Mestreech in 't Nuits

 

(Maastricht in het Nieuws)

Maastricht in het nieuws, 1748

Het was menens. Op vier februari maakte generaal Aylva, bekend dat iedereen die van mogelijk verraad aan de Fransen wist, dit moest melden. Er was een forse beloning uitgeloofd, duizend gulden Hollands, daar kwam je ergens mee. Ook iemand die bij een of ander complot ten gunste van de vijand betrokken was, en dus medeplichtig, zou dit geld krijgen, als hij zijn complicen aangaf. De overheid zou hem zelfs pardonneren. Op 11 maart hoorde men in Maastricht voor het eerst iets over de geboorte van de nieuwe,Prins van Oranje. De stad ging helemaal los. Wel drie keer werden er vanaf negen uur in de ochtend met een tussenpoos van drie uur 21 kanonnen afgeschoten. Alsof het nog niet genoeg was, ook alle stadsklokken gingen beieren!. In april kwamen nogal wat loslopende manschappen van allerlei regimenten de stad binnen. Veel soldaten waren door de Fransen gevangen genomen in de wijde omgeving van de stad, en degenen die niet gepakt waren trokken terug op Maastricht. Op zeven april trokken Oostenrijke en Beierse regimenten naar de St.Pietersberg om daar stellingen in te nemen. Op acht april trok het Oostenrijkse leger zich terug achter de Maas en situeerde zich vervolgens bij de Geul. Een dag later kwam er een groot konvooi van vierhonderd karren met levensmiddelen en buskruit de stad binnen.

Op elf april deden de Fransen een aanval op de stad, en werden de watermolens buiten de Tongersepoort in brand gestoken. Op 12 april kwam een spion voor de Fransen door ophanging aan zijn einde. Twee dagen later werden de kapel en het pastoorshuis te Sint Pieter afgebroken, dit uit militaire overwegingen. Op 16 april lagen de Fransen in de loopgraven. Op deze dag ging een delegatie de stad uit om met de Fransen te praten over veiligheidsgaranties voor de burgers in zake een inname van de stad. Een dag later deed de graaf van Aremberg met 1350 man een uitval richting de Fransen. Men begon ook met het uitdelen van mondvoorraad aan het garnizoen en het Jesuïtenklooster werd tot hospitaal gemaakt. Op 20 april kapten enkele moedige vrijwilligers de touwen door van een paar schepen. Deze dreven af en en beschadigden de Franse schipbrug bij Smeermaas.  Op 21 april begonnen de Fransen met hevige beschietingen.

Het stadsbestuur trok zich van het stadhuis, het werd daar te gevaarlijk, terug naar het gouvernement. Een soldaat slaagde erin om op 24 april een bom te werpen in de kruitkelder van de Fransen bij het bastion Orleans, met als gevolg dat het in de lucht vloog. Op 28 april werd er weer een grote uitval gedaan. Dit maal vanuit Wijck, waar  600 man grenadiers, 100 ruiters, 50 huzaren en tientallen vrijwilligers de Fransen uit de loopgraven bij de Wijckerpoort verdreven. Op 30 april werd er door de vechtende partijen, de geallieerden en de Fransen,  een wapenstilstand getekend te Aken, waar Maastricht helaas niet onder viel. Op een mei verzochten de Fransen om een wapenstilstand van een uur. Die werd toegestaan tussen vijf en zes uur in de namiddag. Een dag later werden vele burgers zonder onderscheid van sekse gedwongen in de Biessen boomgaard een retranchement ( vestingwerk, verschansing)  te maken. In stilte vonden er echter weer onderhandelingen plaats. Majoor-Generaal Grame vertrok naar Breda om daar de orders van de Prins van Oranje te vernemen. Op zes mei werd in de stad de chamade op de trommels geslagen en werd ook de witte vlag uitgestoken ten teken van overgave. Twee dagen later kwamen er Franse krijgscommissarissen de stad binnen om alles te inventariseren op krijgsgebied. Op 10 mei mocht het garnizoen met alle eer en slaande trommen en vliegende vaandels en een handvol oorlogstuig de  stad uittrekken. Om twaalf uur die dag kwamen de Franse opperbevelhebbers al de stad in. Alle klokken luidden en het kanon werd weer afgeschoten. De nieuwe gouverneur heette Löwendal.

Met de Fransen kwam ook weer de katholieke variant van het christendom stevig in beeld. Het gedeeltelijke juk van de gereformeerden kon nu “aangevallen” worden. Op 12 mei 1748 gingen een paar Franse soldaten met een een aantal ingezetenen van de stad de St.Janskerk (gereformeerde kerk) binnen. Daar gaven ze zich over aan allerlei baldadigheden en obsceniteiten. De gealarmeerde commandant van de wacht was spoedig ter plaatse en arresteerde met zijn mannen de soldaten. De burgers werden naar het oud Stadhuis afgevoerd, dat als gevangenis diende. Ook in mei waren de Fransen druk in de weer met versterkingen te maken. Ze maakten wel dertig redoutes (verschansingen) langs de Maas, vanaf de Hocht, langs Pietersheim, Lanaken tot voorbij Eigenbilzen, waarbij ook grachten en palisaden werden aangebracht. Op 17 mei gingen er weer twee Franse officieren in de fout. Nu gebeurde dit in de gerefomeerde St. Mathijskerk. Kennelijk moeten er revanche gedachten t.o.v. de protestantse godsdienst aan ten grondslag gelegen hebben. Ze werden later opgepakt als straf voor hun onbeschaamdheden. Op vijf juni was er een groot ziekentransport. Honderdachtendertig zieken en gewonden werden vanuit het Hollands hospitaal in twee schepen over de Maas naar Roermond, Venlo en den Bosch gevaren. Op 11 juni werd het lijk van de twee jaar geleden vanwege landverraad opgehangen Simon Aldenhoven naar een order van de Franse gouverneur Löwendal in de Boogaardenkerk begraven. Op 29 mei kwam milord Sandwich (!), de Engelse ambassadeur, met een escorte van 150 Franse ruiters in Maastricht aan. Die Franse begeleiding kon nu weer, de vijand van weleer kreeg hulp, het was nu vrede. Hij kwam vanuit Aken en was op weg naar het geallieerde leger.

