Franse op St.Pieter

in de 17e eeuw

(Fransen op St.Pieter in de jaren 70 van de 17e eeuw)

 

Onderstaand verhaal is geschreven en met toestemming geplaatst door J. Visser (alias voor Jo Vromen), is de auteur van het Limburgse jeugdboek “Helletocht naar de Grotten”. Van beroep lang docent Engels en directielid aan Mavo/Havo/Vwo scholen te Maastricht. Fervent sporter en geboeid door de lokale Limburgse geschiedenis. Voor meer verhalen bezoek zijn blog Limburg Geschiedenisblog

Fransen op St.Pieter in de jaren 70 van de 17e eeuw!

Het dorpje St.Pieter had altijd de nadelige gevolgen te dragen van elke belegering die Maastricht doormaakte. Was Maastricht in vroeger tijden door zijn strategische ligging populair genoeg om bezit te zijn vreemde mogendheden. Door de onmiddellijke nabijheid van het dorp bij de stad, was het een makkelijke prooi van de belegeraars, maar ook de verdedigers van de stad wisten hoe belangrijk St.Pieter voor hun was. Ook zij vernietigden het dorp meerdere keren om de vijand elk oorlogsvoordeel te ontnemen. Het dorp, in bezit van de Prins-Bisschop van Luik, had de grootste moeite om zich steeds opnieuw te herpakken na alle destructies. De Spanjaarden vernielden het al in 1579, de Fransen waren van 1672-1679 in de omgeving en in de 18e eeuw waren onze stokbrood etende compatriotten weer herhaalde malen van de partij om er ongezellig hard huis te houden. De megalomane Lodewijk XIV zag met pijn in de ogen hoe de Republiek zich herstelde van de lange strijd met Spanje. Daarbij kwam dat hij in zijn politieke eerzucht door de Hollanders gedwarsboomd werd. De oorlog brak dan ook uit tussen beide naties, en de Republiek kon helaas maar een bescheiden krijgsmacht op de been brengen.

Toch wisten ze het de Fransen knap lastig te maken. De grote baas zelf trok op 17 mei tussen Eijsden en Vise aan het hoofd van zijn troepen de Maas over, evenwel pas nadat er  een schipbrug aangelegd was. Hij trok eerst, zoals elke “toerist” betaamt, naar Valkenburg en nam het stadje al snel in. De slimmerd liet op aanraden van zijn adviseurs een legermacht van 20.000 man bij Maastricht achter. Zijn aanvoerder Conde trok de rechter Maasoever over en daarna spoedde het Franse leger zich langs beide zijden van de rivier naar Holland. De stad Maastricht wist al langer van de Franse veroveringszucht en had zich al sinds 1670 voorbereid op een belegering. Dat deden de inwoners van St.Pieter ook. Ze wilden de Franse roofdieren voor zijn, en brachten allerlei kostbare zaken in veiligheid. In februari 1675 vertelde burgemeester Godding zijn medebestuurders dat het papieren archief al eerder naar een veilige plek gebracht was, waarschijnlijk naar de stad Luik. Ook zonder alle benodigde documentatie kon de opperman zijn functie als uitoefenaar van het recht blijven vervullen.

Godding geeft in zijn geschriften uit de jaren 1672-1676 helder aan welke ellende het dorp van beide kanten heeft beleefd. Elf en twaalf mei 1672 waren verschrikkelijke dagen voor de dorpsbewoners. De Staten van Holland hadden opdracht gegeven het dorp te vernielen. Dat gebeurde grondig! Vele huizen, de kerk, en de pastorie werden of afgebroken of in brand gestoken. Zo ook de windmolen naast de kerk, de grote hof naast het kerkhof. Eigenaar Jan Butten had deze boerderij voor 6000 gulden gekocht, een groot bedrag in die tijd. Ook het huis van de latere burgemeester Peter Swennen werd diverse keren in de fik gezet, maar alleen het panhuis erbij brandde af. Slechts de huizen van de bestuurders Godding, Duyckars, van Gangelt, en van inwoners Jan Matthys, Thoen Loverix, en het langs de Maas liggende pand van Jovis Hendrick bleven gespaard.

