Mestreech Vreuger

(Hoofdstuk 5 De Vrede nadert)

 

Hier kunt u de eerdere Hoofdstukken lezen: Hoofdstuk 1 - Hoofdstuk 2 - Hoofdstuk 3 - Hoofdstuk 4 - Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 5: DE VREDE NADERT. 

Omdat de berichtgeving in die dagen niet zo snel werkte als tegenwoordig, hoorde Maastricht pas op 5 april, dat Parijs de 31e maart door de verbonden troepen was ingenomen. "Zou het nu toch vrede worden?", vroeg iedereen zich af.

"Laten we het hopen. Het beste voor Maastricht is, dat de stad maar vlug wordt ingenomen". "Door wie? Wie zou jij hier graag de baas zien worden ? "  "Och, dat komt er minder op aan. Als we maar gespaard blijven voor een bombardement”.  De stad gonsde van de geruchten. “ Heb je niet gehoord, dat er een onderhandelaar van de Zweden vanmorgen om tien uur bij de Tongersepoort is geweest?” 

Er zat iets in de lucht, maar niemand wist er het fijne van. De volgende dag, Goede Vrijdag, 8 april 1814, ging het weer zeer wonderlijk toe. ’ s Morgens in alle vroegte zagen de bewoners hun generaal, vergezeld van een trompetter, in snelle vaart te paard de Tongersepoort uitrijden naar de voorposten van de vijand. De Fransen trokken hun troepen terug en tot verbazing van iedereen werden alle Zweedse krijgsgevangenen vrijgelaten; er werd geen schot meer gelost. Heel Maastricht voelde zich opgelucht. Vol blijdschap zagen de burgers de boeren van alle kanten de stad binnentrekken. Er kwam zelfs een kar uit Aken om laken op te laden. En wat deden de inwoners van Maastricht, die een hele winter lang binnen de muren opgesloten hadden gezeten?  Ze trokken naar buiten. De stad uit! Het vrije veld in.

Het ene goede bericht volgde op het andere;

Napoleon is gevlucht !  Frankrijk heeft een nieuwe koning !

’s Middags reed de Franse generaal opnieuw de Tongersepoort uit, maar ditmaal in een mooi rijtuig bespannen met vier witte paarden.  Naast de koets vijf gendarmes met getrokken sabel in de hand. Het doel van zijn tocht was Tongeren, waar hij met de Zweden ging spreken over een wapenstilstand. ’s Avonds was Merle weer terug. Een voorlopige  overeenkomst om het vuren te staken was getekend. Zo kon Maastricht met een blij hart Pasen 1814 zien naderen.

Paaszaterdag leek wel St.Servaasdag. Menige klant stapte bij bij Deplaie de winkel binnen en feliciteerde hem met de gelukkige wending die de zaak had genomen. Ook op straat wenste men elkaar geluk. De mensen waren opgetogen van blijdschap en de markt leek wel een wriemelende mierenhoop. Het was net of er helemaal geen oorlog was geweest. Maar er was nog een donker wolkje aan de hemel: de Kozakken ! De verhalen die de boeren over dat woeste volkje vertelden, deden de Maastrichtenaars helemaal niet naar hun komst verlangen. “ We hebben genoeg aan de verhalen van de boeren”, zei men tegen elkaar. In de Sociëteiten gingen de Luikse kranten van hand tot hand en over de inhoud werd druk gesproken.

Napoleon was afgezet! Wie had dat voor mogelijk gehouden! En dat zo onverwacht! Wat zouden de mensen er later wel van zeggen, wanneer ze lazen wat er nu allemaal gebeurde. Die machtige keizer Napoleon, die heel Europa de wet had voorgeschreven en door de Fransen als een afgod werd vereerd, die sterke man lag nu verslagen terneer en werd door de Fransen zelf gehoond  en uitgemaakt voor de grootste onderdrukker van de wereld. De Franse officieren zaten stil en met bedrukte gezichten in een hoekje te kijken. Ze wisten niet meer waar ze aan toe waren. Generaal Merle stuurde een officier naar Parijs om daar eens te gaan informeren, wat er nu zou moeten gebeuren in Maastricht. Pasen verliep in alle rust. Deplaie ging ’s middags met zijn vrienden naar Scharn wandelen om er een glaasje bier te drinken. Toen ze daar  zo gezellig bijeen zaten, kwamen er een paar Zweedse Soldaten bij hen aan het tafeltje zitten. Deplaie en zijn vrienden vonden het wel aardige kerels. Je hoefde er echt niet bang voor te zijn. Maar des te groter was de teleurstelling de volgende dag. Tot hun grote schrik bemerkten de mensen in de stad, dat de poorten gesloten bleven en dat er niemand in of uit mocht. ’s Middags tegen een uur of twaalf kwamen er groepen Franse soldaten plotseling de huizen binnenvallen om de paarden uit de stallen te halen. Neen, Maastricht was de Fransman nog niet kwijt. Na het vorderen van de paarden kregen de arme inwoners van Maastricht weer wat anders te verduren. Op de hoeken van de straten werd een bevel van de Generaal aangeplakt: de burgers die officieren ingekwartierd hadden, moesten die heren voortaan ook nog op eigen kosten eten en drinken geven. Diezelfde dag werd het rumoer in de stad nog groter. Generaal Merle had geld nodig. De krijgskas was leeg. Er moesten 60.000 francs op tafel komen. Enkele heren moesten ervoor opdraaien, die dan later maar moesten zien dat ze het geld van de stad terugkregen. Merle stuurde die rijke lui vijfentwintig soldaten aan huis, die maar meteen binnenvielen, de boel ruďneerden en zich te goed deden aan de voorraad levensmiddelen en drank, waarmee net zo lang doorgingen totdat het geld op tafel lag.

