Mestreech Vreuger

(Hoofdstuk 6 De Franse verlaten Maastricht)

 

Hier kunt u de eerdere Hoofdstukken lezen: Hoofdstuk 1 - Hoofdstuk 2 - Hoofdstuk 3 - Hoofdstuk 4 - Hoofdstuk 5 - Hoofdstuk 6

Hoodstuk 6,  Wijk, 4 mei 1814.

In dichte rijen stonde de inwoners van Wijk langs de straten om te kijken naar de intocht van de Hollandse troepen. Die Hollandse troepen bestonden vooral uit Luikenaren. Zij hadden dienst genomen in het leger van de Prins van Oranje, die na zijn landing in Scheveningen Soeverein Vorst van Nederland was geworden. Daarbij kwamen nog de vrijwilligers uit de omliggende dorpen. Nu kwamen ze de stad in bezit nemen voor hun heer. Het doel was bereikt Maastricht hoorde weer bij Nederland. Dat was in het begin nog lang niet zeker. Er was nog een andere liefhebber voor de sterke vesting aan de Maas komen opdagen; de koning van Pruisen. De Prins van Oranje zag die moeilijkheden aankomen en daarom stuurde hij twee mannen naar het zuiden. Deze Commissarissen van de Soevereine Vorst moeten zorgen, dat  Maastricht weer een Nederlandse stad zou worden. Direct waren ze begonnen met in het Luikerland troepen te werven, die nu als bevrijders de stad binnentrokken.

In de straat heerste een druk en gezellig geroezemoes van stemmen. Straatbengels duwde en drongen net zo lang tot ze een plaatsje hadden veroverd in de voorste rijen. De toeschouwers lachten en praatten met elkaar. Iedereen was opgetogen en de voldoening straalde van alle gezichten. Het was meer dan men had durven verwachten.  “Het is een wonder”, zei vader Deplaie, “dat weer onder onze oude en zo lang verwachte vorst zijn teruggekeerd”.  De Maastrichtse jeugd begreep er nog niet veel van. Het kon ook niet anders; ze had nooit iets anders gezien en gekend dan Fransen en als Fransmannetjes stonden ze ingeschreven in de registers op het stadhuis. Pas later zouden ze het begrijpen. Even verstomde het rumoer in de straat. Alle halzen rekten zich en daar reed de eerste officier hoog te paard door de Duitsepoort de stad binnen. Bij het zien van de oranjekleur op zijn hoge kolbak brak het enthousiasme van de Wijkenaren los. Het geroep van “Oranje boven” weergalmde door de nauwe straten. Vanuit de open ramen wuifden de mensen hun bevrijders een hartelijk welkom toe. Het vreugdegeroep uit Wijk klonk tot over de maas naar het andere deel van de stad en deed er de harten vlugger kloppen. Mara de bevrijding hield halt voor de Maasbrug. Maastricht zelf zou nog één dag Frans moeten blijven. In Wijk zeiden de mensen trots tegen elkaar: “Wij zijn hier één dag eerder Hollands geworden dan de stad!”

Maastricht 5 mei 1814.

Over de markt liepen in de morgen van 5 mei 1814 slechts een paar mensen, die voor hun werk vroeg uit de veren moesten, zoals de nachtwacht, enkele boeren en bakkersknechten. De rest van Maastricht lag nog rustig in bed. De klok op het stadhuis wees nog geen vier uur. Opeens was er beweging achter de toegangsdeuren van het bordes en voor de verbaasde blikken van het handjevol mensen verschenen daar twee voorname heren. Het waren de Commissarissen van de Soevereine Vorst, die gisteren met de troepen Wijk waren binnengekomen. Één van de twee had een groot papier in zijn hand en met een forse stem, die over het stille marktplein klonk, maakte hij bekend, dat van nu af aan de stad Maastricht teruggekeerd was onder  het bestuur van de Prins van Oranje. Met een luid “Oranje boven” en “Leve de Prins” eindigde hij zijn toespraak. Nauwelijks was hij uitgesproken of daar ging de oranjevlag statig de hoogte in op de toren van het stadhuis en spoedig waaide ook van andere torens het oranje. De mensen die deze vroege plechtigheid hadden meegemaakt riepen om het hardst “Oranje boven!”

