Kestiel Meerssenhoven

(Kasteel Meerssenhoven - Itteren)

 

Kestiel Meerssenhoven in Itteren.

(Mertzenhoven - Mertzena)

Toen in 1971 het dorp Itteren bij Maastricht werd gevoegd, werd de stad een kasteel rijker: Meerssenhoven, in en uitwendig nog redelijk gaaf en dus alleszins een aanwinst. Enig verband met het Geulstadje Meerssen is er niet. Wie het wil opzoeken, moet de weg nemen langs het industrieterreinbij de Beatrixhaven en dan vóór de eerste brug over het Julianakanaal rechts inslaan, richting Weert-Meerssen , waar de weg over het kasteelterrein loopt. Men zal dan dan aan zijn linkerhand een van de windhoven vinden, nog steeds in bedrijf en daar tegenover rechts het herengoed, een typisch 18e eeuws landhuis met Franse tuinaanleg.

Het kasteel dat zó overgebracht kon zijn vanuit Bourgondië of van de boorden van de Loire, heeft een bewogen historie die teruggaat tot in de 14e eeuw, toen was het in de Middeleeuwen een leengoed van de heren van Valkenburg (‘Mertzena’). Een ganse reeks adellijke geslachten heeft het bewoond, verbouwd en verfraaid.

Vrij ingewikkeld is de geschiedenis van de Meerssenhoven, dat in 1448 verwoest werd door de Maastrichtenaren. Er hadden zich in het kasteel partijgangers genesteld van Willem van Arensberg, bijgenaamd “het zwijn der Ardennen”, die opstandig was tegen zijn wettige heer, de prinsbisschop van van Luik. Willem was weliswaar op het schavot aan het Vrijthof een kopje kleiner gemaakt, maar de Maastrichtenaren wilde ook zijn aanhangers  uitroeien en uit de streek verdrijven. Van de burcht bleef na afloop van de strijd weinig meer over dan enige keldergewelven en wat muurfragmenten, nog zichtbaar aan de parkzijde. Het werd echter weer herbouwd door de familie Van ’t Zievel, die ook het slot Severen in Amby bewoonde en nog veel andere bezittingen en banden met andere families in Zuid-Limburg had. Tussen 1596 en 1742 was het kasteel in hun bezit. Tijdens het bewind van de familie Van ’t Zievel werd Meerssenhoven in de Tachtigjarige Oorlog meermalen geclaimd door de Spaanse landvoogd Alva om het te gebruiken als zijn hoofdkwartier. In 1635 brandde Meerssenhoven vrijwel geheel uit, maar ook nu werd het kasteel weer herbouwd. In 1743, toen de familie Van ’t Zievel het kasteel had verlaten, werd het gesloopt en werd op dezelfde plek het huidige slot gebouwd door Arnold F. van Gilman. Het werd, mede omdat de verdedigende functie van een kasteel uit de tijd was geraakt, een voor die tijd een zeer modern landhuis met grote ramen, ruime zalen en prachtig stuc- en snijwerk boven de hoge deuren en de schouwen. De elkaar opvolgende geslachten bleven aan en verbouwen en van kasteel werd het een vriendelijk uitziend landhuis, een ‘ maison de plaisance’ . Dat speelde zich ook af in de 18e eeuw, zodat men begrip kan hebben voor de Franse generaal Jean-Baptiste Bernadotte, een maarschalk in het leger van Napoleon, die het tot zijn verblijfplaats koos en die daar de tijding ontving, dat hij tot gouverneur van Maastricht was benoemd.

Bekoorlijk ligt het witte huis daar, als een frans manoir, op korte afstand van de plaats waar de Geul onder het Julianakanaal door duikt op zijn tocht naar de Maas, al is het lawaai van de weg langs het industriegebied tot dichtbij genaderd. Wat óók bleef is de gordel van groen, van het park en de boomgaarden er omheen. Die gordel was er al toen het werd bewoond door de laatste adellijke  familie van Jan Arn, Jos Olislagers, die er verblijf hield tot 1877. In 1902 kwam het in handen van het geslacht Regout, dat er een privacy bij uitstek vond, temeer daar zij ook eigenaar was van heet aanpalende landgoed Vaeshartelt. Het was Gustave Regout, die als eerste in Nederland in de boomgaarden de laagstam fruitteelt invoerde. Hij importeerde ze uit Australië. Zijn enige zoon  Adhemar kwam bij een auto-ongeval in Zweden om het leven en de beide bezittingen kwamen onder de hamer, om eigendom te worden van de gemeente Maastricht, die er ongeveer een miljoen voor neertelde.  Dan wordt Meerssenhoven in 1955 aangekocht door de Broeders van Sint Jozef uit Heerlen, bekend als de Broeders van de Kneippinrichting, die er een instituut voor voogdijjongens in onderbrengen. Hun taak wordt naderhand overgenomen door de Broeders franciscanen uit Bleijerheide, die de jongens overbrengen naar Geleen. In een van de bijgebouwen  is een tweetal van deze broeders achtergebleven bij wijze van bewakingsdienst; geen overbodige weelde in deze dagen. Een van hen leidde er ons welwillend rond, voorzien van een omvangrijke sleutelbos, waarmee hij de talrijke poorten en deuren van hoofd- en bijgebouwen voor ons ontsloot. Hij wist te vertellen, dat er nadien een Brabander  (Vught) was gekomen die het van zijn congregatie wilde kopen om er een veebedrijf in te vestigen. Toen bleek dat hem aan voldoende financiële middelen ontbrak, is hij met de noorderzon vertrokken. Toen deze in financiële problemen kwam en het kasteel weer leeg kwam te staan, werd het gebruikt als onderkomen van Vietnamese bootvluchtelingen. Momenteel is het kasteel in particulier bezit. De laatste aspirant koper was een stichting, die er een inrichting voor transcendente meditatie wilde vestigen, waarvoor het in ieder geval beter geschikt is dan voor huisvesting van luidruchtige voogdij jongens in de puberteitsjaren. 

