteiten, die zich weer in hun midden kwam vestigen. Twee huizen met groote tuinen, aan de Abtstraat gelegen, werden door hen aangekocht en tot kloosterwoning ingericht. Voor de heilige diensten bedienden ze zich voorloopig van een kapel, die hetzelfde jaar gereed kwam. Spoedig bleek ze voor de vele bezoekers te klein, zoodat er aan het bouwen van een groot bedehuis gedacht  moest worden. Reeds in mei 1855 werd de eerste steen gelegd. De bouw van den nieuwe tempel, de tegenwoordige gothieke Paterskerk vorderde vier jaren. Intusschen was de communiteit door een schenking (van Notaris Van Hees), in het bezit gekomen van een huis met tuin aan de Tongerschestraat, op welk terrein een nieuw klooster verrees met den hoofdingang aan genoemde straat. Kerk en klooster werden in 1859 ingewijd en sedert trekken dag aan dag de geloovigen bij honderden langs de “patersbaan” ter kerke, om daar evenals hun voorouders in den tempel op den Minderbroedersberg onder den invloed van den Franciscaanschen geest stichting en opbeuring te vinden.

 

Naor Bove

Geschiedenis

1699: Aanvang bouw kerk door de minderbroeders.
1700: Eerste steen gelegd voor klooster.
1796: Minderbroeders verlaten klooster en kerk.
1802: Klooster wordt opvanghuis voor bedelaars.
1806: Klooster wordt gevangenis.
1825: Kerk wordt omgebouwd tot Paleis van Justitie.
1825: Apsis en priesterkoor worden onderkomen van de marechaussee met de paardenstal op de priesterkoor.
1866: Brand verwoest gedeelten van klooster en het dak van de kerk.
1868: Herbouw gedeelten van klooster en dak van kerk.
1926: Priesterkoor met apsis wordt bij rechtbank gevoegd.
1975: Huis van bewaring gaat uit het kloostergedeelte en dit komt in zijn geheel vrij voor de rechtbank.
1995: Gebouw wordt door de rechtbank verlaten en in gebruik genomen als bestuursgebouw van de Universiteit Maastricht.
1997: Gebouw wordt verbouwd onder leiding van architect Jules Janssen. Apsis en priesterkoor met apsis wordt ingericht als aula.
2008: De ramen en deuren van de aula worden voorzien van een kunstwerk van gekleurd glas van beeldend kunstenaar Gery Bouw. De hedendaagse variant op het eeuwenoude glas in lood brengt iets van de oude sfeer van de kerk terug.

 Naor Bove

Het klooster te Slavante in 1740. De ruines van het kasteel Lichtenberg zijn ook nog duidelijk zichtbaar. Gravure van Hendrik Spilman uitgegeven door Isaac Tirion (1705-1769) uit "Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten"
 
 
Detail van Het klooster te Slavante in 1740.

De ruines van het kasteel Lichtenberg zijn ook nog duidelijk zichtbaar.

Gravure van Hendrik Spilman uitgegeven door Isaac Tirion (1705-1769)

uit "Het verheerlykt Nederland of Kabinet van hedendaagsche gezigten"

 

 
Restant Voormalig klooster
 
Casino Slavante

Kapel Op Slavante:

artikel Dagblad De Limburger door Vikkie Bartholomeus:

Het Sint Antoniuskapelletje bij Slavante, misschien wel de oudste kapel van Maastricht, is gerestaureerd.

Ligt Jan van Horne, prins-bisschop van Luik, nu hier begraven of niet? De Stichting Oud Sint Pieter heeft de gemeente, eigenaar van het kapelletje van Slavanten, in elk geval gevraagd of de natuurstenen vloer opgebroken mag worden. Want in de jaren zeventig, vlak voordat de huidige vloer werd gelegd, zag eengetuige volgense de overlevering hier de grafsteen van 'heer van Maastricht' Jan van Horne liggen. Met zijn overblijfselen is behoorlijk gesold. De tombe die na zijn dood in 1550 op de berg werd gebouwd is verwoest; zijn beenderen in de eeuwen er na overgebracht naar de stad en later weer herbegraven bij Slavante. Veel hooggeplaatste types en mensen van adel wilden vroeger begraven worden op deze prachtige plek bij de franciscanen, die uiterst vroom in armoede en stilte leefden. Maar veel grafstenen zijn in de loop van der tijd verloren gegaan. Miets Morreau van de Stichting Oud Sint Pieter hoopt in elk geval dat de gemeente de restauratie van het kapelletje aangrijpt om het mysterie op te lossen. De stichting heeft flink geijverd voor het opknappen van het gebouw uit 1681, dat in slechte staat was. Twee monumentale lariksen, waarvan de wortels de fundering aantastten, zijn met pijn in het hart gekapt. De mergelwanden, trappen en ornamenten worden hersteld. Het kapelletje is - samen met het naastgelegen huis dat Chateau du Sacre Coeur genoemd wordt - een van de laatste overblijfselen van het Minderbroedersklooster dat in 1778 werd opgeheven. Het Antomiuskapelletje is misschien wel de oudste 'vrijstaande' kapel van de stad. Het heeft niet alleen een cultuurhistorische belang, ook landschappelijk gezien is het barokke minikerkje tegen de berghelling zeer waardevol; een schilderachtig gebedshuisje, aandoenlijk bijna. "Is het geen schatje?".

Naor Bove

 Bron: Schetsen uit de Geschiedenis van Maastricht en omstreken, geschreven door M. Schoonbrood Hoofd der Rijksleerschool te Maastricht. en J.S.Grossier Leeraar H.B.S. te Amsterdam, tweede reeks uitgebracht door drukkerij Gebrs. van Aelst, O.L. Vrouwekade 10-11 Maastricht.  Foto:Mestreechter Steerke, Ferdinand, Kerkgebouwen in Limburg, en internet, MestreechOnline, Wikipedia, website oudsintpieter

Aonvaank