Tramhalte

(Tramhalte Emmaplein)

 

Tramhalte Emmaplein,

Het voormalig tramstation (Koningin Emmaplein 9-10), gebouwd in eclecische stijl in 1894 door de Belgische Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMBS) en diende als vertrekpunt voor de tramlijnen Maastricht-Glons (1894), Maastricht-Tournebride met aansluiting op de tramverbinding tussen Tongeren en Maaseik (1898) en de lijn Maastricht-Vroenhoven-Tongeren (1909). Het pand, gebouwd in opdracht van de NMVB, is gesitueerd in de gesloten wand van het Koningin Emmaplein en doet dienst als officiersmess van het Provinciaal Militair Commando. Na het vervallen van de tramlijnen is de eerste bouwlaag, met open wachtruimten onder ronde toegangsbogen, voorzien van een gesloten frontgevel. Daarbij is het rustica-stucwerk vervangen en werden de rondbogen van de stationshal voorzien van venster- en deurkozijnen. De aanbouwen van een laag aan de achtergevel plus een houten bijbouw zijn uitgesloten van bescherming. Omschrijving Voormalig tramstation met souterrain, twee bouwlagen en zolderverdieping op rechthoekige plattegrond, gesitueerd in lengterichting. Het geheel wordt gedekt door een zadeldak met muldenpannen, bakgoten en een recente dakkapel op het voordakvlak. Twee dakkapellen plus dakvenster op het achterdakvlak. Symmetrische voorgevel. Gepleisterde eerste bouwlaag op hardstenen plint.

Vijf gesausde bakstenen rondbogen voorzien van drie stalen vensters met roedeverdeling en twee dubbele houten toegangsdeuren. Figuratief smeedwerk van recente datum in de vulstukken van de deurbogen. In de tweede bouwlaag bevinden zich vijf venstertraveeën met rechthoekige houten T-vensters, geflankeerd door gestucte hoeklijsten, onderling gescheiden door gestucte, Ionische zuilen en omgeven door lijsten die afwisselend van een boogvormig of driehoekig fronton zijn voorzien. Het geheel tegen de achtergrond van een grijsblauw gesausde bakstenen optrek met gesneden voegen, als het ware rustend op een gevellijst. De gestucte zuilen lijken een architraaflijst te dragen die oorspronkelijk was voorzien van de tekst: "<- Vers Glons. Chemins de fer Vicinaux. Vers Maeseyck ->". De gevel wordt bekroond door een aanzienlijke topgevel met driehoekig fronton. De drie traveeën worden geleed door vier gestucte Corinthische zuilen. Centraal geplaatst is een ronde stationsklok in een gestucte lijst met boogfronton, geflankeerd door twee vensters in een stuclijst met driehoekig fronton. Daarboven, in de timpaan van het grote fronton, een gestuct gevelvlak dat oorspronkelijk het opschrift "Station" droeg.

De achtergevel is opgetrokken van grauwbruine baksteen en onregelmatig ingedeeld. Drie segmentboogvormige houten kruiskozijnen, segmentboogvormig verticaal geleed houten venster, twee ongelede segmentboogvormige houten vensters in de tweede laag. De eerste laag wordt geheel aan het oog onttrokken door wit gesausde aanbouwen van een laag plus een houten bijbouw, welke zijn uitgesloten van bescherming. De achtertuin wordt omgeven door een bakstenen tuinmuur.De indeling van het interieur is op de begane grond volledig gewijzigd. De indeling van de tweede laag en de zolderverdieping is intact, maar bevat geen beschermde onderdelen. Waardering Het voormalige tramstation is van cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische en typologische ontwikkeling en vanwege de innovatieve waarde. De architectuurhistorische waarde wordt bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten en de ornamentiek. Uit oogpunt van ensemblewaarden is het pand van grote betekenis als belangrijk onderdeel van de Maastrichtse singelgordel.

Verder is het tramstation vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van de stad en van betekenis voor het aanzien van de stad. Dientengevolge is het pand van zeer groot belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Het voormalige tramstation beschikt tenslotte over een typologische en functionele zeldzaamheidswaarde, in combinatie met een voor tramstations relatief hoge ouderdom.