naor bove

Vanaf de weg betreedt men het landgoed over een stenen brug, die eertijds over de buitengracht lag. Deze gracht is evenwel in het begin van deze eeuw gedempt, maar er is nog een tweede, rondom het huis en de binnenhof, compleet met groene waterplanten en snaterende eenden, zoals het hoort. Het geheel is gebouwd in Lodewijkstijlen (XV en XVI) . Deskundigen herkennen op meerdere plaatsen de hand van de bekende Maastrichtse architect Mathias Soiron, wiens tekeningen nog berusten in het Rijksarchief. Is men over de eerste brug, die geflankeerd wordt door twee z.g. pylonen, waarop liggende stenen leeuwen, dan staan men voor een sierlijk ingangspaviljoen, dat gedekt is met een koepeldak met de windvaan en waarin een traliehek de toegang afsluit naar de ruime neerhof, links en rechts geflankeerd door grote dienstgebouwen. Het rechtse, waarvan de binnengevel geheel begroeid is met wingerd, waarin een talrijke vogelschaar huist, doet dienst als boerderij. In het andere is tijdens het verblijf van de jongens een kapel ingericht, waar het interieur en de glas in lood raampjes er op wijzen dat ze eerst recent tot stand kwam.

Een brug van mergel met 4 hardstenen bogen en borstweringen voert naar de ‘cour d’honneur’, waarvan het eigenlijke kasteeltje drie zijden in beslag neemt. Het is gebouwd in mergel en baksteen en bestaat slechts uit een beneden en een hoofdverdieping, die toegankelijk is via een dubbele borderstrap. Daarboven geeft een wijzerplaat in het fronton nog de tijd aan en slaat een klokje uur, half uur en kwartier. Het interieur met twee trappen in de zijvleugels vertoont slechts hier en daar sporen van onaangepaste bewoning. De rijke structuurversiering van Mathias Soiron in Lodewijk XVI stijl en waarschijnlijk in samenwerking met de Zwitserse sierstucwerker Petrus Nicolaas Gagini is nog vrijwel helemaal gaaf, evenals de verschillende Lodewijk XVI schoorstenen met tegel haardplaten enz. die het interieur versieren.

Evenals het kasteel is het wijdse park symmetrisch aangelegd. In de as van het gebouw loopt een met linden beplante hoofdlaan, halverwege gekruist door een dwarslaan met op het kruispunt een rond point. Ooit stond er een theekoepel en nog vindt men de resten van een labyrinth van coniferen uit de tijd dat dit soort zaken bij een kasteeltuin hoorde. Het park maakt enerzijds door een aangelegd voetbalveld en een omgeploegd stuk akkerland een slordige  indruk, anderzijds bespeurt men toch ook de met zorg en deskundigheid aangelegde lusttuinen, die in niet geringe mate bijdragen tot de charme van de voormalige edelmanswoning Meerssenhoven.

Naam: Meerssenhoven
Alternatieve benaming(en): Mertzena

Adres: Meerssenhoven 200-202, Maastricht
Bezoek: Nee

Omschrijving: (RCE) In de huidige vorm uit 1743-1744. Omgracht herenhuis met vooruitspringende zijvleugels; economiegebouwen aan weerskanten van een voorplein, dat door poortpaviljoen toegankelijk is. Het herenhuis heeft een betrekkelijk gaaf interieur in Lodewijk XV- / Lodewijk XVI-stijl. Achter het herenhuis een symmetrisch aangelegd park.

naor bove

Bron website: Limburgse Kastelen, Wikipedia, Rijksmonumenten, DBNL Kasteel In Limburg,

Bron: historisch Encyclopedie Maastricht, Dr.Pierre Ubachs/Drs.Ingrid Evers. ISBN 90.5730.399.X, Maastrichtse Monumenten Taal, Fons van Hees CZ uitgeverij  Corrie Zelen ISBN 90-6280-583-3

Foto’s DBNL,

eine terök