Giel Hameleers (Pieke/Piele)

(Giel / Pieke / Piele Hameleers)

Kepötsjes (condooms) van bij de Piele

 

Giel Hameleers (* Maastricht 28-03-1887 † Maastricht 24-06-1967) was uitbater van het stempel- en naambordenwinkeltje, in de Platielstraat.

Maar zijn bijnaam ‘de Piele’ geeft aan dat Giel meer verkocht dan stempels en geëmailleerde naamborden. Het was de tijd dat meneer pastoor nog de broek aan had en voorbehoedsmiddelen uit den boze ware. Rome was een grote tegenstander van geboortebeperking en als de ‘zegen’ kwam moest die ook maar als ‘zegen’ ontvangen worden. Giel begreep dat er handel zat in deze beperking. Giel had onder de toonbank zijn dozen met condooms staan. Je kon ze er gaan kopen maar hij bezorgde ook. Regelmatig liep zijn kleine neefje met een dichtgeniete bruine papierenzak naar een of ander afleveradres met de boodschap dat hij de bestelling alleen maar mocht afgeven aan de besteller en als die er niet was hij de bestelling mee terug moest nemen. Daarmee werd Giel de eerste dealer van Maastricht met zijn kleine neefje als runner.

Tijdens carnavalsdagen, kon je ook bij ‘de Piele’ terecht maar dan vooral op straat of in de kroeg. Verkleed als Belgische gendarme struinde hij dan door de stad met in zijn broekzak snoepjes voor de meisjes en kepötsjes (condooms) voor de jongens. En als je na het carnaval biechtte bij meneer pastoor kwam je weer van die zonde – nou ja zonde? - af. Heerlijk toch om katholiek te zijn.

Nao Bove

De Piele. Bonjour monsieur, voulez-vous un pélske?

"Het is heij sjus Peries, daan laot 't ouch Peries zien!" (het is hier net Parijs dan laat het ook Parijs zijn!)
Onder dat motto besloot een groep ondernemers eind jaren vijftig om de straten rond het Sint-Amorsplein meer bekendheid te geven met een jaarlijks feest. Petit Paris werd groots aangepakt. Het Sint-Amorsplein was het middelpunt en werd tien dagen lang omgedoopt tot La Place d'Amour. Een Moulin Rouge verscheen er, een gigantische Eiffeltoren, Franse reclame-zuilen en zelfs kunstenaarsoord Montmartre verrees in dit stuk Maastrichts centrum dat met toegangspoorten aan het Vrijthof en de Wolfstraat was afgebakend. Artiesten maakte bij de klanken van chansons en accordeonmuziek, artiesten zoals Frans Vos maakten onder andere publiekelijk karikaturen, houtskooltekeningen en beeldhouwwerken.
De Franse tricolore wapperde overdadig in de Platielstraat, Achter het Vleeshuis en op het plein. Winkeliers versierden hun etalages om van het gebied een heus Quartier Latin te maken. De sanitair- en cv-handel van Bert Braun en haar man aan de Platielstraat fungeerde in die dagen als epicentrum voor de organisatie, de artiesten kleedden zich om in de werkplaats. "Het was een zoete inval, ik had continu het huis vol. Het was geweldig. Een ongedwongen en heel gezellig feest." Of er echte Parisiens in Petit Paris zijn geweest, is onbekend. Naar verluidt heeft de Franse ambassadeur Petit de Beauverger vlak voor zijn vertrek uit Den Haag in 1961 het Maastrichtse quartier bezocht. De baron zou genoten hebben.

Bert Brauns jongste zoon werd geboren tijdens Petit Paris. "Toen stond opeens het voltallige bestuur aan mijn kraambed. Met slippenjas en strooien hoed." Stokbrood was tijdelijk dagelijkse kost. En er werd die dagen opvallend veel Frans gesproken in Maastricht, waar het francais toch al geen vreemde taal was.
"Bonjour monsieur, voulez-vous un pélske?"
Het succes van het volksfeest werd vergroot doordat Petit Paris - rond de Franse feestdag quatorze juilliet - midden in de bouwvak vakantie viel; veel bezoekers hadden vrij en lieten alle remmen los. En ondanks het Franse karakter van het volksfeest werd meer bier gedronken dan wijn. Om de 'orde' enigszins te handhaven had Petit Paris een eigen stadsbestuur. Theo Frantzen van café De Blokhut kreeg vanwege zijn aristocratische voorkomen de burgemeesterssjerp omgeknoopt.
De ongekroonde koning van het Quartier Latin was echter Guillaume 'de Piele' Hameleers. De guitige figuur met sikje - wereldberoemd in Maastricht - had een winkel in stempels, naambordjes en kikzjozerije (snuisterijen) en had zijn bijnaam waarschijnlijk te danken aan het feit dat hij stiekem onder de toonbank preservatiefkes (condooms) verkocht.
Maar tijdens Petit Paris was hij commissaire Le Pilain, politiecommissaris. Met hulpagent Dolf Murrer en andere adjudanten patrouilleerde de flic en sloot hij 'criminelen' op in zijn zelfgebouwd cachot met heuse tralies.
De gendarme was om te kopen met knepkes en toffees. Zo belandden de clochards de Aw en d'n Awwe regelmatig in het gevang evenals 't Pletzerke.
Het zorgde voor hilarische, spontane scenes op straat, waarbij het voor de buitenstaander vaak niet helemaal duidelijk was waar werkelijkheid en spel in elkaar overgingen.
De vaste sterren van Petit Paris waren onder meer de corpulente zanger annex clown Emile Lambert uit Luik.
Ook madame Germaine - alias Annie van Loo - bracht vol overgave Franse chansons, al kon ze naar eigen zeggen nauwelijks zingen.


