Petite - La Grande Suisse

Villa Kanjel - Dr.Poelsoord

(Petite - La Grande Suisse / Villa kanjel - Dr.Poelsoord)

 

La Grand en Petite Suisse/Villa Kanjel/Dr.Poelsoord 

MariŽnwaard is de naam van een landgoed, straat en buurtschap in de Maastrichtse wijk Nazareth. Het landgoed MariŽnwaard maakt deel uit van de Landgoederenzone Maastricht - Meerssen. In het noorden van de wijk Nazareth begint de Landgoederenzone. Op het landgoed MariŽnwaard  liggen het kasteelachtige landhuis La Grande Suisse en de villa La Petite Suisse (ook wel Villa Kanjel). Beide huizen behoorden toe aan nakomelingen van Petrus Regout. La Grande Suisse is oorspronkelijk 18e-eeuws, La Petite Suisse werd in 1880 gebouwd naar een ontwerp van de Akense architect Wilhelm Wickop 

De Bewoners:

De twee buitenhuizen die beide behoren tot het gelijknamige landgoed (oorspronkelijk De Kanjel genoemd, naar de in de omgeving stromende Kanjel-beek). Het grotere landhuis heette aanvankelijk De Kanjel (of Kangel), daarna La Grande Suisse en thans weer, enigszins verwarrend, MariŽnwaard. Het grote landhuis is tevens het oudste (1733). Het dateert nog deels uit de eerste helft van de 18e eeuw, toen het door de familie Mewen werd verbouwd. Latere bewoners waren de graven de Looz-Corswarem en baron de Rosen. Het huidige kasteelachtige uiterlijk - en de nieuwe naam La Grande Suisse - kreeg het buitengoed eerst rond 1865 door een grote verbouwing en uitbreiding door de toenmalige eigenaar, de fabrikant Petrus Regout. In de 20e eeuw was het complex in gebruik als klooster (franciscanessen van Nonnenwerth) en als school en internaat (Mgr. J.G. van Rijtstichting). Op het achter terrein werden daartoe een aantal moderne paviljoens gebouwd. Het hoofdgebouw van La Grande Suisse wordt thans herontwikkeld. In 1940 werd de villa door de Duitsers in beslag genomen en ingericht als Mutterheim, een kraamkliniek voorbehouden aan vrouwen van Duitse militairen en NSB-leden. Na de oorlog was het een kraaminrichting voor armlastige vrouwen en vanaf 1951 een rusthuis voor jonge moeders (Dr. Poelsstichting). Thans een algemeen herstellingsoord.  (Van 1853 tot 1933 had MariŽnwaard een eigen treinstation aan de Spoorlijn Aken - Maastricht, het Station MariŽnwaard, ongeveer op dezelfde plek waar thans het Station Maastricht Noord staat.)

Omschrijving:

Eclectisch Landhuis genaamd Petite Suisse annex Villa Kanjel annex Dr.Poelsoord, 1880. 

