De lotgevallen van een Franse emigrante in 1790.

 

De lotgevallen van een Franse emigrante in 1790 te Maastricht en Aken

 

In het jaar 1858 werd in Caen een boekje uitgegeven dat de belevenissen beschreef van een jong adellijk meisje uit Parijs. Ze liet haar verhaal in 1858 optekenen, ze was toen al 75 jaar oud. “Souvenirs d’emigration”, was de sprekende titel. Ik kan me overigens nauwelijks voorstellen dat ze alles onthouden heeft. Er moeten ongetwijfeld documenten in bezit van de familie geweest zijn, waarop ze zich na zo lange tijd kon baseren. Ze schrijft zelfs dat ze brieven stuurde aan de president van de Assemblee in Parijs, waarin ze haar afschuw uitsprak over de terreur in de stad. Dat lijkt me erg kras voor een zo jong meisje. Marie Octavie, gravin Dauger, geboren barones de Nedonchel, was de dochter van de Franse maarschalk de Nedonchel, die ook afgevaardigde was in het parlement. Ze was pas zeven, toen ze moest uitwijken, omdat haar familie in ongenade gevallen was bij de revolutionairen. Toen Parijs voor hun te onveilig werd, vluchtten ze naar Calais. Daar werd het meisje ondergebracht in een pensionaat. Maar uiteindelijk was ook dat te gevaarlijk. De jacht op de monarchisten hield niet op. De familie moest dan ook hals over kop het land ontvluchten. Vele families waren genoodzaakt hetzelfde te doen, allen in de hoop nog eens terug te keren naar hun geboorteland. De reis was vol gevaren, want overal loerden de patriotten. De kans verraden te worden was dan ook alom aanwezig. Ze wisten met veel geluk Aken te bereiken, alwaar ze haar zevende verjaardag vierde. Daar aanschouwde ze de kuurbaden en de vele zaken die aan Karel de Grote herinnerden. Ze realiseerde zich dat Aken bijna een Franse stad was geworden. De stad was overstroomd door uitgeweken aanhangers van de koning. De broer van de koning was er, de graaf van Enghien, de onfortuinlijke prinses de Lamballe zou er arriveren, de aartsbisschop van Tours, de Prins de Ligne etc. De koning van Zweden, Gustaf III, bleek ook in de stad te zijn, maar dat was enkel om te kuren in de heilzame baden.

Hij was een autoritair vorst die vele tegenstanders had in zijn eigen land. Het sprak vanzelf dat hij ook een verklaard opposant was van de revolutie zoals die zich in Frankrijk voltrok. Uiteindelijk werd hij in maart 1792 op een gemaskerd bal dodelijk gewond door de Zweedse kapitein Anckerstrom. Twee weken later bezweek hij aan zijn verwondingen. Korte tijd later kwam ook de prinses de Lamballe in Aken aan. Ze had een tijdje ondergedoken gezeten bij haar schoonvader in Aumale, en was in 1791 uitgeweken naar Engeland. Daar wilde ze hulp zoeken voor de royalistische zaak. Uit liefde voor de koningin keerde ze terug naar Parijs. Daar werd ze opgepakt en in september 1792 op gruwelijke wijze vermoord, en wel op een manier die in alles gelijk staat aan de hedendaagse islambarbarisme. De grootvader van Marie Octavie, de Puysegur, wist tenauwernood Parijs te ontvluchten, en bereikte na veel avonturen ook het veilige Aken. Maar ook daar dwongen de veranderende omstandigheden hun te vertrekken. Na twee jaar gingen ze er eind 1792 weg. De oorlog tussen Frankrijk en Duitsland kwam erg dichtbij, en uiteindelijk veroverde Dumouriez de stad Aken in december. Ze vertrokken in grote haast naar Maastricht. Dat was neutraal terrein waar ze rust en vrede hoopten te vinden. Of dat langdurig was, moest nog blijken.

 

Volgens haar, Marie Octavie is dan pas negen jaar oud, is Maastricht een “assez jolie ville” aan de boorden van de Maas, en ze wordt door deze stroom in twee delen gesplitst, met Wijck als voorstad. Het bevalt de vroeg wijze meid dus wel. Als eerste kwamen ze dan ook in het voorstadje terecht. Dat beviel minder goed. Ze moesten met meerdere families in een huis wonen, en Wijck was nu niet altijd het mooiste wat Maastricht te bieden had. Ze besloten daarom hun heil op een andere plek in Wijck te zoeken. Tijdens hun verblijf in Wijck maakten ze nog een quasi-tragisch incident mee. Ze waren er getuige van hoe een dief werd gearresteerd in hun armzalig onderkomen. Als straf werd hij gebrandmerkt, en dat zorgde bij de deftige Franse familie voor heel wat emotie. Ze vonden tenslotte een andere behuizing, die beter was. Er woonden trouwen heel wat vluchtelingen in Wijck. Er deed zich iets vreemds voor! Hun kamerdame Louizon, ( die hadden ze nog meegenomen), zag in een droom hoe Lodewijk XVI onthoofd werd. Het bizarre was dat toen ze hun dat vertelde, het bleek te kloppen met het tijdstip dat dit ook in realiteit gebeurd was. Haar oudere zusje, had het later vaak verteld.

