Kestiel Vaeshartelt

(Kasteel Vaeshartelt)

 

Kasteel Vaeshartelt is een 7 ha groot Engels park met typische 19e eeuwse parkaanleg, ingepast in een 18e eeuwse stramien van rechte lanen en bomenrijen met eeuwenoude bomen, verder zijn er vijverpartijen en grenst het park aan het Sterrenbos met verrassende vegetatie en rustige plekjes.

In 968 schonk Gerberga, vrouwe van Meerssen, een landgoed met bossen aan de abdij te Reims. Mogelijk omvatte deze schenking ook Hartelt = Vaeshartelt. In 1381 liet Jan van Hees het bos van Hartelt, dat hij gemeenschappelijk met Servaas van Mulcken in leen had van de heer van Valkenburg, na aan Servaas, Schepen van Sint Pieter en gegoed in Maastricht. Sindsdien heet het gebied het Hartelt van Servaas. Een versterkte boerenhofstede, vermeld in 1666, was de voorloper van het latere kasteel Hartelt van Servaas. Catherina, gehuwd met Servaas van Mulcken, erfde van haar man het goed Hartelt van Servaas. De laatste keer wordt haar man genoemd in 1399. Catherina hertrouwde in 1415 met Pierre van Cortenbach, een familie die tot in de zeventiende eeuw het goed beheerde. Achtereenvolgens bezitters van Vaeshartelt in zeventiende en achttiende eeuw: Cortenbach, Nassau, van Oostrum, Van der Veecken, kolonel De Sturler van het Maastrichtse garnizoen. De laatste liet de boerderij verbouwen (1739) Jan Willem Heldevier kocht Vaeshartelt in 1773. Hij vluchtte bij de komst van de Franssen. Zijn goederen werden aangeslagen en in 1803 verkocht aan Jaques Pierre Nolens, die in 1805 een noordvleugel bouwde. In 1813 kocht Jan Richard Hanssen Vaeshartelt, nu herbouwd in Empirestijl. In 1826 eigendom van graaf de Ginaudet de Rouchebouet. Na diens dood verkochten de erven Vaeshartelt in 1841 aan de gemachtigde van Koning Willem II, Pie Regout. Regout kocht Hartelt van Servaas in 1851, drie jaar na de dood van Willem II, die er slechts tweemaal twee weken verbleef. Een thans gedeeltelijk verdwenen monumentje moest vastleggen, dat Regout geen slinkse wegen had bewandeld voor het verkrijgen van het landgoed. De Belgische tuinarchitect J.Gindra legde een Engelse landschappark aan in 1853. Gindra paste daarbij, in navolging van onder meer de Duitse tuinarchitect W.F. Weyhe (verantwoordelijk voor de tuinaanleg van kasteel Amstenrade, waar Gindra tuinbaas / hovenier was), het principe van afscheiding tussen natuurlijk landschap en de kunstmatige parkaanleg toe door gebruik te maken van uitheemse boomsoorten en door het park af te schermen met een dichte (onder)begroeiing, doorsneden door een enkele vista's.

Nieuw voor Gindra was de inpassing van de bestaande vijver in het ontwerp. Achter dit water kwam de eigenlijke begrenzing van het park te liggen: de noordelijke pachtweide (Bloemenhof) hoorde niet tot het park en diende bij voorkeur daarvan afgescheiden te worden. Net zoals bij zijn vorige ontwerpen stond de in zichzelf gekeerd bij ook dit ontwerp - hoewel veel beperkter van omvang - centraal. Derhalve zijn thans zowel de noordelijke weide als de weide bezuiden de oostelijke lindenallee van grote beeldondersteunende waarde voor het geheel: zij accentueren de in zichzelf gekeerd van Gindra's aanleg.

Voor de afscheiding van noordelijke weide en park vond Gindra een oplossing door de vijver als het ware in twee delen te delen: een in verhouding vrij smalle waterloop langs de rijweg aan de oostzijde, met de bocht mee tot ongeveer halverwege het tuinweiland - in de Engelse traditie van een 'oneindige rivier' - en de grote watervlakte (de echte vijver) aan de noordzijde, naar het uiteinde van het park toe. Langs de waterloop ligt de afscherming cq. een dichte begroeiing aan de binnenkant van het park met voorbij de bocht een ruimte blik over het water naar de overkant; bij de vijver ligt ook de afscherming van het park met de cultuurgronden rondom aan de overkant, waardoor de vijver een meer wezenlijk onderdeel van park vormt. Het tuinweiland loopt naar de vijver toe iets op, waardoor vanaf de begane grond bij het huis de 'rivier' en het beginpunt van de vijver niet duidelijk zichtbaar zijn.