“ Moeten we dan nog op het laatst zo slecht door dat Franse volk behandeld worden? “ Zuchtte Deplaie. ’s Avonds raakten de Fransen en Zweden opnieuw slaags met elkaar en de volgende dag was er compleet oorlog op de St. Pietersberg. De Fransen rukte weer op tot aan Lichtenberg maar hier werd door de Zweden een halt toegeroepen. “ Ik weet niet wat ik van deze oorlog moet denken” , zei Deplaie tegen zijn buurman. “ Kun jij er soms uit wijs worden? Hoor nu eens dat schieten op de berg en kijk dan eens op straat naar al die boeren die de stad binnenkomen. Zelfs uit Luik komen de kooplui met hun paardjes, beladen met korven steenkool of met de kruiwagen naar de Maastrichtse markt” . “ Het is vrede buiten de poorten en oorlog op de St. Pietersberg”.

Zo verstreken weer enkele dagen. Wat zouden de volgende aan nieuwe verrassingen meebrengen?  Als een lopend vuurtje ging het nieuws door de stad, dat generaal Merle in de Cortenstraat bezoek had gekregen  van een Zweedse generaal. Ook Deplaie was, toen hij dat hoorde, zo vlug als hij kon naar de Cortenstraat gerend. Het was daar een drukte van belang! De straat was te eng voor al die mensen die daar bij elkaar gepakt stonden en maar naar de ramen keken of ze misschien een glimpje van die hoge heren konden opvangen. “ Het is in ieder geval een goed teken”,  vond Deplaie. Generaals kunnen beter met elkaar eten dan ruzie maken. Twee dagen na het gezellig dinertje van de beide generaals kon Maastricht met eigen ogen het resultaat van dat prettig onderonsje bemerken. Op dinsdag 19 april wandelen de Zweedse officieren onder de linden van het Vrijthof. Het Maastrichtse publiek staarde ze vol bewondering na. Het waren sjiek kerels in hun vreemde uniformen. Weer eens heel wat anders dan die Fransen, waar ze nu al twintig jaar tegenaan hadden gekeken. En bij het kerkhof, waar nog pas enkele weken geleden de Fransen en Zweden elkaar zo hevig hadden bevochten, daar dronken de soldaten nu broederlijk met elkaar een lekker glaasje..

Na de officieren mochten ook de gewone soldaten de stad in. Met hele groepen tegelijk kwamen ze binnen. Het werd er zelfs gezellig. Vrolijk zwierde ze de ene herberg in en de andere uit. De bloementjes werden duchtig buitengezet.  Maastricht werd weer een beetje echt Maastricht. Maar buiten de stad zaten de Kozakken. Ze vergingen van de jaloezie, toen ze hoorden hoe vrolijk het in de Maastrichtse herbergen toeging. Ze wilde ook wel een graantje meepikken en deel hebben aan de feestvreugde, maar ze mochten de stad niet in. ’s Nachts probeerden ze toch stiekem binnen te komen, maar in de buitenwerken werden ze gesnapt en teruggestuurd. De wachten werden nu verdubbeld om die ongewenste gasten buiten de poort te houden.

Maar hoe voelden de Franse soldaten zich, nu Napoleon was afgezet en in Frankrijk het oude koningshuis weer op de troon zat?  Ze waren nu wel ontslagen van de eed van trouw, die ze hun grote keizer hadden gezworen, maar in hun hart bleef de genegenheid voor hem leven.  Van overwinning tot overwinning  had hij hen gevoerd en Europa aan Frankrijk onderworpen. En  nu moesten ze hem plotseling van de ene dag op de andere afvallen? Veel officieren konden dat niet over hun hart verkrijgen. Er ontstond grote onenigheid onder hen, toen het bevel kwam het blauw, wit, rood, de kleuren van Napoleon, af te leggen en te vervangen door de witte kleur van de vroegere Franse koningen. Op de toren van de St.Servaaskerk werd tot vreugde van geheel Maastricht de witte vlag met de gouden lelies van het Franse koninkrijk gehesen. Eindelijk was daar het zo lang en vurig verwachte teken, dat de vrede weer binnen de muren van de stad zou brengen. Tot in de verre omtrek konden de mensen ze zien wapperen. De witte vlag werkte als een magneet op de dorpsbewoners die in grote massa’s naar de stad trokken.