Petite Suisse heeft een min of meer kruisvormige plattegrond, waarop een hoofdvolume van drie bouwlagen op vierkante plattegrond, geflankeerd door volumes van twee bouwlagen. Het noordelijke zijvolume heeft een rechthoekige plattegrond, het zuidelijke een L-vormige. De zijvleugels bevinden zich in lengterichting ten opzichte van de Meerssenerweg. De westgevel langs de straat, geflankeerd door twee mergelstenen torens, is grotendeels 19e-eeuws. Aan de westgevel, voor de eetzaal/personeelskamer, bevindt zich een aanzienlijk terras met zeven hardstenen traptreden, aan de oostzijde de serre. Aan de zuid oostzijde van het hoofdvolume is een toren van vijf bouwlagen geplaatst. Het gehele landhuis is voorzien van een souterrainverdieping. Het hele landhuis kenmerkt zich door een hardstenen plint met segmentboogvormige souterrain -vensters, een gepleisterde optrek met stucwerkornamenten, dorpel- water en kroonlijsten. Het landhuis wordt gedekt door afgeplatte mansardedaken, met leien in Maasdekking en zinken roeven. Afgeknot torendak met leien in Maasdekking, smeedijzeren hekwerk. Bakgoten, in de toren en bij het centrale bouwvolume rustend op consoles. De zijvolumes, het vlak van het achterdak van het hoofdvolume en de toren zijn voorzien van dakkapellen met houten rondboogfrontons en klauwstukken. Twee schoorstenen op het afgeplatte dakdeel van het hoofdvolume. Centraal bouwvolume met vijf venstertraveeŽn, toren en bordes. De symmetrische voorgevel van dit volume wordt geleed door lisenen, voorzien van cannelures en bekroond met Coryntische kapitelen. Risalerend geveldeel, waarin de drie vensters van de tweede bouwlaag zijn voorzien van rondboogfrontons. De voorgevel wordt bekroond door een topgevel met rondboogfronton, klauwstukken en schouderstukken met vazen. Aan de achtergevel bevindt zich een grote uitgebouwde erker met balkon. De terug liggende zijvolumes hebben elk twee bouwlagen, een venstertravee in de voorgevel, drie in de zijgevel en een gevarieerd aantal in de achtergevel. Rechthoekige houten T-vensters, rechthoekige stalen kruiskozijnen in de achtergevelerker. Rechthoekige, deels paarsgewijs gekoppelde, ongelede houten vensters in de derde bouwlaag van het hoofdvolume en in de toren. Rechthoekige, deels dubbele houten paneeldeuren. Bij de historische parkaanleg behoren twee stel hekpijlers in mergel, waartussen dubbele smeedijzeren hekwerken. Aan de achtergevel op het zuidoosten werd in 1950 het oorspronkelijke terras uitgebreid tot een aanzienlijke serre. Het landhuis werd in 1994 gerenoveerd, waarbij de gevels hun oorspronkelijke kleurstelling terug kregen.  

Interieur:

De indeling van het interieur is met uitzondering van de liftschachten/toileteenheden en de tussenwand in de eetzaal/personeelskamer min of meer intact gebleven. In het souterrain bevinden zich bakstenen tongewelven en klinkerbestrating. Op de begane grond zijn onder meer van belang de in neo-empire stijl vormgegeven centrale hal; de gesplitste eetzaal/personeelskamer met witmarmeren haardlijsten, stucplafond, eiken lambriseringen, penanten met stucconsoles, parket en luchter; het eikenhouten trappenhuis aan het einde van de centrale gang; tegelvloer en haardpartij van de keuken; de marmervloeren in hal en centrale gang; gestuukte architraaflijsten en guirlandes boven de paneeldeuren. Het interieur van de tweede bouwlaag is relatief sober en kenmerkt zich door grove eiken paneeldeuren in lijsten. Op deze verdieping is een kapelruimte ingericht waarvoor de houten vensterkozijnen in 1966 werden vervangen door stalen exemplaren met glasinlood van de Vaalsenaar F. Griesenbrock. Deze vensters zijn in 1994, bij de verbouwing van de kapel tot therapieruimte, verplaatst naar een aangrenzende ruimte en naar de zolder. 

Waardering:

Het landhuis Petite Suisse van de familie Regout is van cultuurhistorisch belang als zeer bijzondere uitdrukking van een sociaal- economische en typologische ontwikkeling. De grote architectuurhistorische waarden worden bepaald door de eclectische bouwstijl, de betrokkenheid van architect Wickop, de esthetische kwaliteiten van zijn ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek. De ensemblewaarden van landhuis zijn zeer groot. Petite Suisse maakt deel uit van een reeks, deels negentiende eeuwse landhuizen langs de Meerssenerweg, Kruisdonk en Vaeshartelt, die vanwege de situering van belang zijn voor de ontwikkeling van het buitengebied van Maastricht. Petite Suisse is van bijzondere betekenis voor het aanzien van de streek en heeft een zeer sterke historisch-ruimtelijke relatie met de omliggende parkaanleg en de loop van de Kanjelbeek. Het pand beschikt over een redelijke mate van architectonische gaafheid en is van belang in relatie tot de gaafheid van de landschappelijke omgeving. Fabrikantenlandhuizen uit de tweede helft van de negentiende eeuw als Petite Suisse zijn, ook in relatie tot hun ouderdom, in regionaal perspectief zeer zeldzaam.

naor bove

Koetshuis met Koetsierswoningen:

in eclectische stijl, 1880, gesitueerd aan de noordzijde van het landhuis Petite Suisse. Gebouwd in opdracht van de familie Regout, naar een ontwerp van architect Wilhelm Wickop, gerenoveerd in 1994. De aangebouwde stal aan de noordzijde is uitgesloten van bescherming.  