De hoofdstructuur van het park van Vaeshartelt wordt bepaald door drie zichtassen en een rondgaand pad. Een slenk beplant met bomen volgt een verbindingspad dwars over het gazon en deelt het park in tweeŽn, terwijl de ruimtelijke eenheid behouden blijft. De opbouw van het park wordt verder bepaald door diverse diagonale zichtassen en de lange lindenallee aan de zuidkant. Het padenpatroon bestond hoogstwaarschijnlijk uit twee ruime, ellipsvormige bogen, waarbij het dwarse verbindingspad onderdeel was van beide bogen.

De meest noordelijke zicht as loopt van het huis naar het hoogste punt van het terrein, een kunstmatige heuvel achter de vijver. In werkelijkheid is deze heuvel een ijskelder, waar een paviljoen / theehuis op staat en waaromheen een pad loopt. Deze ijskelder met theehuis is door Regout gebouwd en vormt een belangrijk onderdeel van Gindra's parkontwerp. De tweede zicht as voert van het huis (de noordvleugel) recht over het gazon naar het water. De derde zicht as leidt het blikveld naar de bocht in de waterloop, enigszins gemaskeerd door de grote rode beuk voor de bebouwing.

Twee 'pleintjes' verlevendigden het beeld en spelen een rol in de diagonale zichtassen van het park. Het eerste lag in de uiterste hoek bij de ingangspoort, het tweede in de bocht van de waterloop. Dit laatste 'pleintje' was geaccentueerd door een aantal fijnsparren. Tussen de grenzen van het park en het rondgaande pad is overal een begroeiing aanwezig, die van aard en samenstelling sterk wisselt. Aan de binnenzijde van het tracť zijn langwerpige stroken van verschillende, rijk gevarieerde boomsoorten geplant. Diverse groepen naaldbomen (spar, lariks, den, cipres) en loofbomen zijn goed te onderscheiden. Solitairen - veelal uitheemse soorten - staan verspreid langs de lindenallee en voor de vijver. Het soortenbestand van de bomen vertoont een opvallende gelijkenis met de Gindra's aanleg voor het park bij Kasteel Waleffe: tulpenboom, paardenkastanje, lariks, Italiaanse populier (niet meer aanwezig), treurbeuk, en verschillende andere soorten. Tegenwoordig wordt de vijver onder meer omzoomd door plataanhybriden; gewone, bonte, Noorse en vederesdoorns; zwarte elzen; prunussen; inlandse kers; lijsterbes; Amerikaanse eik, wintereik; mammoetboom; taxus; fijnsparren; Koreaanse zilversparren; paardenkastanje; Europese lariks; weymouthden; chamaecyparussoort; gewone en bruine beuk; es; moerascipres; boswilg, treurwilg, schietwilg; treurberk; buxus; iep; atlasceder; acacia; gewone abeel; christusdoorn; tulpenboom. Gindra's parkaanleg strekte zich niet aan de zuidzijde van de bebouwing uit: zijn aanleg hield op met de korte paardenkastanje laan

In 1863 kreeg Regout het recht op een eigen kapel in Vaeshartelt. In 1870 bood hij het buiten de Paus aan, toen Rome ingenomen was door de Italianen. Vanaf de definitieve verhuizing van Petrus Regout naar Vaeshartelt, begin jaren zestig van de negentiende eeuw, ondergingen buitengoed en met name het park - zonder enige relatie met het oorspronkelijke parkontwerp van Gindra - een transformatie tot ťťn groot 'theaterdecor', met het oog op een commerciŽle recreatieve exploitatie. Theatrale decoratie van het park in de vorm van fonteinen, beelden, vazen, kleinschalige bouwwerken e.d. was het gevolg. Beelden zonder een allegorisch karakter, als representatie van macht en rijkdom van Regout en als zodanig slechts imitaties van een vroegere toepassing. Het park werd de setting voor de "follies" en standbeelden, veelal afgietsels en kopieŽn. Vooral de waterpartijen, cascade en fonteinen bepaalden het concept van Regout's pleziertuin. In deze periode werd het halfronde waterbekken op de overgang tussen park en Sterrebosch aangelegd. Midden in de vijver verrees een pagodeachtig badhuis, met de oever verbonden door een of meerdere loopbruggen. Ook werd een overdaad aan kleine paden dwars door het gazon gelegd. Vaeshartelt werd het middelpunt van een complex van vier landhuizen (Grand Vaeshartelt, Petit Vaeshartelt, Grande Suisse en Petite Suisse), onderling verbonden door bomenlanen.

