Fort Willem

(Artikel uit De Trompetter/Maaspost)

 

Fort Willem Deel 1

De Trompetter/Maaspost woensdag 19 februari 2014

Historie in en om de vesting:

Het fort Willem ligt op de Caberg ten noordwesten van het centrum van Maastricht. De meeste Maastrichtenaren kennen de speeltuin die dezelfde naam draagt, maar het vestingwerk is minder bekend.

Om de oorsprong van het fort te achterhalen moeten we terug naar de Franse Tijd die voor Maastricht van 1794 tot 1814 duurde . Met het vertrek van de Fransen tweehonderd jaar geleden brak de tijd van haar Koninkrijk Der Nederlanden aan, de korte periode (1814-1830/1839) waarin Nederland en België een staatkundige geheel vormden. Toen echter keizer Napoleon op 1 maart 1815 ontsnapte uit zijn verbanningsoord Elba, raakte heel Europa in rep en roer en ontstond de vrees dat de Fransen weer terug zouden kunnen komen. Al in de tweede helft van maart kwam vanuit Den Haag de opdracht een aantal belangrijke Nederlandse vestingen in staat ven verdediging te brengen. In Maastricht kregen enkele aannemers de opdracht herstelwerkzaamheden aan de vesting ut te voeren. Ze riepen burgers op zich te melden in het Sint Andriesklooster waar ze in werkploegen zouden worden ingedeeld. Ze konden wel 22 tot 28 stuivers per dag verdienen en goede vaklui zelfs nog meer.

De Caberg werd in die tijd als een mogelijke bedreiging voor de vesting gezien. Nadat op de Sint Pietersberg als in de jaren 1701-1702 een fort was gebouwd om een vijandelijke beschieting van die kant tegen te gaan, bleef de Caberg onverdedigd. Een aanvaller die daar geschut zou opstellen, zou daar wel eens strategisch voordeel uit kunnen halen. Veel geld om een nieuw vestingwerk te bouwen, was er niet en daarom deed de militaire bevelhebber van de stad, luitenant-generaal Guillaume Anne, baron de Gonstant-Villars een oproep aan de soldaten van het garnizoen zich te melden als vrijwilliger voor de aanleg van een fort op deze hoogte. Omdat er in eerste instantie vooral grond moest worden verzet, maakte het niet uit wie zich zou melden. Van 18 tot 20 april waren enkele honderden soldaten op de heuvel aan het werk; officieren en zelfs een heuse generaal gaven het goede voorbeeld. Een groot deel van het garnizoen werd echter naar elders verplaatst. Burgemeester Coenegracht riep nu op zijn beurt op de 21e de burgerij op het werk als vrijwilliger over te nemen.

Voorafgegaan door de burgemeester zelf, het stadsbestuur en de leden van het gerechtshof trok op maandag 24 april een grote menigte de heuvel op. Het enthousiasme was echter van korte duur en gelukkig konden vanaf 1 mei ook betaalde krachten worden ingezet. Het fort werd in 1815 in eerste instantie geheel in aarde uitgevoerd. De wallen kregen houten palissaden die voor een deel op andere vestingwerken werden weggenomen omdat er een tekort aan hout was . Pas in 1816 kreeg aannemer Jaen Hubert Boré opdracht het fort te voltooien en in metselwerk uit te voeren. Dat werk zou zog tot 1818 duren. De plattegrond van het fort vormt een ongelijke vijfhoek die aan vier zijden door een droge gracht werd begrensd. Beide wanden van de gracht zijn in metselwerk uitgevoerd en achter die wanden loopt een rondgaande galerij die uit 136 gewelfde vertrekken bestaat. Elk vertrek heeft vier of vijf schietgaten die op de droge gracht gericht zijn. Het fort werd verder omgeven door een bedekte weg en een zogenaamd glacis, een aarden wal die die het naar buiten toe aan het oog moest onttrekken. De achterzijde of keel werd gevormd door een muur met schietgaten en een monumentale toegangspoort. In tegenstelling tot fort St.Pieter kende fort Willem geen overdekte geschutsopstelling; het geschut kon op het binnenterrein worden opgesteld achter een aantal aarden wallen. In de linker flank van het fort werd een kazemat gebouwd, die als bomvrije kazerne en als magazijn bedoeld was. In 1820 ging men ervan uit dat in fort Willem duizend man en 36.000 pond buskruit bomvrij konden worden ondergebracht.

Toen de vesting Maastricht in 1867 werd opgeheven, bleef het fort voor een deel bij het garnizoen in gebruik. Het maakte toen onderdeel uit van het schietterrein 'het voorrmalige Bossche front’.  De militairen wilden in 1867 zelfs met kanonnen gaan schieten vanuit de omgeving van de Capucijnenstraat op een doel in fort Willem. De schietbanen bleven in elk geval in gebruik tot in de Eerste Wereldoorlog en in de periode tussen de beide wereldoorlogen werd een deel van de kazemat gebruikt als ‘gaskamer’ voor militaire gasmaskeroefeningen. Landbouwer J. Crijns huurde in 1910 een aantal ruimtes in de kazemat om er landbouw goederen op te bergen en in 1927 had een zekere H.Jansen woonkamers in het fort in gebruik.

Fort Koning Willem I vanuit de Kastanjelaan en Droge Gracht.

Fort Willem 1 Deel 2

De Trompetter/Maaspost woensdag 5 maart 2014

Historie in en om de vesting:

Et was op 16 oktober 1869 dat in het kader van de ontmanteling van de vesting Maastricht bestek nummer 18 werd aanbesteed.