Omschrijving: 

Koetshuis met koetsierswoningen op U-vormige plattegrond, gesitueerd in dwarsrichting ten opzichte van de oprijlaan van het landgoed. Eťn bouwlaag plus zolderverdieping onder afgeplat mansardedak. Leien in schubdekking op de dakschilden, bitumen op de platte dakdelen. Bakgoten. Dakkapel boven de inrijpoort met rondboogfronton, klauwstukken en kruiskozijn. De overige dakdelen zijn voorzien van dakkapellen met verticaal gelede kozijnen. Tijdens de renovatie in 1994 werden de driehoekfrontons van deze dakkapellen verwijderd, evenals de hoogoplopende schoorstenen. Het zadeldak van de oostelijke achtergeveluitbouw is gedekt met zink. Het gebouw heeft een geprofileerde, zwart geteerde plint, een gesausde bakstenen optrek in kruisverband met gesneden voegen. Kroonlijst met uitgemetselde consoles, dubbel muizetandornament. Geprofileerde vensterlijsten en hoeklisenen, afwisselend in bak- en hardsteen. 

Hardstenen dorpels:

Symmetrisch vormgegeven, maar onregelmatig ingedeelde voorgevel, waarin een middenrisaliet met segmentboogvormige dubbele houten inrijpoort, voorzien van een verticaal ingedeeld bovenlicht en aanzet- en sluitstenen in de poortstrek. Gietijzeren beschermstukken voor de poortstijlen. Twee poortzijlichten, bestaande uit hoge, malle rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling. Aan de linkerzijde van het poortrisaliet een blinde vensterlijst met schoorsteenaanzet plus een rechthoekig houten kruiskozijn met zesruits roedeverdeling. Aan de rechterzijde een rechthoekig houten kruiskozijn met zesruits roedeverdeling. Onregelmatig ingedeelde westgevel, waarin drie rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling een rechthoekige houten woonhuisdeur met bovenlicht. Drie gelijkmatig over het dakschild verdeelde dakkapellen. De achtergevel van het koetshuis is eveneens onregelmatig ingedeeld: drie rechthoekige houten kruiskozijnen met zesruits roedeverdeling, waartussen een rechthoekige houten deur met bovenlicht. Centraal in het dakschild een zolderluik en een dakkapel. Recente zoldervensters. Aan weerszijden van de achtergevel hoekrisalieten, waarin aan de binnenplaatszijde een rechthoekige houten deur met bovenlicht. Dwars op het oostelijke risaliet een uitgebouwde stalling van een laag onder zadeldak, waartegen een tweede stalling is gebouwd. Deze tweede stalling is uitgesloten van bescherming. De oostelijke zijgevel is qua indeling identiek aan de west- en achtergevel. In de gevels van de uitbouw is een dichtgemetselde korfboogopening aangebracht, waarin een rechthoekige houten toegangsdeur met bovenlicht. In het koetshuis gepleisterde bakstenen gewelven op stalen I-profielen, gesteund door ijzeren dwarsliggers. De indeling van het koetshuis is ten dele intact, maar het interieur bevat geen beschermde onderdelen.

Waardering: 

Het koetshuis van Petite Suisse is van cultuurhistorische waarde als een bijzondere uitdrukking van een typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de betrokkenheid van architect Wickop, de esthetische kwaliteit van zijn ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek. Het koetshuis is een zeer belangrijk onderdeel van de buitenplaats Petite Suisse, van bijzondere betekenis voor het aanzien van de streek en heeft een historisch-ruimtelijke relatie met landhuis en tuinaanleg. Het koetshuis beschikt over een redelijke architectonische gaafheid en is van groot belang voor de structurele en visuele gaafheid van het landhuiscomplex Petite Suisse. Bovendien beschikt het koetshuis in regionaal perspectief over een hoge mate van functionele en architectuurhistorische zeldzaamheid.