Het park van Vaeshartelt werd tevens opengesteld voor publiek.

Binnen enkele jaren na Regout's overlijden in 1878 was het grootste deel van deze parkversiering niet meer aanwezig. Ook de meeste tuinbouwsels waren geen lang leven beschoren. De ijskelder plus theekoepel, de brug en een beeld in de bocht van de vijver overleefden. De paden uit het weiland "de Bloemenhof" verdwenen weer.

Na de dood van Petrus Regout in 1878 werd het park met grote spoed ontmanteld: alle sporen van fonteinen en bouwsels werden zorgvuldig uit de parkaanleg verwijderd, meer en meer percelen rondom de bebouwing werden hoogstamboomgaard. Verscheidene smalle waterlopen en sloten werden in die periode ingekort en / of gedempt.

De contouren en de ruimtelijke opbouw van Gindra's originele ontwerp voor het landschapspark Vaeshartelt zijn, ondanks de vele, vaak ingrijpende wijzigingen, tot op de dag van vandaag min of meer bewaard gebleven en in zekere zin zelfs versterkt door het volgroeien van de bomen. De hoofdstructuur van het park wordt nog altijd bepaald door het rondgaande pad en de zichtassen, door de met bomen beplante slenk in het midden, de afscheiding van het park van het omringende landschap en talrijke verspreid staande solitairen. Ook wordt het huis Vaeshartelt nog steeds omringd door hoogstamboomgaarden, weilanden en bosperceel, die voor Gindra's tuinaanleg van grote landschappelijke, cultuurhistorische en beeldondersteunende waarde zijn. Hoewel de uitbreiding van de Beatrixhaven en bedrijfscomplexen een groot gedeelte van het buitengoed in beslag hebben genomen, is de intieme relatie tussen het huis en en het park in stand gebleven. De kern van het buitengoed heeft haar naar binnen gerichtheid behouden. De oude infrastructuur (de bomenlanen) en de kern van het buitengoed (bebouwing, tuinen, Sterrebosch en landschapspark) hebben weinig van de vroegere compactheid en allure verloren.

Adhťmar Regout was de laatste eigenaar. Hij verongelukte in 1953 kinderloos in zweden. De erven verkochten het goed in 1954 aan de Gemeente voor 993.000 gulden. Vaeshartelt werd daarna bewoond door de familie Moens, die Vaeshartelt exploiteerde als vakantieoord en jeugdherberg. De Gemeente verkocht in 1992 het totaal uitgeleefde Vaeshartelt aan de Valkenburgse Stichting Driekant, die er na de restauratie een opleidings- en conferentiecentrum van maakte.

Voor meer foto's klik op de camera:

naor bove

Bouwtype: Landhuis en bouwhoeve; buitenplaats

Adres: Weert 9, 6222 PG Maastricht (Oude benaming, met weerd (waard) wordt laagliggende land langs water bedoeld dat dikwijls overloopt)

Gemeente: Maastricht

Monumentenstatus: Rijksmonument nr. 326357 en 506738 (park), Provinciaal monument nr. 6222PG9 en 6222PGBY9 (park)

Huidig gebruik: Opleidingsinstituut (Driekant) en conferentiecentrum met restaurant en hotelkamers.

Bezoekgegevens: Als student van het opleidingsinstituut en als gast van het conferentieoord.

Website: Vaeshartelt, Limburgse Kastelen , Boek Historisch Encyclopedie Maastricht, Dr.Pierre Ubachs/Drs.Ingrid Evers. ISBN 90.5730.399.X

Fotoís MestreechterSteerke (muv zwartwit)

eine terŲk