In dat bestek werd ‘het slechten van het noordelijk deel van het fort Koning Willem 1’ geregeld. We kunnen daar lezen dat de aannemer de wallen bovenop dit deel  van het fort moest afgraven en dat hij met de vrijkomende  grond de droge gracht moest vullen. Het metselwerk zou tot een halve meter onder het bovenvlak worden gesloopt en ook de galerijen  zouden gedeeltelijk worden afgebroken en dicht gemetseld. Gelukkig werd dit bestek niet naar de letter uitgevoerd en kunnen we tegenwoordig constateren dat het gangenstelsel volledig intact is gebleven. De aannemer moet voortvarend aan de slag zijn gegaan, want we lezen dat in december bij de sloopwerkzaamheden een arbeider uit Rekem om het leven kwam.

De gemeente Maastricht kreeg het geëgaliseerde noordelijke deel van het fort in bezit en richtte daar de gemeentelijke boomkwekerij in, het zuidelijke deel bleef militair terrein. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er vanuit de Lambertusparochie het initiatief op het fort een speeltuin in te richten. Daartoe werd in 1946 de stichting Futura opgericht. Behalve met de gemeente had deze toen ook te doen met de minister van Oorlog, die de militaire gronden onder voorwaarden beschikbaar stelde. Na een korte aanloopperiode was de ‘Kinderspeeltuin Fort Willem’ in 1947 een feit en tot op de dag van vandaag kunnen de kinderen van Maastricht boven op het fort gedurende een groot deel van het jaar terecht. In 1947 werd op initiatief van kapelaan Funken van de Lambertusparochie onderzocht of de kazemat van het fort zou kunnen worden ingericht tot Vormingscentrum van het Katholieke Arbeiders Jeugd (K.A.J.) . Om het idee te verwezenlijken moesten in het interieur van de kazemat allerlei wandjes worden afgebroken  en daarna kreeg men pas goed zicht op de ‘prachtige ruimten onder de gave gewelven’.  Na verbouwing ontstond er een echte jeugdherberg met keuken,  conservatiezaal, slaapzalen en een heuse kapel. Buiten was er een terras en om voldoende licht binnen te krijgen werden twaalf nieuwe ramen gemaakt. In 1952 werd de kazemat  door Domeinen mede in gebruik gegeven aan de organisatie Bescherming Bevolking (BB) en gaf die het jaar daarna aan dat zij het gebouw tot provinciale commandopost wilde gaan inrichten. Daarvoor moesten er ingrijpende aanpassingen worden doorgevoerd zo zou er een luchtverversinginstallatie komen en zouden de twaalf ramen weer worden dicht gemetseld. De K.A.J.  zag dat als medegebruiker niet zitten en liet weten het pand met ingang van 1 januari 1954 te zullen verlaten. Daarna werd het gebouw aangepast aan de behoeften van de BB en werden onder andere de nieuwe ramen weer dicht gemetseld. In 1961 liet de BB weten dat de commandopost moest worden aangepast voor de ‘nucleaire oorlogsvoering’ en daartoe zouden er voor een bedrag van 250.000 gulden nieuwe technische voorzieningen worden aangebracht.

De geheel vernieuwde provinciale commandopost, inclusief een nieuw gebouw onder de wallen van het fort, werd in juni 1966 door minister-president Cals geopend. Deze commandopost bleef in het gebouw gevestigd tot 1992 toen de BB allang was opgeheven en de val van de Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn het einde van de Koude oorlog hadden betekend. Na een paar jaar van leegstand werd de kazemat in 1994 aan Brouwerij Heineken in erfpacht gegeven om er de studentenvereniging Tragos in onder te brengen. Deze heeft enkele jaren later opnieuw een ondergronds deel aan het gebouw toegevoegd en maakt er tot op de dag van vandaag gebruik van. Met de speeltuin en de studentenvereniging kunnen we stellen dat het fort een bestemming heeft en ook wordt beheerd. Het is jammer dat historisch/toeristische rondleidingen nog niet goed  van de grond zijn gekomen. Een bezoek aan de imposante dubbele rondgaande galerij en aan het nog bestaande deel van de droge gracht is de moeite waard, maar moeilijk te realiseren omdat de enige toegangsmogelijkheid via de feestzaal van de studentenvereniging loopt. Er is oorspronkelijk nog een tweede toegang geweest, die bij het egaliseren van een deel van het fort is komen te vervallen.  Stichting Maastricht Vestingstad en Stichting Menno van Coehoorn pleiten bij de gemeente Maastricht al jarenlang voor het herstellen van deze historische toegang zodat rondleidingen mogelijk worden.

Het verleggen van de westelijke aanlanding van de Noorderbrug betekent ook dat Fort Willen en de Werken van Du Moulin door een grote en intensief gebruikte verkeersader gescheiden dreigen te raken. Ook hier pleiten beide stichtingen  voor een goede verbinding voor voetgangers zodat de samenhang van de vestingwerken ter plekke ook kan worden beleefd.

Foto Fort Willem, galerij aan de Droge gracht.

Brom: De Trompetter/Maaspost woensdag 19 februari 2014en tweede deel op  5 maart 2014, geschreven door Jos Notermans en St. Menno van Coehoorn

Foto: Math Custers, Wikipedia, Rijks Cultureel Erfgoed

eine terök