Onze Lieve Vrouwe Kèrk

 

De O.L.V kerk werd ruim 15 eeuwen geleden binnen de Romeins versterking gebouwd. Het huidige kerkgebouw dateert van 1100. Het is een prachtige Romaanse kerk met een zeer mooi interieur. Omdat de toren op een zware vestingmuur lijkt, wordt deze bouw tot de zogenaamde fortkerken gerekend. Hiervan is in Nederland geen enkel ander voorbeeld voorhanden. De O.L.V-kerk heeft in het verleden altijd binding gehad met het bisdom van Luik, terwijl de Sint Servaas een binding heeft gehad met het Duitse keizerrijk en met het Brabantse gezag. Het O.L.V beeld is het pronkstuk van deze kerk, al vele honderden jaren wordt dit beeld  vereerd (sinds de 15e eeuw). In het jaar 1532 zou het beeld voor het eerst zijn meegedragen in een processie. Het beeld trekt nu nog duizenden bezoekers per jaar,  getuige de vele kaarsjes die door bezoekers worden opgestoken.

'De Slevrouwe' zeggen de Maastrichtenaren. En in dat ene woord - en de wijze waarop ze het uitspreken - liggen heel hun liefde en eerbied besloten voor de bijna duizendjarige kerk van Onze Lieve Vrouw. Er is, in Maastricht, geen kerk die zo lang en zo innig alle lief en leed met de Maastrichtenaren heeft gedeeld als deze, officieel aan Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming toegewijde, kerk. Sinds 1837, het genadebeeld van de Sterre der Zee wordt vereerd zodat de Slevrouwe, bovendien, het middelpunt werd van een diepe en wijd reikende Mariadevotie. Hierom maar vooral ook om haar eerbiedwaardige verleden werd de Onze Lieve Vrouwekerk, met Pasen 1933, tot basilica minor verheven. Zodat het sindsdien evenmin een vraag is welke kerk de Maastrichtenaren bedoelen als ze het hebben over 'de basiliek'.
De Lieve Vrouwekerk mag soms graag de moederkerk der Lage Landen genoemd worden. Omdat zij vanaf de komst van Sint Servatius, in 384, tot 722 de kathedrale kerk van het bisdom Maastricht was vanwaar de Maastrichtse bisschoppen immers naar alle windstreken in de Nederlanden het christendom verkondigden. Aan de Onze Lieve Vrouwekerk zijn de Maastrichtenaren ook daarom zo gehecht omdat zij, tot de Franse revolutie, de officiële stadskerk was. Dit in tegenstelling tot de Sint Servaaskerk die als rijksvrije kapittelkerk binnen de wallen der stad een politieke enclave vormde. Die volkomen onafhankelijk was van de stedelijke magistraat, die geen hertog dan wel bisschop boven zich duldde en die rechtstreeks stond onder het gezag van paus en keizer.

1837 in de geschiedenis van de Slevrouwe. De kerk werd toen teruggekocht van de staat en weer parochiekerk na vanaf de Franse revolutie aan de eredienst onttrokken te zijn geweest en te zijn ingericht als militaire smidse, magazijn en paardenstal voor de artillerie. In hetzelfde jaar 1837 liet oud-kanunnik Lysens, die pastoor van de Sint Matthijs was geworden, heel in het geheim de twee kostbaarste stukken uit de kerkschat van de Slevrouwe naar Rome brengen: het zuiver gouden byzantijns dubbelkruis met de grootste kruisreliek ter wereld en het originele borstkruis van keizer Constantijn de Grote. In 1837 werd, tenslotte, het beeld van de Sterre der Zee naar de Onze Lieve Vrouwekerk overgebracht waarmee de eeuwenoude Maastrichtse Mariadevotie zou kunnen blijven voortbloeien. De schatkamer heeft een groot aantal voorwerpen van kerkelijke kunst en kunstnijverheid, o.a. rijk geborduurde koorkappen en kazuifels, het z.g. "Levietenkleed" van St.Lambertus, de voorlaatste bisschop van Maastricht, relieken in prachtige houders, processievaandels, kerkzilver, beelden enz.

Sterre Der Zee

Het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw 'Sterre der Zee', dat zich tegenwoordig bevindt in de Basiliek van Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming, behoorde van oorsprong toe aan de paters Minderbroeders van de Sint-Pieterstraat. De Minderbroeders waren vurige Maria-vereerders, en het is dus niet verwonderlijk dat zij, vermoedelijk omstreeks 1470, de schenking van een Mariabeeld aanvaardden van de edelman Nicolaus van Harlaer, toen deze op latere leeftijd bij hen intrad.

