Mestreech Vreuger

(Maastricht vroeger)

 

Onderstaand verhaal is een artikel uit de tweemaandelijkse Magazine van Maastricht Digitaal en is geschreven door Tiny Feij .

ABRAHAMS LOOK,

Bijna elke Maastrichtenaar weet je precies te vertellen waar je ‘Abrahams look’ kunt vinden. Maar hoe dat ‘look’ aan zijn naam komt, dat is een stuk minder bekend. De naam is namelijk afgeleid van een gebeurtenis uit 1761. Maastricht was een vestingstad die zich de nodige keren moest verdedigen tegen aanvallers. Voor de verdediging was buskruit, oftewel polver genaamd nodig. In de stad stonden er daarom op verschillende plekken kruitmagazijnen, war dat buskruit opgeslagen werd. Een van deze kruitmagazijnen lag in de kazemat Brandenburg aan het eind van de calvariestraat.

Vroeg in de morgen van 21 december 1761, om ongeveer kwart over 2  werd Maastricht opgeschrikt door een enorme knal die naar men zegt tot in Aken en Luik te horen was. Het eerste ogenblik wiste niemand wat er gebeurde. Veel mensen dachten aan een aardebeving zoals zich ook voorgedaan had in 1756, 1759 en 1760. Na de eerste schrik waren de straten gevuld met soldaten die in de richting van de stadsmuur tussen de Brusselsepoort en de Tongersepoort renden. De stadsgouverneur baron van Aylva dacht namelijk aan een aanslag op de vesting en stuurde  meteen zijn soldaten naar de stadsmuren. Het bleek geen aanslag te zijn. Het kruitmagazijn aan het eind van de Calvariestraat was ontploft. Maar liefs 36.000 pond buskruit (er wordt gesproken over 700 tonnen!) was de lucht ingevlogen.

Van het kruitmagazijn was niets meer over! In de walmuur was een gat geslagen van 130 voet lang en 40 voet breed. Nu zouden we zeggen ongeveer 40 bij 10 meter en 10 meter diep. De ontploffing was zo hevig dat de dakpannen van de Sint Jan en de Sint Servaaskerk tot in de verre omtrek teruggevonden werden. Ook het klooster Calvariënberg kreeg het zwaar te verduren.

‘Want de daaken, muren, vensters en deuren zyn in stukken geslagen, soodat die arme religieusen in hunnen Refter hebben moeten slaapen en dienst doen’.  (uit chroniek van het dorp Opcanne’), opgetekend door Winandus Mengels).Het hele verslag van het gebeuren in schrift oude stijl en van de hand van Wijnandus Mengels, Chroniek van het dorp Opcanne bij Maastricht 1740 - 1778. is te vinden op de site Mestreech Online onder deze LINK.

Niet alleen gebouwen en ruiten sneuvelden, ook 20 mensen vonden de door. Onder de slachtoffers waren 2 adellijke dames: de bejaarden prinses Frederika Henriëtta van Hessen Philipsthal en freule Selys-Fanson. Zij woonden op de Kommel tegenover de Hof van Tilly en hun huis stortte in. Daarbij vonden niet alleen zij de dood, ook een aantal bediendes werd bedolven onder het puin.

Maar … als er iemand van geluk kon spreken was het wel de koetsier van freule Selys-Fanson. Zijn slaapkamer was maar half ingestort! Omdat men dacht een stem te horen onder de puinhopen is men gaan puinruimen en wonder boven wonder is de koetsier zonder verwondingen eronderuit gehaald. Naderhand vertelde hij dat hij, liggend onder het puin, het laatste Oordeel afwachtte. Hij dacht namelijk dat de wereld verging. .  (uit chroniek van het dorp Opcanne’). Ook 12 soldaten in het wachthuis “De hooge Schuur’ hebben het leven gelaten. Het waren soldaten van het hier gelegerd Oranje-Friesland Regiment.