Dat leerde ons allen waartoe revoluties in staat waren, zeker nadat we nog meer wreedheden uit Frankrijk hadden vernomen. Op dat ogenblik waren ze zich bewust dat het Franse gevaar dichtbij was. Het republikeinse leger had zich al over nagenoeg geheel België verspreid. Nu was er alleen nog de Hollandse neutraliteit die misschien enige zekerheid kon bieden. Die hoop werd de bodem ingeslagen, toen Frankrijk op een februari 1793 de oorlog aan Engeland en aan de stadhouder van Holland verkondigde. Plotseling waren ze in Maastricht ook al in gevaar. Dat niet alleen, ze merkten ook dat het aantal Franse ondersteuners voor de revolutie groeide, waardoor hun positie nog penibeler werd. Op 28 februari werd Maastricht omsingeld door de republikeinen onder aanvoering van generaal Miranda, later generaal Egalité (sic) geheten. Ze waren, zoals ze schrijft, gedwongen om de kelders van hun huis op te zoeken. De hevige Franse bombardementen zorgden voor veel ellende. Het was een griezelig gebeuren. Elke avond sjouwden ze hun matrassen naar de kelder, waar enkel het licht van een kaars ervoor zorgde dat ze elkaar vaag konden zien. Slapen was moeilijk, het geluid van de inslaande kanonskogels was vreselijk. Het was een ellendige situatie. Voor hun waren de bommen de voorlopers van de terreur. Men huilde, klaagde en schreeuwde van angst. Er schuilden nog meer adellijke Fransen in hun kelder, zoals de de jonge gravin de Merode, de gravin de Beaufort, Madame Blancheau etc. Maastricht werd verdedigd door de regimenten van Brunswijk en Holland onder aanvoering van de prins van Hessen-Kassel. Ze waren echter slecht uitgerust en gedemoraliseerd. Uiteindelijk gingen de uitgeweken Fransen meevechten. Ze wilden kostte wat het kostte hun vrijheid mee verdedigen. Ongeveer 1200 personen werden verdeeld in 18 compagnieën, onder leiding van de Blangy en de Beaumanoir. Dat was een tegenvaller voor de aanvallers, maar al spoedig vernamen ze wie de verdedigers waren en ze zwoeren dan ook wraak. Maar het geluk was nabij voor de belegerden. Een Oostenrijks leger onder aanvoering van de prins van Saksen-Cobourg betekende hun redding. De Fransen moesten de belegering opgeven en ze werden gelukkig verdreven. De vreugde onder de Fransen in de stad was groot. Men huilde van geluk en omhelsde elkaar. De Oostenrijkers werden op enthousiaste wijze de stad binnen gehaald. Ondertussen realiseerden men zich dat in Frankrijk nog steeds de terreur heerste. Iedereen die er in slaagde het land te verlaten had nieuws over de verschrikkingen die het nieuwe bewind aanrichtte. Onder de dappere Fransen die de stad mee verdedigden bevonden zich de volgende personen: Marquis d’Autichamp, duc de Damas Crux, de comte de Blangy, die zijn 17 jarige zoon verloor tijdens het verzet, chevalier de Lyons, chevalier de Buchet, en chevalier de Marieulle, en nog vele anderen.

Prent soldaten Regiment van Brunswijk website Aldegarde,

Ze vervolgt haar verhaal met te zeggen dat we niet moeten denken dat ze alle dagen in diepe treurnis doorbrachten. De geest heeft soms zaken nodig die contrasteren met de werkelijkheid, dingen die de alledaagse zorgen verdrijven. Ze speelden allerlei spelletjes, die hun zinnen verzetten. Dat deden ze vooral op zondag. Door de week probeerden ze te zorgen voor de vluchtelingen die het niet zo goed hadden. Na de emoties van het doorstane beleg, waren er ook momenten van rust, maar boven alles heerste de zorg over wat er in hun vaderland gebeurde. Eindelijk hoorde de familie ook dat Marie Octavie’s grootvader veilig op weg was naar Maastricht, en wel in het gezelschap van de bisschop van Bourges. Haar grootvader had vele gevaren moeten doorstaan, en het weerzien zorgde voor een dag van vreugde. Hij was van huis naar huis gevlucht en wist het ene uur niet wat het andere zou brengen. Hij moest uiterst voorzichtig zijn, want hij mocht zijn gastheren niet in gevaar brengen. Eens had hij zes weken onderdak gekregen in een hol, waar hij elke dag wat eten kreeg van een dienstbode. Hij was er in geslaagd naar Boulogne te vluchten, in de hoop van daaruit Engeland te bereiken.