Ze zong onder meer het Petit Paris lied:

La ville de Paris
Is de stad vaan 't leech
Meh Petit Paris
Is 't hart vaan Mestreech
Zégk mer bonjour
dat klink al get Frans
Nous deux pour toujours
Mesjiens höbste sjans


Alsof het zo moest zijn; de dood van de Piele in 1967 betekende ook het einde van Petit Paris.
Bert Braun is ervan overtuigd dat hij is gestorven van angst; hij was als de dood voor onweer en kreeg na een zware donderslag een hartaanval.
Hij hoefde niet meer mee te maken dat 'zijn' feest niet meer werd voortgezet.
De ondernemers kregen het niet meer voor elkaar. Het feest was zo groot geworden dat het aan het eigen succes ten onder ging. Volgens Bert Braun, de penningmeester waren er ook financiële problemen door onwillige ondernemers en brouwerijen. "Wie 'ne sisser" eindigde Petit Paris, verzucht ze. Petit Paris stierf op het hoogtepunt.
Nao Bove

'DE STAD VAAN DE PIELE HAMELEERS'
1999: Teks & meziek : Rene Innemee, Pierre Beckers & Heinz Reumers
Zang (*) : Three of a kind

De stad vaan de Piele Hameleers, Hameleers, Hameleers,
de stad vaan de Piele Hameleers, dat is eus aajd Mestreech.
Heer waor get klein en ouch get gries en 'r leep es pliesie vaan Paries.


De stad vaan Tina en lang Lies, e bitsje vies, e bitsje tries.
De stad vaan Tina en lang Lies, dat is 't aajd Mestreech.
Dao langs de Knaar, de Maosboelevaar, dao kóste mčt veur 'n sigrčt.
Dao langs de Knaar, de Maosboelevaar, dao kóste mčt veur 'n sigrčt.

Giel 'de Piele' Hameleers (Menier Pilain)

* Maastricht 28-03-1887 † Maastricht 24-06-1967

 

Menier en Madam Hameleers

Theater en het leven kunnen bij sommige mensen samen een grote invulling geven aan hun leven.

Als je er van houdt en ook nog een vrouw vindt die het eveneens fijn vindt dan is er een goede

basis om dat theater een leven lang vol te houden.

Op 28 maart 1887 werd te Maastricht geboren Wilhelmus Lambertus Wijnandus Hameleers.

Zijn jeugd zal wel nog niet een groot theater zijn geweest maar hier is vast en zeker de

basis gelegd. Als hij Maria Margaretha Maessen leert kennen is het duo een feit.

Bij operettevereniging ‘de Lauwwerkrans’ viert ‘Medam’ successen en in ‘Trijn de Begijn’

doet ‘Menier' het na op zijn manier.

Dat theater alleen niet genoeg is om echt van te leven blijkt ook hier en samen drijven

ze dan ook een winkel in naamplaten en rubberstempels in de Platielstraat, waar ook

wat anders wordt verkocht maar dan onder de toonbank.

Wanneer in 1948 de helft van het duo wegvalt blijft de andere helft niet achter maar

gaat door met zijn rol in het theater van het leven.

Grote successen staan hem nog te wachten zoals ‘Petit Paris’ een initiatief van de

ondernemers uit de Platielstraat het Sint Amorsplein en Achter het Vleeshuis.

Een evenement dat binnen de kortste tijd te groot is voor de organisatie.

‘Menier’ vulde op zijn manier zijn rol in door zijn winkel om te toveren tot politiebureau

en als commissaris van politie op te treden. Compleet met piezel liep hij alle dagen tussen

de grote massa op zoek naar overtreders van de ‘wet’.

Met carnaval voor de deur speelde hij ook hier zijn rol en werd in 1958 uitgeroepen

tot ‘Vastelaovendvierder’. Een titel die weinigen is gegeven.

Maar aan ieder toneel komt een einde zo ook aan dat van ‘Menier’ en op 24 juni 1967

speelt hij zijn laatste rol in het theater van het leven.

(Jo Boetsen)

Nao Bove

Bron. Vertelfestival,  Jo Boetsen, Wigo, Mestreechonline, Mestreechtenere, Limburg Zingt. Foto's: Jacques Voets, Picasa Peter Roek,  schilderij van Harry Lips..

Aonvaank