Mestreech in 't Nuits

 

(Maastricht in het Nieuws)

Maastricht in het nieuws, 1728 - 1735

Op 30 maart 1728 werd een soldaat uit het het Belgische Keppel aan justitie in Tongeren overhandigd. Men was er achter gekomen dat hij voordat hij in dienst getreden was, aldaar een misdrijf had begaan. Een week later werd dragonder van der Duin, die men ervan verdacht sodomie met zijn paard begaan te hebben, (“gezondigd met zijn peerd”) uit de stad en Staats gebied verbannen. Hij was overigens al in september 1727 opgepakt. Deze soldaat had zeker geluk gehad, normaliter overleefde je dergelijke vergrijpen in die tijd niet. Op 10 juni kwam en deel van het regiment Starrenberg uit Luttenborg naar Maastricht om er een uit hun gelederen gedeserteerde soldaat op te halen. Ook toen reikte de arm van de wet gelukkig soms ver, alhoewel ik in dit geval de arme soldaat wel zou kunnen begrijpen. Erin geluisd, vaak geen soldij en een vreselijke verzorging maakten een mens wanhopig! Op 15 november trokken 150 man garnizoen de stad uit om een bezoek te brengen aan de graaf te Reckheim (Rekem). Hij had eigenhandig borden opgehangen betreffende de tol, en dat zinde het stadsbestuur niet. De soldaten kwamen de volgende dag terug in de stad, met schilden, palen en al! Een jaar later, in november 1728 kwam er een Frans commando, zowaar uit Lorraine (Lotharingen), om een van haar deserteurs op te halen, die dienst had genomen in het regiment van Dibbets. Op 11 september was er weer een soldaat de klos. Een zekere Jassoy van het regiment der carabiniers werd ervan beschuldigd te zijn gedeserteerd. De volgende maand kwam de Prins van Oranje wel erg dichtbij. Hij belandde in Nederkanne, en vertrok enkele dagen later weer naar Leeuwarden. Op 4 februari 1731 was er een hevige brand ontstaan in het paleis van de Oostenrijke aartshertogin in Brussel. Een achttal mensen kwamen om, en de schade liep in de miljoenen. Twee dagen later was dit al bekend in Maastricht. In juni kwamen de cavalarie soldaten van het regiment van Nassau in Maastricht aan. De geforceerde mars had tot resultaat dat veel paarden het niet overleefden. Op vijf september ontstond er brand in het huis van Randonville op het Vrijthof, gelegen tegenover de St.Jacobskerk. Ook in 1731 werd de Franse kerk, voorheen de Sint Hilariuskapel geheel afgebroken en weer opnieuw opgebouwd.

Eind augustus 1732 trokken verschillende regimenten van het stadsgarnizoen naar het kampement te Oosterhout bij Breda. Het betrof de regimenten van Wassenaar, Benthem, Nassau, de Gardes, en het regiment van Leeuwe. Ze keerden op zeven en negen oktober weer terug naar de stad. Een burger van Wijck, de brouwer Willigers, werd op ongelukkige wijze geraakt door een kogel bij een ruzie tussen een ruiter van het regiment Schack met een andere ruiter, en liet het leven daarbij. Vlak voor kerst 1732 werden twee soldaten uit het garnizoen de stad binnen gebracht. Het ging om een luitenant en een sergeant die in Gulpen getracht hadden garnizoenssoldaten te werven voor een andere mogendheid. Hun wachtte de doodstraf. Het vonnis werd voltrokken op 21 januari 1733. De luitenant Wolfsleger van het Pruisisch regiment van Kleits en een zekere Dalwigh van het Akens regiment werden buiten de St.Pieterspoort doodgeschoten. Op 13 april kwam er een Frans commando uit Givet te St.Pieter aan. Ze kwamen er twee deserteurs ophalen, die de volgende dag dan ook door de Gardesoldaten aan hun werden uitgeleverd. Op 15 juni sprong er een kruitmolen in de lucht, echter zonder erg. De Fransen hadden iets met Maastricht, want op 19 juli waren ze er weer. Nu ging het om drie deserteurs die ze te St.Pieter kwamen ophalen. Op zes december werd er voor het eerst in de nieuwe Franse kerk gepreekt.

Op 23 maart 1734 kon men vanaf de Maasbrug de zware brand te Luik zien. Daar had het Paleis vlam gevat, en verder gingen nog het gevangenenhuis en de parochiekerk in vlammen op. Dat de straffen wreed waren blijkt weer uit het volgende. Joseph Hela was wachtmeester in het dragonderregiment van Matta. Hij had de luitenant Hoies van hetzelfde regiment geslagen. Zijn straf luidde: doodschieten. Op 27 maart werden er weer buiten de Wijkerpoort drie deserteurs opgehaald. Een weekje later onderging een zekere Lamotte, een voormalig dragonder, de doodstraf door ophanging voor het stadhuis. Zijn misdaad: inbraak. Op 17 mei 1735 vergaderde de krijgsraad over een wel zeer bijzondere zaak. Een zekere kapitein Van Der Haar uit het regiment van Marvillars had schriftelijk 10.000 gulden Hollands beloofd aan luitenant Houto van de Garde troepen als hij erin slaagde tem trouwen met een bepaalde dame. Dat gebeurde ook, en daarna moest de krijgsraad er aan te pas komen om de kapitein tot betaling te dwingen. Of de kapitien nu een soort weddenschap had met de luitenant, is niet duidelijk. In elk geval was het een dom en duur akkefietje voor hem. Een andere soldaat uit het regiment van Marvillars kwam in juli in grote problemen. Hij had uit het zomerhuisje in de tuin van advocaat Essers een zilveren snuifdoos gestolen. Lang kon hij er niet uit snuiven. Het kostte de soldaat uiteindelijk zijn nek! Hij werd opgehangen. Eind van het jaar werden de oude Brusselse,Tongerse, en St.Pieterspoorten afgebroken.
* de regimenten kregen vaak de naam van degene die het regiment leidde

Naor Bove

Bron: J.Visser - Jo Vromen via zijn blog Helletocht naar de Grotten, Tekening Dragonder Geheugen van Nederland, Tekening St.Pieterspoort Wikipedia, Tekening Wijkerpoort A.Schaepkens.

eine terök