In die plaats werd hij echter gearresteerd. Het was enkel aan de magistraat te danken dat hij niet onder de guillotine kwam. Deze goede man herkende hem, en liet hem vrij. Hij slaagde er in een plek op een boot naar Engeland te krijgen, maar nauwelijks waren ze onderweg of ze hoorden kanonschoten. Wat was er gebeurd? Frankrijk had Engeland de oorlog verklaard, en zijn boot was de laatste die de kusten van Albion voorlopig zou bereiken. Toen hij hier vijf jaar later, in 1994, arriveerde, stonden wij op het punt Maastricht te verlaten. De uitgewekenen zaten in een moeilijk parket. Ze wisten dat de revolutionairen hen haatten en dat een terugkeer naar Frankrijk nauwelijks mogelijk was. In 1794 veroverden de Fransen weer het huidige Belgische gebied. In de zomer van dit jaar verlieten we Maastricht. Mijn vader bracht ons allen in zijn rijtuig met paarden naar Keulen. Mijn grootouders vestigden zich elders, in Düsseldorf. We bleven niet al te lang in Keulen, want na drie maanden vertrokken we weer. De dreiging van een Franse invasie in het Duitse gebied was alom. Dat was voor hun niet alleen de reden om te verhuizen. Het leven was er duur, en ze moesten ernstig bezuinigen. Hun geldmiddelen dreigden op te raken. De familie vestigde zich nu in het dorp Attendorn in Westfalen. Ze leefden in deze periode in bittere armoede, en moesten de kost verdienen met het maken van borduurwerk. strooien hoeden, en het maken van kleding. Hun voornaamste voedsel was brood, water en aardappelen. Maar de republiek zat hun op de hielen. Ze werden steeds dieper het Duitse gebied in gejaagd. Ze gingen in Fritzlar wonen, en kregen gelukkig onderweg wat hulp van de daar regerende familie Waldeck, die sympathiseerden met de zaak van de royalisten in Frankrijk. Toen ze in het dorpje Bergheim een onderkomen hadden gevonden, werden ze in de avonduren plotseling aangenaam verrast. Er werd geklopt, en er stonden bedienden in livrei voor de deur. Zij waren gestuurd door de kasteelheer van Bergheim, die hadden gehoord dat er vluchtelingen in het dorp waren gearriveerd.

Mijn vader ging daarna direct naar het kasteel om hun te bedanken, en dat werd het startpunt van een goede verstandhouding tussen beide families. Die goede verstandhouding duurde nog voort toen Marie haar verhaal zo veel decennia later liet opschrijven. Marie werd een goede vriendin van Caroline van Waldeck. In 1837 leefde echter alleen graaf Charles nog, zo schrijft ze. Haar grootvader, de Puységur had ondertussen kennis gemaakt met de hertog van Brunswijk en was in diens stad gaan wonen. Daar woonden ook de prinsessen de Rohan,de hertogin van Montmorency, de graaf en de gravin van Merode, en de bisschoppen van Laon en Bourges. Allen waren uitgeweken voor de revolutie. In 1797, Marie was toen 14, verliet de familie Nédonchel Fritzlar, en ging te Blankenburg in het Hartzgbergte wonen. In 1799 keerde vader de Nédonchel alvast naar Frankrijk terug. Het was toen veilig, en het schrikbewind was er niet meer. hij kocht wat bezittingen terug en had binnen afzienbare tijd weer een kapitaaltje achter de hand. Adel vermeerdert, zo gezegd. Na een soort plezierreis via Nederland, over Haarlem, Amsterdam en Breda voegde zijn gezin en familie zich bij hem. Ook de graaf de Puységur verliet Duitsland en ging terug naar kasteel Rabasteins in de Languedoc. Marie Octavie de Nédonchel trad in 1806 in het huwelijk met Frederik graaf Dauger. Ze overleed op 16 april 1861 op kasteel Délivrande in het departement van de Calvados.

Naor Bove

 Bron: Limburg Geschiedenisblog, prent prinses Labelle Wikipedia, prent Gustav III Wikipedia, prent onthoofding Lodewijk XVI Vrije school Pedagogie, Prent Prins van Hessel-Kassel Wikipedia, Prent soldaten Regiment van Brunswijk website Aldegarde,

Aonvaank