Oorlogsmonnúmint

Keuningsplein

 

(Oorlogsmonument Koningsplein)

 

Op verzoek van het Comité tot Oprichting van een Limburgs Oorlogsmonument is door burgemeester en wethouders aan de comité bericht, dat als plaats daarvoor voorlopig het Koningsplein is aangewezen, welke aanwijzing naderhand definitief werd.

Het monument bestaat uit een achttal figuren in brons, geplaatst op een terras lang 26 meter en breed 16 meter waaruit de sokkel bestaande uit vier treden, oprijst. Deze onderbouw is uitgevoerd in beton. Het gedenkteken symboliseert de bevrijding door het Amerikaanse leger, de activiteit der verzetsorganisaties, de terugkeer van Nederlandse gevangenen, de vreugde om de herwonnen vrijheid, de hervatting van de arbeid voor de wederopbouw en de rouw om de verliezen, die tijdens de oorlog waren geleden. Bij Raadsbesluit d.d. 22 april 1952 werd de schenking van dit monument door de raad aanvaard.

13 september 1952 had de onthulling plaats .... Zo staat het in ambtelijk stijl door H.T. Dumoulin, toentertijd chef afdeling archief ter gemeentesecretarie in zijn 'Verzameling van Maastrichtse Monumenten' opgetekend. Wat er allemaal voorafgaat, eer zo'n monument kant en klaar op zijn plaatst staat, vernamen wij van de ontwerper zelf: Charles Eijck, 80 jaar oud. Of beter 80 jaar jong, want het werd een kostelijk verhaal daar in zijn huis op Ravensbosch.

De opdrachtgever was de gemeente Maastricht en het Verzet. Honderd en tienduizend gulden was het budget, waarvan 10.000 gulden voor de kunstenaar-ontwerper. Een niet onaardige vergoeding, zal wellicht iemand opmerken. Maar toch weer niet zó royaal, als men weet dat prof. Raedeker voor het Verzetmonument Op de Dam door de gemeente Amsterdam gehonoreerd werd met vijf ton, plus een levenslange lijfrente voor zijn vrouw. Charles Eijck had toen zijn atelier in de Sint-Andrieskapel op de Maagdendries, hiet stond het ontewerp opgesteld, of beter gezegd twee ontwerpen. Het monument wat nu op het Koningsplein te zien is, is het tweede. Van het eerste, in een meer traditionele vorm, moeten nog enige beelden op ongeveer halve hoogte over zijn, uitgevoerd in chamotte, de ontwerper herinnerde zich niet waar die gebleven waren. Een half jaar lang werkte hij aan de gipsvormen, bijgestaan door vijf assistenten, waaronder de Maastrichtse beeldhouwer Eymaal en de Amsterdammer Jac van Rhijn die later doceerde aan de Technische Hogeschool in Delft.

 

Naor Bove

Twee 15-tons vrachtwagens waren nodig om de vormen, die 250 zakken gips van 50 kilo hadden gevergd, te transporteren naar Haarlem, waar bronsgieter, een Oostenrijker, tot het gieten kon overgaan, dank zij een gift van wijlen heer Dotremont, die het brons leverde. Dan kwamen de beelden naar Maastricht, waar zij door Bartels Bouwbedrijf zouden worden geplaatst. Het bleek geen karwei, aangezien het Koningsplein een erg weke onderbodem heeft. 'In 1911', vertelde Eijck, 'het was het een moerassig stuk grond, waar wij salamanders gingen vangen'. Als fundering gingen 15 pilonen 3 meter diep de grond in, deze werden volgestort met 35 ton stampbeton. Daarop kwam het plateau van gewapend beton, dat de drie meter hoge beelden te dragen kreeg. Daarbij was een halve vrachtwagen betonijzer nodig om de geraamten te construeren. En in de stromende regen stond de kunstenaar en bracht in de cementlaag rondom het voetstuk met behulp van een soeplepel versieringen aan: een klimmende leeuw, een Franse lelie, een haan, een ster en blad- en bloemranken.

Bovenop verrezen de meer dan levensgrote figuren: mannen, vrouwen en kinderen in een kringvormige opstelling. Tweeëntwintig journalisten uit Argentinië, die een studiereis maakten langs oorlogsmonumenten in Europa vonden het Maastrichtse het best geslaagde. Charles Eijck zelf, die behalve een veelzijdige kunstenaar ook nog een wijs man is, die betrekkelijkheid van al het aardse maar al te goed inziet, kon niet nalaten een serie mopjes de debiteren over dit, zijn kunstwerk. 'Snap je ook de betekenis van de verschillende figuren', zo vroeg hij ons. 'De concentratiekampgevangene vraagt aan de Amerikaanse soldaat (die het toenmaal bekende V-teken maakt) Wat giefste veur dat aajd iezer? Waarop deze antwoordt: Twie siegrette.

'Vooraan staat een man die de ketens van zijn onderdrukking verbroken heeft. Naast hem maakt een Amerikaanse soldaat het V-teken ('Victory', ofwel overwinning). Links- en rechtsachter bevinden zich twee dansende kinderen. Achter de kinderen staan hun moeders, van wie er één nog een geschrokken kind tegen zich aandrukt. Aan de andere kant een arbeider met een hamer in zijn handen. Hij beeldt onverzettelijkheid en de wil tot wederopbouw uit. Daarnaast een afgewende, treurende vrouw die leed en rouw uitbeeldt'.Ronald Stassen

Later schreef Johan de Kever een gedicht over de beeldengroep, waarin hij spreekt van 'het monument van onze tijd door jou tot tijdloosheid gebronsd'. En hij eindigt het vers met de woorden:

Naor Bove

O, Charles Eijck, jij Uilenspiegel van deze eeuw,

Jij ziet zo raak !

Wij moeten wennen aan ons zelf.

Bij jou het leedvermaak

In Tricht staan wij voor iedere geest te kijk.

 

 

Naor Bove

Bron:  Boek Maastrichtse Monumententaal van Fons van Hees, CZ uitgeverij ISBN 90.6280.583.3, Foto: John Kerkhofs.

eine terök