Het Mariabeeld is een 15e-eeuws houten beeld, van Duitse makelij, volgens de klassieke voorstelling van een "Schöne Madonna": een staande Maria, die een bloot Jezuskindje op de linkerarm draagt, dat de handjes uitstrekt naar een vrucht die Maria in de rechterhand draagt, een appel, een peer of een druiventros. In de 15e eeuw ontstond rond dit beeld van de Minderbroeders een grote volksdevotie, die zelfs de verering van Sint Servaas begon te verdringen. Op Paasmaandag 1532 schijnt het beeld voor het eerst te zijn meegedragen in processie.

Al snel werd dit beeld, naar Zuid-Europese mode, bekleed met een wijde kegelvormige mantel, waardoor de iconografie ook aangepast moest worden: de vrucht die Maria draagt werd een soort houder voor een lelie, en het blote Jezuskindje kreeg een mantel aan en een kroon op het hoofd.

Het Mariabeeld van de Franciscanen kwam in het middelpunt te staan van een vurige verering door het volk van Maastricht. Er vonden regelmatig gebedsverhoringen en wonderbaarlijke genezingen plaats, waardoor de volksdevotie sterk werd aangewakkerd. De bloeiperiode van de verering was zonder twijfel de Spaanse periode, tussen de inname van de stad in 1579 en de sluiting van het klooster van de Minderbroeders in 1639. Een serie wonderbaarlijke genezingen deed de bedevaartgangers met grote aantallen de weg naar het Franciscanenklooster vinden. Vooral de processie op Paasmaandag kende een zeer groot succes: in 1611 telde men 19 à 20.000 pelgrims. Deze processie werd de voorloper van de heden nog bestaande bidweg. Lees hier het hele verhaal over het ontstaan van de 'Sterre der Zee'

Schatkamer Onze Lieve Vrouwebasiliek

ook deze schatkamer heeft een graat aantal voorwerpen van kerkelijke kunst en kunstnijverheid, o.a. rijk geborduurde koorkappen en kazuifels het zogenaamde "Levietenkleed" van St.Lambertus, de voorlaatste Bisschop van Maastricht, relieken in prachtige houders, processievaandels, kerkzilver, beelden enz.

 

 

 

OLV Broederschap heilig sint Joseph,

Drieëneenhalve eeuw d’n Hiemel (Baldakijn)

De broederschap wordt in 1655 opgericht in de Nicolaaskerk die vroeger aan de Noordkant van het Onze Lieve Vrouweplein lag. In 1837, als de Onze Lieve Vrouwekerk na de bezetting door het Franse leger als paardenstal en smederij weer voor de katholieke eredienst wordt gebruikt, verhuist de broederschap mee. Devotie van de heilige Josef is hun belangrijkste taak. Viering van het patroonfeest op 19 maart: bedevaarten naar Leuven of Scherpenheuvel. De ‘broeders’ begeleiden de geestelijken van en naar de kerk en dragen in processie het baldakijn. In 1734 laat meester Egidius Doyen speciaal een luxe processiehemel maken van purper fluweel met gouden franje.

De aanbidding van het boegbeeld van de basiliek, de Sterre der Zee, wordt tot grote onvrede on 1838 overgenomen door de Broederschap van Onse Lieve Vrouw. Broedermeester Nicolaas Lambert Jonckers noteert kwaad in zijn dagboekje over de coupe door de ‘concurrenten’ “sonder nog enige kennis alvorens gegeven te hebben aan de regenten des broederschaps” Sowieso is Jonckers niet al te gelukkig met de gang van zake. Zo weigert hij een rokkostuum te laten maken en neemt uiteindelijk ontslag. “Ze hadden mij willen dwingen tegen mijnen zinen tegen alle manieren om een swarten rok te doen maken om in de processie meede te gaan.”

Het rokkostuum is lange tijd de plechtige dracht geweest van de broederschap, tegenwoordig volstaat een zwart pak. Als de Broederschap met ontstoken flambouwen (toortsen) het eeuwenoude beeld van St. Josef passeert is het een machtig gezicht.

Voor mij persoonlijk straalt de graveerde tekst boven de deur 'Ga hier niet voorbij, zonder een Ave Maria voor Mij' een aantrekkingskracht uit om toch maar even een of meerdere kaarsjes te branden, voor mij is de OLV Kerk net als voor vele andere Mestreechtenere een plaats waar ik een kaarsje kan ontsteken en waar ik me even tot Maria kan wenden en tot rust kan komen, want ondanks de vele toeristen straalt het kapeltje nog altijd rust uit.

eine terök