Maar alles bij elkaar was het wel een onzalig vroeg uur om in feeststemming te komen en met recht zou men kunnen zeggen, dat Maastricht slapend terugkeerde onder het Oranjehuis na twintig jaren deel te hebben uitgemaakt van Frankrijk. Het was allemaal een beetje stil verlopen, maar toch ook weer niet zó stil of de bewoners van de Markt hadden toch wel gemerkt dat er iets gaande was op de straat. Gordijnen werden weggeschoven en slaperige gezichten verschenen achter de ramen. Hè, dat gaf een schok van vreugde, toen ze daar op de toren van het stadhuis feestelijk de fiere oranjevlag zagen wapperen. De ramen werden open gegooid en blijde mensen wezen voortdurend naar de vlag op de toren. Spoedig was iedereen uit de veren en liep de straat op. Kleine kinderen vroegen aan hun vader en moeder: “Wat is dat voor een vlag?” Die kleur hadden ze immers nog nooit gezien. “Dat is de vlag van de Prins, kinderen, de heer van onze stad”, antwoordden de oudere mensen ontroerd. ‘De vrijheid is teruggekomen!” Tegen elf uur in de morgen was de hele stad op de been. Iedereen was uitgelaten van blijdschap. Oranje zag man aan alle  kanten.  In grote drommen trokken de mensen naar de Markt. Daar zou iets bijzonders gaan gebeuren. Het grote plein was afgeladen vol. Plotseling klonken militaire commando’s. Paardehoeven kletterden op de straatstenen en daar verschenen veertig ruiters. Fier zaten ze hoog te paard, gekleed in blauwe uniformen en in hun hand een piek, waaraan een oranjevaantje wapperde. Ze werden gevolgd door vierhonderd gewapende boeren uit de dorpen rond Maastricht. In gelid stelden ze zich op voor het stadhuis. Een luid commando klonk: “Geweer aan de voet!”. Met een doffe dreun bonsden vierhonden geweerkolven op de keien neer. Het publiek werd er even stil van. Even later reed onder luid gejuich een prachtige koets, waarin burgemeester Coenegracht zat, het marktplein op en hield stil voor het stadhuis. Iedereen zag de grote oranjekokarde op de borst van de burgemeester, toen hij de trappen opging. Nu waren de mensen niet meer te houden van vreugde; het was alsof iedereen wild was geworden, toen ze daar hun burgemeester zo zagen. Ze mochten Coengracht wel. Hij had hen immers veilig door de blokkadewinter heengeleid en hun rechten verdedigd tegen de Franse generaal. De menigte riep en schreeuwde door elkaar heen: “Oranje boven; lang leve Prins Willem”. De “Mooswiever” vooral waren uitgelaten van blijdschap. Uitgedost met oranje linten tolden ze als ‘kegelbollen’in het rond. En terwijl buiten de mensen stonden te roepen en te juichen, speelde zich in het stadhuis een korte plechtigheid af. Burgemeester Coenegracht en zijn raad legden de eed van trouw af aan de Prins van Oranje. Voorlopig zouden ze hun functie blijven uitoefenen.

De hele dag tot diep in de nacht gingen de mensen door met feestvieren. Verschillende huizen waren prachtig verlicht. Honderden vetpotjes met hun dansende vlammentjes stonden op de vensterbanken en verspreidden een sprookjesachtig licht over de gevels van de huizen.

’s Avonds schreef Deplaie met grote voldoening de volgende merkwaardige regels in zijn dagboek: “een ieder wenschde sig over de herstelling van saeken geluk en dat God ons zoo gelukkig van een bombardement bewaart hebbende, ook ons nog ten langen laatste onder de bescherming van onsen oude Vorst gestelt hadde”.

Maastricht en Nederland hadden elkaar weergevonden na een scheiding van twintig lange jaren.

Naor Bove

 Bron: Boek 'In Maastricht waait weer de Oranjevlag': Samengesteld door Br. Sigmund Tagage en Br. Winifred Ubachs iov Burgemeester en Wethouders der Gemeente Maastricht met de deskundige medewerking van Mr. Drs. H.H. Wouters. Drukkerij G. Walters en Zn. te Maastricht .

Aonvaank