Pas op zes juni 1673 werd Maastricht omsingeld onder generaal Montal. Op elf juni kwam Lodewijk zelf aan bij de stad. De beschietingen begonnen vijf dagen later. Vier dagen later capituleerde Maastricht om zes uur in de ochtend. De Fransen wisten echter alleen de vestingen Grave en Maastricht te behouden, en moesten in de eerste maanden van 1674 ons land verlaten. Dat betekende echter niet dat het met de oorlog was afgelopen!

 

De Fransen op St.Pieter tijdens de belegeringen van Maastricht 1672-1679 deel twee

In juli 1676 deed stadhouder Willem III een verwoedde poging om Maastricht op de Franse bezetters te heroveren. Dat was nodig ook, want vanuit hun uitvalsbasis maakten deze het omliggende platteland onveilig en eisten van de bevolking hoge bijdragen en allerlei diensten. Op zes juli sloeg hij met een grote legermacht van 25.000 man het beleg voor de stad. De Franse commandant d’Estrades was niet in de stad aanwezig , hij hield zich veel bezig met diplomatieke zaken. Hij werd dan ook vervangen door de Spanjaard Calvo, die in Franse dienst zijn brood verdiende. De Spanjaard wist met zijn relatief kleine garnizoen de stad zo te verdedigen dat Willem de moed in de schoenen zakte, Korte tijd later doken er  gealarmeerde Franse troepen op, zodat Willem snel terug moest trekken naar het noorden. Zo bleef de stad tot 1678, en wel tot na het sluiten van de Vrede van Nijmegen, in handen van onze Franse “vrienden”. Zoals we zagen hadden de inwoners van de heerlijkheid St.Pieter zowel van de Fransen als van de kant van de Staatsen veel te lijden.

In 1674 publiceerde het bestuur van de vrijheid een plakkaat waarin stond dat het aan ieder verboden was om meubels en andere zaken van soldaten uit het garnizoen te kopen op straffe van een boete van vijf gulden voor “d’erst reyse”, de eerste keer, en ging men in tweede keer in de fout, dan moest men voor de officier van justitie verschijnen. Op 13 maart 1675 is er een buitengewone vergadering van de gemeenteraad van het dorp. Men heeft Vaes Pannen, de pachter van hoeve Lichtenborch laten komen, evenals Herman Daenen de rentmeester van de baron van Schaesberg, de eigenaar van de Lichtenborch. De bedoeling is om de ruïne Lichtenborch aan een inspectie te onderwerpen. Dat valt tegen. Er is zover het het dak aangaat, niet een plek meer van acht voet in het vierkant die nog in orde is. Het is zo beschadigd door de oorlogvoerende partijen dat er geen droge plekken meer zijn voor iemand die er zou willen verblijven.

Op twee juli verschijnt Vaes Pannen weer eens voor de burgemeesters. Hij vraagt om een visitatie van de tuinen en landerijen bij Lichtenborch, en wel door leden van het tuinambacht uit de stad en twee burgemeesters. Zij kunnen dan met eigen ogen aanschouwen hoe het Franse leger oogst gestolen heeft, de landerijen vernield heft door er de troepen op te legeren en er met hun kanonnen en wagens over heen te rijden. De betrokken partijen gaan ter plekke hun inspectie verrichten en ook de rentmeester van de eigenaar, Baron de Schaesberg, is present. Na de visitatie concluderen de mannen dat er nauwelijks nog iets van waarde op de akkers te vinden is, alles is geplunderd of vertrapt. Op 19 december 1675 meldt zich een zekere Thiri Bettonville. Hij verlangt van de magistraat  een document waarin de vernielingen aan zijn landerijen worden beschreven in de afgelopen vier jaar. Het wordt allemaal netjes opgeschreven. In 1672 hielden de Spanjaarden in dienst van de Prins van Oranje er hevig huis, evenals het Maastrichtse garnizoen. Daarna kwam in augustus de Franse generaal Vauxbrun, die er nog een schepje boven op deed, en alles wat lost en vast zat roofde. In 1674 en 1675 waren het de prins de Conde, en  het leger van generaal Roy die ervoor zorgen dat er geen vruchten op het veld of fruit aan de bomen meer overbleef voor de bezitter.

