Geschiedenis Carnaval

 

Geschiedenis van het Carnaval in het Algemeen:

Het begrip.

De jaarkring van Maastricht kent 5 seizoenen: de normale zogezegd en het seizoen van Carnaval dat in deze stad "Mestreechter Vastelaovend" heet.
Ieder jaar immers, wanneer Koning Winter geleidelijk aan retireert en Prinses Voorjaar al wat vaantjes licht in de lucht hangt, dan begint -al weken van te voren- het bloed van de Maastrichtenaar te kriebelen en dan leeft hij als het ware toe naar "Vastelaovend": het driedaags hoogfeest van de Betrekkelijkheid.
Er is in het hele Maas- en Rijnlandse cultuurgebied geen stad aan te wijzen, waar dat feest van Vastelaovend zo traditioneel volks en zo massaal wordt gevierd als in Maastricht.
Een dergelijk volksfeest, dat ieder jaar opnieuw losbarst en, hoe dan ook, een hele stedelijke samenleving drie dagen lang letterlijk en figuurlijk op haar kop zet, is ondenkbaar zonder een ervaren organisatie, die dat ludieke spel begeleidt, evenementen initieert en organiseert en waar nodig nieuwe impulsen geeft.
Want dit is nog altijd de beste formulering van die Mestreechter Vastelaovend: 'n ongeorganiseerde chaos in 'n georganiseerd kader! (Thej Bovens).
Want juist door die hachelijke situaties zijn ook in de historie van Maastricht nogal wat periodes aan te wijzen waarin het de schijn had dat Vastelaovend een zachte dood gestorven was.

Wie op zoek gaat naar de diepste wortels van het fenomeen Carnaval, moet op zijn minst ongeveer 3000 jaar teruggaan in de historie om dan terecht te komen in het oude Athene, waar 1000 jaar voor Christus, bij het begin van de lente 3 dagen lang massaal en uitbundig feest werd gevierd ter ere van "het nieuwe leven en het nieuwe licht".
Middelpunt van die feestviering was God Dionysus, alias Bacchus, die in de Griekse godenwereld als de oerkracht van het leven werd beschouwd.
Met veel plechtigheid haalden de Grieken die godheid ieder jaar opnieuw op een scheepswagen Athene binnen.
Die scheepswagen heeft in de loop der tijden de naam Carrus Navalis gekregen, en in die benaming is Carnaval gemakkelijk te herkennen.

In de geschiedenis van de mensheid verplaatst het zwaartepunt van de cultuur zich voortdurend.
Zo is de Griekse cultuur veel eeuwen later via het Romeins Imperium, Europa binnengestroomd. De Romeinen vierden hun Saturnaliafeesten, en wel van 17 tot 24 december, ter ere van hun god Saturnus.
Ook in die feesten, die wel bijzonder veel elementen hadden die we tegenwoordig nog in carnavalsgebruiken en in het bijzonder in de Mestreechter Vastelaovend terugvinden, speelde de Carrus Navalis een grote rol.
De missionarissen die in onze streken eeuwen later het christendom kwamen verkondigen, troffen hier dus diepingewortelde traditionele, maar heidense, cultusgebruiken aan, waaronder die zogenaamde "lentefeesten".
Ze hebben toen getracht ook die feesten te "verchristelijken", en wel door ze zoveel mogelijk te plaatsen vˇˇr de Vasten. Tegelijk daarmee werd aan die feesten de meer christelijke betekenis "Carnavale", "afscheid van het vlees", gegeven.
En daarmee is dan een andere, een jongere betekenis van het begrip Carnaval en van Vastelaovend (Vastenavond) historisch verklaard.
Nu moet men vooral niet menen, dat de overigens goedbedoelde "verchristelijking" van Carnaval destijds tot gevolg heeft gehad dat dit volksfeest daarna ook geaccepteerd werd bij het wereldlijk en kerkelijk gezag.
Integendeel!
De "scheepswagen" carnaval is in de loop der tijden als een vergiet doorboord met decreten, verbodsbepalingen, dreigementen, waarschuwingen en sancties, zowel uit de hoek van de religie als uit die van de burgerlijke autoriteiten.
Maar in het bijzonder het Maastrichtse volk, dat als bewoners van een vestingstad generaties lang gewend was aan belegeringen en kanongebulder, juist dat volk bleek zich van al die banvloeken en verordeningen niet veel aan te trekken en vierde "Vastelaovend"; tenminste als dat niet tengevolge van hachelijke situaties, zoals oorlog, belegering, crisis of bezetting, onmogelijk was.
Nieuwe presentatie van Vastelaovend, met rijke elementen van volkse levenskunst, zich manifesterend in het straatcarnaval, carnavalsliedjes, -optochten, -kranten, -zittingen, tonnenredenaars, kachelpiepers (zie elders), kindertekenwedstrijden, Narrenuniversiteit, carnavalsconcert, enfin tot en met de carnavaleske versiering van caf?s en etalages toe.
En dat chaotische geheel van volkse levenskunst uit zich, zoals reeds opgemerkt, binnen een georganiseerd kader. Het chaotische immers impliceert spontaniteit, het georganiseerde kader garandeert continu´teit!
Met dank aan Sjef van Mestreech online

eine ter÷k