De Fransen waren niet zo losjes als de mensen dachten. Op 11 juli van dit jaar metselden ze zowaar een deur van een huis te Wijck dicht. De reden, er zouden verboden spelletjes worden gespeeld. Was dit de eerst illegale speelhal, of hadden ondernemende Maastrichtse schonen er hun business gestart. We weten het niet! De poenige Stokstraat van nu, was vroeger om andere reden een gerenommeerde plek. Zo ook in 1748. Er gebeurde in de nacht van 26 juli een bizar voorval. Een soldaat uit Normandië bracht daar de nacht door met een publieke Maastrichtse schone. Helaas werd het het bouwvallige pandje hem noodlottig. Een losgeraakte balk verpletterde hem en beëindigde het liefdevolle samenzijn. Dat was nog eens pech, misschien hadden ze te veel lawaai gemaakt!! Er waren ook de nodige drama’s in de hogere kringen. De vrouw van een acteur beroofde zich op 27 juli van het leven. Ze was jaloers omdat haar eega klaarblijkelijk een relatie met een ander had. Dat Maastrichtenaren niet zo gehoorzaam waren, moge blijken uit het feit dat de Franse overheid op 9 augustus Huis de Swaan op de Boschstraat dichtmetselde vanwege het toestaan van verboden kansspelen. Een dag later werd de Luikse burgemeester twee dagen opgesloten in de St.Pieterspoort. Wat de man gedaan had is niet duidelijk. Op 13 augustus vond er een merkwardig dodelijk incident plaats. Een jonge Franse soldaat uit het regiment van Normandië werd buiten de Tongersepoort bij de St.Servaas fontein doodgestoken door de secretaris van de provoost van het St.Servaas kapittel*. Eind augustus was er een bende gauwdieven in Luik aan het werk, Ze plunderden het lokale handelskantoor. In opdracht van de Franse overheid werd op 29 augustus oud-burgemeester van Brienen tot kanunnik van de St.Servaas geïnstalleerd. Eindelijk werd op 18 september de vrede getekenend in Aken tussen de Fransen en de geallieerde mogendheden, en wel in het hotel waar de Hollandse ambassadeur verbleef. Op 25 september vertrok de Franse gouverneur Löwendal naar Frankrijk, en pas op 13 november arriveerde de nieuwe Hollandse gouverneur. Meneer had geen haast. Op 11 december namen de Oostenrijkse troepen weer bezit van het hertogdom van limburg. En zo bleef de politieke caroussel draaien. De burger telde niet, maar moest wel het gelag betalen.

Direct nadat de Fransen in 1748 Maastricht veroverd hadden, ontpopte de gouverneur van de stad zich tot een kunstminnend persoon. Hij gaf vrijwel direct na de inname opdracht om de manege in de Jekerstraat te verbouwen tot theater. Er was overigens al een Frans toneelgezelschap in het kielzog van de grote baas de stad binnen gekomen. Löwendal was niet voor een gat te vangen, en had het leuke idee om de medewerkers van het gezelschap bij gewone burgers in te kwartieren. Dat beviel de Masstrichtenaren maar weinig, en ze gaven dan ook luid blijk van hun ontevredenheid over zoveel afgedwongen Franse gastvrijheid. Het stadsbetsuur besloot toen om de kosten hiervoor aan de burgers te vergoeden. De acteurs en actrices waren wel energiek, want ze gaven liefst vier voorstellingen per week. Veel schijnt het niet te hebben voorgesteld. De in verzen opgevoerde tragedies van Voltaire en Corneille schenen niet zo erg te boeien. De toeschouwers kletsten er duchtig op los, en het scheen de heren officieren die de voorstellingen bezochten niet uit te maken dat ze de acteurs op het toneel hinderden. De opera’s waren overigens meer in trek. Dat kwam met name door de bevallige danseresjes die op het podium ronddartelden en wier rondingen respect afdwongen. De bezoekende heren officieren kwamen uit de verre omtrek, zelfs uit Gulpen en Vaals. Op een bepaalde avond werden er wel 700 geparkeerde paarden geteld op het Vrijthof die allen een oppasser nodig hadden. Het zal wel een vruchtbare ondergrond geworden zijn! Het Duitse garnizoensregiment vond ook dat ze recht hadden op eigen amusement. Voor hun werd er een Duits gezelschap uit het naburige Aken gehaald. Het lokaal “In de drie rozen” aan de Markt was uitgekozen als plek om de gasten te laten optreden. Ze maakten het nogal bont, en betaalden hun rekeningen niet. Ze probeerden er uiteindelijk als een dief in de nacht tussen uit te knijpen, om zo hun schulden te laten voor wat ze waren. Een paar mensen die geld van hun te goed hadden, hadden daarvan gehoord, en ze waarschuwden de wachters. Die arresteerden de gehaaste Duitsers bij de St.Pieterspoort. Hun leider werd in het oud-stadhuis opgesloten als een soort gijzelaar, totdat hun schulden vereffend waren.

Naor Bove

eine terök