Twee stel HEKPIJLERS van mergel, voorzien van lijsten en medaillons, respectievelijk geplaatst aan de noordwestelijke zijde van de oprijlaan en aan de zuidwestelijke zijde als toegang tot de paden rond de parkweide.

De noordwestelijke pijlers zijn voorzien van de opschriften "Dr.Poelsoord" en "Villa Kanjel".

Hardstenen stootstenen. Tussen de pijlers bevinden zich dubbele, smeedijzeren hekwerken. 

2014

 Parkaanleg Petite Suisse: 

Historische parkaanleg van de buitenplaats Petite Suisse in de Engelse landschapstuin, XIXd, ontworpen naar een ontwerp van de Belgische tuinarchitect Gindra, voor de familie Regout. De aanleg wordt doorsneden door een rechte laan (thans aan weerszijden met een rij beuken beplant), die van de noordwest- tot de zuidoostgrens van het park reikt en die als oprit dienst doet. De aanleg van het park bestaat uit twee gedeelten. Het voorste (noordwestelijke) gedeelte van het park grenst aan de zuidwestzijde van de laan en bestaat uit een parkweide, die door slingervijvers en paden in landschapsstijl wordt doorsneden en door in curven verlopende paden omgeven. Dit parkgedeelte wordt door een wand van bomen (thans beuk, rode berk, es, kastanje, plataan) en heesters omsloten en door enkele ornamentele bruggen, solitairen (thans rode beuk) en boomgroepen (thans beuk) opgesierd. Het weiland ten noorden van de laan en dit parkgedeelte is als gezicht vanuit het park van belang en behoort als groenzone bij de historische aanleg. Het achterste, zuidoostelijke parkgedeelte is vanouds bebost en wordt door enkele slingerpaden doorsneden. Dit gedeelte van de historische aanleg wordt aan de noord-, zuidoost- en zuidwestzijde respectievelijk door een waterarm van de slingervijver, door de autoweg A2 en door de laan begrensd. 

Eenvoudige, kleine met gietijzeren ondersteuning en siersmeedijzeren handlijsten RONDBOOGBRUG uit rode baksteen waarvan de keermuren met rotspartijen en in kunststeen zijn bekleed met houten plankier en een ijzeren sierleuning. Het plankier en de leuningen zijn van een bepleistering met een structuur van houtnerven en boomschors bekleed. Als zodanig is de brug, waarvan de leuningen thans in ruÔneuze staat verkeren, een imitatie 'Zwitserse'-brug. De brug werd omstreeks 1900 over de arm van de slingervijver aan de zuidhoek van het voorste parkgedeelte gelegd. De handlijsten vertonen een patroon van rechthoeken, ruiten en cirkels met rozetten. De brug bevindt die zich op de overgang van het voorste en achterste parkgedeelte.

Bijdrage herstel groene waarden Villa Kanjel Maastricht:

Landhuis Petite Suisse annex Villa Kanjel (dr. Poelsoord) van de Stichting Mondriaan, kan in het kader van de subsidieregeling Buitenplaatsen rekenen op een bijdrage van de Provincie Limburg van maximaal Ä 91.680,00 voor het leggen van een verbinding tussen de natuurlijke groene waarden van de historische buitenplaats en het omliggende gebied. Met deze subsidie worden de beschoeiing van de parkvijvers hersteld. Verder worden de laanstructuur, de hagen, de bordes langs de Meerssenerweg, de tuinpaden en tuingazons hersteld en onderhouden.  Dit project behoort tot de ontwikkeling van de Landgoederenzone waarbij de wandel- en fietscultuur goed op aansluit. Gedeputeerde NoŽl Lebens: ďLimburg telt ruim vijftig historische buitenplaatsen. Stuk voor stuk plekken om tot rust te komen en van te genieten. In het kader van het landelijk jaar van de buitenplaatsen in 2012, hebben we als Provincie geld uitgetrokken om met name de groene en landschappelijke elementen van deze buitenplaatsen te herstellen en voor de toekomst te behouden. Door het onderhoud en renovatie kan de monumentale waarde van de historische tuin van Landhuis Petite Suisse annex Villa Kanjel behouden worden en in zijn oorspronkelijke staat worden terug gebracht. Met deze opknapbeurt komt het historisch ontwerp en park weer tot zijn recht. Het restauratiewerk levert bovendien een bijdrage aan de werkgelegenheid.