In het begin stond men voor een raadsel. Hoe had dit kunnen gebeuren ? dat veranderde nadat de vrouw van kanonnier Abraham Citters (ook genoemd van Citterd, van Susteren, of van Sisteren) in tranen bij de stadsgouverneur baron van Aylva op de stoep stond omdat haar man sinds de ontploffing vermist was. Zij en haar man leefde op grote voet en hadden daarom niet genoeg aan zijn soldij. Om wat bij te verdienen stal hij buskruit uit het kruitmagazijn. Vermoedelijk waren ’n schildwacht, die een sleutel van het magazijn had en de broer van de schildwacht erbij betrokken. Het buskruit verkocht Abraham voor goed geld o.a. in Luik.

 

Wat ging er de bewuste dag nu mis ? Dat is niet met zekerheid te zeggen, maar onvoorzichtigheid met vuur ligt voor de hand. Abraham Citters heeft er in ieder geval met zijn leven voor betaald. Zijn lichaam is in stukken teruggevonden….

Men heeft des anderen dags nog een van den canonnier Abraham gevonden beenen, darmen en zijn kop aan den Cruysheren gang, te herkennen aan zijn halsdoek. (‘Chroniek der stad Maastricht’ samengesteld door Ludovicus Franciscus Loyens).

In de eerder genoemde ‘Chroniek van Opcanne’ staat  verder nog te lezen dat men de teruggevonden delen van zijn lichaam heeft verzameld in een kuip om ingezouten te worden. De scherprechter wilde hem op de een of andere de schande geven die hij volgens hem verdiend had. Maar Citters was gereformeerd en gereformeerden hadden in die tijd nogal veel macht in Maastricht. Daarom is het zover niet gekomen en heeft men zijn lichaam of wat ervan over was, naderhand gewoon in de grond gestopt. Zijn vrouw en kinderen zijn terug ? naar Holland gestuurd.

Ook van andere slachtoffers werden verspreid liggende lichaamsdelen gevonden. Maar niet alle lijken zijn toentertijd ontdekt! In 1847, dus 86 jaar na de ramp,  zijn nog 4 verbrande lichamen van slachtoffers van dit ongeluk gevonden in een tuin op de Kommel. Niet alleen de koetser van freule Selys-Fanson heeft geluk gehad! In een andere kroniek ‘De kroniek van Phillippus van Gulpen staat opgetekend dat’

‘eenen canarie vogel drie dagen daarna levend gevonden werd onder het puin’

Of hij erna nog gezongen heeft is niet bekend!

De ellende die de ontploffing met zich meebracht was nog niet helemaal ten einde! Een aantal meters verder werd er namelijk een nieuw kruithuis gebouwd want een opslagplaats voor ‘polver’ was echt nodig. Jammergenoeg stortte dit bouwsel op 20 maart 1765 inelkaar bij de verwijdering van de stutten. Vier werklui vonden de dood. Daarna bouwde men op een geheel andere plek aan de zuid-west kant van de stad opnieuw een kruitopslag, deze keer zonder ongelukken !

Gedurende vele jaren zag men op de plek van de ontploffing een diepe kuil. De Maastrichtenaren gingen deze plek ‘Abrahams Look’ noemen. Dat doet men nu nog altijd. Alleen is er geen kuil meer maar staat er ongeveer op die plek een bruine kroeg met dezelfde naam: ‘ABRAHAMS LOOK’.

Een prachtig verslag van het hele gebeuren in schrift oude stijl en van de hand van Wijnandus Mengels, Chroniek van het dorp Opcanne bij Maastricht 1740 - 1778. is te vinden op de site Mestreech Online onder deze LINK.

Naor Bove

 Bron Tiny Feij artikel uit tweemaandelijkse magazine van Maastricht Digitaal, tekening kopergravure MGL van door J.Buys uit 1783, dagblad De Limburger 20-12-2011 door Vikkie Bartholomeus, foto plaquette Abrahamslook Wikipedia

Aonvaank