Op zes juli 1676 werd Maastricht omsingeld door het leger van de Prins van Oranje  en zijn bondgenoten. Op twaalf juli lieten de Fransen en hun ingenieurs de nog overgebleven panden op St.Pieter afbreken. Zo gingen de huizen van Willem van der Biessen, Lenert ‘t Heus, Jan ‘t Heus, Maieken Pouwen, Coen Pouwen, de weduwe Jan Janssen, het mooie nieuwe huis van Willem Hamelers, huis de Croen van Jan Buscus, Jan Parthouns, Anthoen Loveriex, Jan Perboms, Hendrick Hoffnagels en Hermen van de Wyer voor de bijl. Op de 22ste juli begonnen de Hollanders met hun beschietingen op Maastricht vanaf Hoog-Frankrijk. Vanaf zeven augustus werd St.Pieter hun doel, en werd er op alle huizen geschoten. Drie weken later werd de stad echter door het Franse leger ontzet. Een paar dagen later kwam het bevel van de Franse gouverneur Calvo om alles wat nog rechtstond op St.Pieter alsnog omver te werpen.

 

De Fransen op St.Pieter in de jaren 1672-1679 tijdens de belegeringen van Maastricht deel drie

Eind december 1676 togen de de beide burgemeesters Jan Knoren en Laurens Gorrin met de schepenen Peter Swennen, Maximiliaan van Gangelt, Art Blanckers, Reiner Cauwen, en secretaris Thiri Godding, naar Maastricht. Ze gingen naar het huis van notaris Jac à Cruce om daar een akte op te laten maken. Ze waren daartoe genoodzaakt, omdat ze het geld niet hadden om twee inwoners van de gemeente die gevangen zaten te Hasselt vanwege smokkel van levensmiddelen, vrij te kopen. Ze leenden daar 1600 gulden Brabantse koers van Sara de Bellemonte, de weduwe van Jan Baerbox, tegen de gangbare rente van “den penning sesthien”. De akte passeerde definitief op 18 januari 1677 te Maastricht. Op 31 mei gaf gouverneur Casto opdracht alle huizen op St.Pieter af te breken. Secretaris Godding bericht daarover dat dit wel met 2000 soldaten gebeurde, hetgeen heel veel lijkt, maar we kunnen het niet meer controleren. Op 18 augustus 1678 werd het erg druk op de St.Pietersberg met 4000 paarden en hun ruiters onder het commando van Monsieur de Courtbonne.

De berg was strategisch gezien een uitkijkpost van jewelste. Ga nu maar eens bij Chalet Bergrust zitten, en denk dan alle tussenliggende bebouwing weg tot aan de Helpoort! Met hun kijkers konden de Fransen nog een kip bij de stadsmuren zien. De Fransen moesten natuurlijk eten en roofden aldus alle rogge van het veld voor hun mobiele warme bakkerij. Ze bleven er tot de dertiende oktober, met als gevolg een kale en vertrapte berg. Daarnaast stalen ze nog het fruit uit de tuinen van particulieren en drongen ze ook hun huizen binnen op zoek naar mondvoorraad. Dit was een grote schadepost voor de boeren en de gewone mensen, die naderhand weer om schadevergoeding zouden vragen. Op 28 oktober 1679 maakte de gemeenteraad van het dorp nog eens een inventaris op van de geleden schade aan de landerijen. Dat liep van 1672 toen Vaubrun er was met zijn troepen tot 1678. Zo moesten de Fransen in 1675 Limbricht opgeven, waarna ze zich terugtrokken op de berg, met alle gevolgen vandien. Ook in 1676 en 1677 werden de velden leeggeroofd door het stadsgarnizoen. In 1678 was het de grote legermacht onder aanvoering van Cleuville die de berg in bezit nam en de omliggende akkers leegvrat en vernielde.

Het waren bittere tijden voor een bijzonder kwetsbaar dorp. Het is duidelijk dat de verloren oogsten tot heel wat ellende en honger moeten hebben geleid. Triest, en nog steeds voeren onze verdwaalde leiders oorlog na oorlog. Er is nog niets veranderd!!!

Naor Bove

 Bron: Limburg Geschiedenisblog, prent Franse tussen de Brusselse en de Tongersepoortpoort Wikipedia, prent Willem III voor Maastricht 1676 Wikipedia, prent Kasteel Lichtenborg J. de Grave ca 1670 Wikipedia, prent Vauban Wikipedia

Aonvaank