Mevr. Tiny Bolk

(Café D'n Dolhaart)

 

Mevr. Bolk van café D'n Dolhaart op St.Pieter, vroeger ben ik vaker gaan voetballen op het voetbalveld van Celios, het terrein lag onder aan de veldweg langs het café. We zijn er nog vaker weggestuurd (waarschijnlijk door dhr. Bolk), later ben ik vaker als bezoeker in het café geweest. Altijd vriendelijk en een goed verzorgd glas bier. Met recht voor sommige van ons een 'bekende Maastrichtenaar'.

'Niet denken aan stoppen’ 

Je zou het haar niet geven. Maar Tiny Bolk, uitbaatster van het Maastrichtse café D’n Dolhaart aan de Mergelweg op St.Pieter, is met haar negentig jaar de oudste kastelein van Nederland.

Ze weet het zeker: “ de mensen houden me jong.”  Reden ook dat ze de café D’n Dolhaart, langs de weg naar Kanne, aan het uiterste randje van Maastricht, nog altijd zes dagen per week open houdt. Vakantie?  Tiny Bolk denkt er niet aan. “ Ik zou me eenzaam voelen.”  Je zou het de goedlachse kastelein niet geven. Maar vandaag (08-08-2016) viert ze toch echt haar negentigste verjaardag. Naar eigen weten is de Maastrichtse daarmee de oudste kastelein van Nederland. Ze doet er zelf bescheiden over; maar het is bewonderenswaardig dat ze nog altijd alles zelf doet. Het grote schoonmaakwerk, het versjouwen van bierfusten. Fysiek, maar ook mentaal geeft de kroegbazin de meeste van haar generatiegenoten het nakijken. Er is geen computer of kassa in het café te bespeuren. Ze onthoudt precies wat de gasten verbruikt hebben en berekent de balans nog ouderwets op de achterkant van een bierviltje. “ ik ben geen kwezel. Maar ik dank Onze Lieve Heer iedere dag dat ik dit nog kan en mag doen.”

Gezelschap:

Dagelijks bezig blijven, houdt haar fit. “ Ik zie wel eens vijftigers die zich al laten hangen. Dan denk ik: kom op jongens, een beetje pit erin.”  Er is geen dag geweest dat ze niet met plezier de deuren opende. “ Ik heb altijd goed gezelschap. Iemand met een lang gezicht loopt immers geen kroeg binnen. Ze weet ook dat de stamgasten een oogje in het zeil houden. “ Ik heb mijn eigen bodyguards.” Op haar twaalfde zette Bolk haar eerste schreden in het café, dat in 1930 gesticht was door haar ouders in een zijvertrek van de ouderlijke boerderij. “ ik hielp iedere dag mee. Totdat ze moppen begonnen te vertellen. Dan zei mijn moeder altijd: "Meisje, ga jij maar even naar achter".  

Vuist:

De oudste van zeven kinderen had de horeca in het bloed. Want hoewel Bolk na haar huwelijk, met een man die ze in het café had leren kennen, verkaste naar Brunssum, keerde ze uiteindelijk toch terug naar D’n Dolhaart. “ In 1967 raakte mijn man zijn baan kwijt. Toen moest ik het heft in handen nemen.”  Het was precies op dat moment dat haar ouders de zaak wilde verkopen. Ik zei: "We gaan naar St.Pieter".  Mijn man had daar helemaal geen zin in, maar toen heb ik eens goed met de vuist op tafel geslagen. De jarige lacht trots. Uiteindelijk heeft hij er geen moment spijt van gehad."Het was hard werken". We runden het café, maar ook de boerderij. We hadden hier allerlei dieren rondlopen. En ik heb ook een gezin groot gebracht. Achteraf vraag ik me wel eens af hoe ik het allemaal voor elkaar heb gekregen.”

De dieren zijn verdwenen. Hoewel: nadat in de loop der jaren de voetbalclubs kwamen en gingen, verhuurt Bolk de velden aan de hondenclub (BHM). Haar man overleed ruim twintig jaar geleden. ” Ik moest alleen door: Maar het werk in het café, dat deed me juist goed.” Bolk denkt niet aan stoppen. Zelfs niet aan minderen. Maar mocht het ooit zover komen, dan staat er een nieuwe generatie klaar: “ mijn kleinzoon van 23 zou de zaak wel over willen nemen.”

Bron: Dagblad De Limburger 08-08-2016 door Jeroen Geerts, foto website Café D'n Dolhaart, Mevr. Bolk Laurens Bouvrie in Maastricht Gezien.

Naor Bove

eine terök