De 25e april- een woensdag- was een heuglijke dag voor Maastricht. In de vroege morgen werd de stad gewekt door het losbranden van de kanonnen op de wallen. Nu niet meer als een oproep tot de strijd maar ter verwelkoming van de vrede. Vanuit de verschillende kazernes, zoals die in de Jekerstraat, Achter de Barakken en de Tongersestraat marcheerde het garnizoen naar het Vrijthof. De militaire muziek speelde, de klokken beierden en de carillons strooiden hun vrolijke klanken uit over de stad. En op datzelfde Vrijthof, waar zo vaak overwinningsparades gehouden waren en de Marseillaise zo dikwijls triomfantelijk geklonken had speelde zich nu een ander schouwspel af. Luide commando’s weerklonken en de militairen staken de witte kokarde op, terwijl de toeschouwers in gejuich uitbarstten. Napoleon had afgedaan! De hoge officieren trokken nu met muziek de St.Servaas binnen. En onder de aloude gewelven van deze kerk werd plechtig de Franse lelievlag gezegend, waarna een geestdriftig gezongen Te Deum door de kerk weerklonk om God te danken voor de gelukkige afloop van deze bange tijd. 

Het was het laatste feest, dat de Fransen in Maastricht vierden en ook het enige, waaraan de bevolking vol vreugde heeft meegedaan. Maar op de spits van de St.Servaastoren prijkte nog steeds de grote adelaar van Napoleon. Nog altijd keek hij zegevierend neer op de stad en in de burgemeesterskamer op het stadhuis stond ook nog het witmarmeren borstbeeld van de grote keizer aller Fransen. Boven de verschillende poorten van openbare gebouwen hingen de wapenschilden gesierd met de letter “N” van Napoleon. Dat moest allemaal verdwijnen. Onder leiding van Lipkens, de commissaris van politie, trok een opruimingsploeg aan het werk. Het karwei had de grote belangstelling van veel nieuwsgierigen en luid gejuich en hatelijke opmerkingen werden de wapenschilden met de roemruchtige naam naar beneden gegooid. Het beeld van Napoleon verhuisde naar de rommelzolder. In optocht trok de opruimingsploeg naar de St.Servaaskerk. “ De adelaar! Naar beneden met die adelaar!”, werd er geroepen. Dat was vlugger gezegd dan gedaan. Er was niemand die zijn hals waagde door in de toren te klimmen en daar de grote, zware vogel los  te maken. Die brok was toch wel een beetje te machtig.

“ Laat maar zitten, mannen”, riep de commissaris. “ Dat kump nog wel!” Met een gevoel van voldoening over het belangrijke werk dat hij verricht had, maakte Lipkens rapport op van zijn werkzaamheden. De burgemeester zou het wel begrijpen van die adelaar, veronderstelde hij. Op het stadhuis liet hij een bode het stuk naar de burgemeester brengen. Toen Coenegracht het rapport gelezen had, kwam er een gevoel van weemoed over hem. Hij legde het papier voor zich neer op zijn schrijftafel en keek peinzend naar de lege plaats, waar eens het borstbeeld van zijn vereerde meester had gestaan. Als in een film trokken al de gebeurtenissen uit de glorietijd van de keizer aan zijn geest voorbij. Voorgoed voorbij was het tijdperk van Napoleon. Hij was verlaten en verguisd door allen. Langzaam en in gedachten verzonken nam hij een potlood en schreef langs de rand van het rapport verschillende keren  met zwierige krullen een hoofdletter “ N” , als een laatste hulde aan zijn vroegere meester, die hij al die jaren trouw gediend had. Maar toch altijd zo, dat de belangen van zijn dierbaar Maastricht niet in verdrukking kwamen.

Op het landgoed Severen te Amby woonde in 1814 de rijke Maastrichtenaar van Slijpe. Ook Van Slijpe was niet gebrand p[ bezoek van de kozakken, om ze van zijn goed te weren kreeg hij van de kozakkenhoofdman deze “ sauve-garde” : een papier, waarop stond, dat geen enkele soldaat bij Van Slijpe naar binnen mocht.

 De tekst is in drie talen afgedrukt: Russisch, Duits en Zweeds. De zwarte vlek onder de Russische tekst is een lakstempel van de legercommandant. Helemaal op de onderrand staat waarschijnlijk de handtekening van de Russische bevelhebber.

 

 

 

Naor Bove

 Bron: Boek 'In Maastricht waait weer de Oranjevlag': Samengesteld door Br. Sigmund Tagage en Br. Winifred Ubachs iov Burgemeester en Wethouders der Gemeente Maastricht met de deskundige medewerking van Mr. Drs. H.H. Wouters. Drukkerij G. Walters en Zn. te Maastricht . ilustratie oranje verzet is van boek Lotte Jensen, Verzet tegen Napoleon, kaart Zuiderlijke Nederlanden Vandevaartenomstreken,, Wikipedia.schilderij vluchtende Nederlandse soldaten in dienst van Napoleon uit Rusland., Brief RHCL

Aonvaank