Thema van het jaar van de historische buitenplaatsen is om deze plaatsen bij een breder publiek onder de aandacht te brengen ten behoeve van het behoud van het culturenerfgoed. De Provincie wil daarbij vooral een verbinding maken tussen de cultuurhistorische aspecten van een buitenplaats met de natuurlijke en landschappelijke elementen zoals lanen, hagen, tuinkamers, borders en zichtlijnen in de tuinen.  

naor bove

Anno 2019:

20-03-2019 De Limburger meldt: Het Maastrichtse landgoed Villa Kanjel is verkocht. Gerard en DaniŽlle van Rijn beginnen er een familie hotel. Na jaren is er eindelijk een nieuwe bestemming gevonden voor ťťn van Maastrichts bekendste landgoederen. Na een lang periode van leegstand zal Villa Kanjel, voorheen Petite Suisse en Dokter Poelsoord aan de Meerssenerweg omgetoverd worden tot een hotel met familie en gezinskamers, hierdoor wordt ook aan de voorwaarden voldaan dat er in Mastricht alleen nieuwe hotels mogen bijkomen wanneer ze een nieuwe doelgroep aanboren. Het monumentale landgoed met koetshuis is een aantal jaren geleden aangekocht van Mondriaan door de Gemeente Maastricht. Het echtpaar gaat in het Koetshuis wonen. Naast het Koetshuis komt een kas, zoals die er vroeger waarschijnlijk ook gestaan heeft. Hier wordt een keuken en een bistro in gevestigd, de naam wordt 'The Green House'. Ernaast komt een speeltuin, terras voor ca 120 personen, een trapveldje en een hondenlosloopveld.

Met de speeltuin, de bistro en de toekomstige openstelling van het park voldoet het plan aan de wens van de Gemeente Maastricht en het Buitengoed Geul & Maas om het Buitengoed een publieke functie te geven. In de karakteristieke toren komt een bruidsuite, zowel binnen als buiten laat van Rijn het monument met hulp van het Elisabeth Strouven Fonds, Stichting Restauratie Atelier Limburg en het Restauratiefonds zo veel mogelijk in de oude staat. Of het wordt daarin teruggebracht. Zo zal de later aangebrachte aanbouw en brandtrap worden verwijderd om plaats te maken voor een bordes en de grote trappenpartij die oorspronkelijk de entree van het landgoed vormde.

De restauratie begint met het Koetshuis, men streeft ernaar om de buitenbistro al in de loop van deze zomer te kunnen openen. Het familiehotel heeft zich als doel gesteld begin volgend jaar de deuren te openen, de hoop is stiekem al kerstmis, "dat is het ultieme streven'' . Tijdens de verbouwing zal het park rondom Villa Kanjel gesloten zijn . Na de oplevering gaat het weer open en zullen de paden uiteindelijk worden aangesloten aan de nieuwe nog aan te leggen wandel en fietspaden die er aan de achterkant langs voeren.

 

Foto's door Breur Henket en geplaatst in augustus 2014,

 

Filmpje van Klement Rentmeester verkoop en verhuur van bijzonder erfgoed

Bron website: Wikipedia,Wikipedia Nazareth, Rijksmonumenten, Rijksmonumenten parkaanleg, Limburgse Kastelen Limburg Aktueel, Art. De Limburger 20-03-2019 door Jeroen Geerts.

Bron: historisch Encyclopedie Maastricht, Dr.Pierre Ubachs/Drs.Ingrid Evers, Monumentengids Maastricht door Jac van den Bogaard en Servť Minis, Fotoís John Kerkhofs (muv zwartwit),

eine terŲk