Naor Bove

Terwijl de Omnibussen nog door de straten reden beraadde men zich over de invoering van een vervoermiddel op rails. In 1896 besloot de gemeente tot de aanleg van een gemeentelijke gastramlijn (de Gaastram). Op 22 april 1896 maakt de Maastrichtse gastram haar eerste rit van het station over de brug richting Vrijthof. Het trammetje had veertien zitplaatsen, zeven staanplaatsen. Echt een succes is de gastram niet want je kunt zo ongeveer beter lopen. De maximale snelheid is 12 kilometer per uur en gemiddeld rijdt het ding slechts zes kilometer per uur. Aan de voet van de brug moeten de passagiers uitstappen omdat de tram met volle belasting de helling niet haalt. Meer dan zes jaar van 1896 tot 1902 reed deze Maastrichtse tram door de straten. In het begin 532 passagiers per dag een aantal dat steeds terugliep en in 1901 waren het er nog maar ongeveer honderd. De rijtuigen waren zo slecht, dat zij door het schudden en schokken op de rails uit elkaar trilden. Bovendien hadden de passagiers heel veel last van de smeerolielucht omdat locomotief en rijtuig een geheel vormden.

Aangezien deze niet voldeed, ging de gemeente in 1902 over op een paardentram die in 1919 weer opgevolgd werd door motorbussen aangedreven met behulp van elektriciteit. Deze bleken al snel niet te voldoen, waarna de gemeente overging tot aanschaf van bussen die op benzine reden. De exploitatie van de tram werd door het gemeentelijk vervoerbedrijf “De Maastrichtsche Tram” geëxploiteerd en moest feitelijk zorgen voor de correspondentie tussen de verschillende reizigersknooppunten bij de stations in Wyck, het station Boschpoort en Koningin Emmaplein. De dienst met de gastram werd in 1902 gestaakt en in 1903 als paardentram hervat. Wegens militaire versperring van de Maasbrug werd het bedrijf op 15 augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gestaakt en niet meer hervat. Het tracé van deze lokale tram liep door de Stationsstraat over de Servaasbrug, door de Grote Staat naar het Vrijthof en via de Helmstraat, Grote Gracht naar de Markt, via de Boschstraat en Bosscherweg naar het Station Boschpoort en via de Maagdendries en Statensingel naar het Koningin Emmaplein.

In de Gemeente Maastricht reden vanaf 13 januari 1894 drie grensoverschrijdende stoomtramlijnen richting de Belgische grens. Dit betrof de lijnen Maastricht – grens – richting Kanne, Maastricht – grens – richting Smeermaas en Maastricht – grens – richting Vroenhoven. Dit waren doorgaande lijnen, respectievelijk in de richtingen Glons , Maaseik en Tongeren. Zij werden aanvankelijk geëxploiteerd door de Limburgse Stoomtrammaatschappij en vanaf 1922 door de Nationale Maatschappij Van Buurtspoorwegen (NMVB), die ook wel in het Frans werd aangeduid als de "Société Nationale des Chemins de fer Vicinaux" (SNCV), die in België het streekvervoer verzorgde. De diensten op Nederlands grondgebied werden op 17 juli 1943 opgeheven. Aan deze lijn herinnert een Franstalig opschrift op de gevel van het pand Koningin Emmaplein 10, waar het vertrekpunt lag voor de tramlijnen Maastricht-Glons (1894), Maastricht-Tournebride met aansluiting op de tramverbinding tussen Tongeren en Maaseik (1898) en de lijn Maastricht-Vroenhoven-Tongeren (1909). Stalling en onderhoud van al dit gemeentelijk vervoersmaterieel geschiedde op de terreinen gelegen aan het Lindenkruis. Ter hoogte van de noordwestelijke hoek van de Tapijnkazerne bevindt zich een brug op een gietijzeren draagconstructie: de draagconstructie behoort nog tot de spoorbrug van de tramlijn uit 1910.

In 1904 werd door de gemeenteraad besloten om op verschillende plekken in Maastricht stadsklokken te plaatsen, o.a. op het stadhuis, de sectiebureaus van de politie, het tramstation Koningin Emmaplein en de telefoontoren op de Tongersestraat. Deze werden in januari 1905 geleverd door Jos Herzberg, horloger aan de Kleine Staat en waren afkomstig van de firma Wagner uit Wiesbaden. Later werden nog enkele klokken geplaatst.

Naor Bove

Bron: Rijksmonumenten, Gemeente Maastricht, DBNL, Fam.Kerbusch,

eine terök