Wenmaekers - Orban & Fils -

Grim - Benoit-Lafleur

 

Bonhomme en Co. verkeerde niet in juichstemming. Tandenknarsend hadden ze moeten toezien hoe hun monopolie op de stoomvaart tussen Maastricht en Luik werd ondergraven door de firma J.M. Orban et Fils, ijzergieters uit Grivegnée, die in april 1841 een eerste schroefstoomboot afleverden en prompt een eigen lijndienst op Maastricht openden. In november van het volgend jaar had Orban al vier stoomboten in de vaart, drie passagiersschepen (de ‘L’Avenir’, de ‘L’Espoir’ en de ‘Michel Orban’) en een vrachtschip (‘Le Progres’). Bonhomme en Co. lieten zich evenwel niet uit het veld slaan. Op 22 mei 1844 openden zij een tweede lijndienst met stoomboten op Venlo. Was de stoomvaart op de Maas in aanvang een hachelijke onderneming gebleken, die op de kanalen bood meteen weer perspectieven. In 1848 kreeg de Luikse baron Ferdinand de Sélys de Fason toestemming van de Belgische regering – het tracé van het kanaal liepen grotendeels over Belgisch grondgebied – om met twee kleine schroefstoomboten een lijndienst te onderhouden tussen Maastricht en Den Bosch via de Zuid-Willemsvaart. De Nederlandse regering wenste de baron slechts doorvaart op het Nederlandse deel van het kanaal te verlenen, op voorwaarde dat Maastrichtse ondernemers toestemming kregen van de Belgische regering om het Belgische gedeelte van het kanaal te bevaren. Aldus geschiedde

De Maastrichtse beurtvaarder Mathijs Wenmaekers zag wel brood in de stoomvaart op Den Bosch en stelde zich in het bezit van een schroefboot, de ‘Noord Brabant’. Na enkele proefvaarten, bedoeld om het effect van de waterbeweging te testen op de kanaaloevers, konden Baron De Sélys en Wenmaekers op 16 december 1850 eindelijk uitvaren. De een vanuit Maastricht, de ander vanuit Den Bosch. Het was evenwel een andere Maastrichtse beurtvaarder die de primeur op de lijndienst Maastricht-Den Bosch voor zich opeiste. Op 1 november 1850 start Jongen een lijndienst met trekschuit op Den Bosch over de Zuid-Willemsvaart en anderhalve maand later, op 16 december 1850, starten Baron De Sélys de Fason en Wennmaekers een lijndienst over de Zuid-Willemsvaart naar Den Bosch met schroefstoomboten. Om te kunnen concurreren met Jongen zagen Sélys en Wenmaekers zich nog voor hun eerste afvaart gedwongen de prijzen voor hun diensten te verlagen.

Niet lang na de opening van het kanaal Luik-Maastricht traden enkele nieuwe beurtvaarders in het strijdperk. De Luikenaar P.Benoit-Lafleur, kreeg in 1855 de primeur in de stoomvaart op de nieuwe waterweg. De Maastrichtse Eugène Grim sloot zich bij hem aan en gezamenlijk startten zij een lijndienst tussen Maastricht en Luik. De Maasvaarders Bonhomme en Seydlitz, de ‘Société Liégeoise’ en de ‘Compagnie Orban’ , zagen de ontwikkeling met lede ogen aan. Benoit-Lafleur en Grim bleken in staat een veel strakkere dienstregeling aan te houden omdat zij geen hinder ondervonden van de nukken van de Maas. Orban nam de handschoen op en betrad het kanaal vanaf 1858 met de stomers ‘Henry Orban’ en ‘Leopold I’. Na de opening van de spoorlijn Luik-Maastricht in 1861, dreigde de beurtvaart tussen beide steden geheel te verlopen. De start van de bouw van een aantal sluizen in de buurt van Visé in 1863, vormde een grote bedreiging. Als gevolg van de werkzaamheden reikten de Nederlandse schepen nog slechts tot iets ten noorden van Visé. De Luikse Maasvaarders zagen zich ten zuiden van die stad gestuit. Voor de beurtvaarders op het Kanaal Luik-Maastricht waren de druiven nog zuurder. Zij zagen hun handel letterlijk opdrogen, de watertoevoer naar het kanaal werd geheel stilgelegd. Eind 1863 kregen de kanaalschippers toestemming gebruik te maken van de Maas. Benoit-Lafleur had inmiddels de handdoek in de ring gegooid. In 1861 verplaatste hij zijn onderneming naar Visé om van daaruit een lijndienst te starten op het kanaal naar Haccourt; zijn concessie voor de vaart op het kanaal Luik-Maastricht werd overgenomen door Bonhomme en Seydlitz, samen met de Luikenaar H. Adam. Vanaf 1865 voeren de Maastrichtse stoombootondernemers nog uitsluitend via het kanaal op Luik.

Nao Bove
 

Boot 'Michel Orbam' omgedoopt tot 'Marie' ca 1900 Boot 'Marie'  op kanaal Luik - Maastricht

Nao Bove

20-10-1858 Nederlandsche Staatscourant overschrijving vergunning van Wenmaekers naar P.Benoit Lafleur 01-01-1864 Nederlandsche Staatscourant overschrijving vergunning van P.Benoit Lafleur naar Bonhomme en Orban & Fils
Bron: Website Bonhomme, Wikipedia, Zicht op Maastricht, Theo Bakker, Biernet, Delpher Tijdschriften, Boek: Monumentengids Maastricht, Boogard & Minis, 2001, Maastrichts Silhouet nr.61 ‘Over de Maas’ uitgegeven door St.Historische Reeks Maastricht, Paul Arnold en Jac van den Boogard. Maastrichter Almanak 1855, Boekje Aart Bijl - De tijd van de stoombootdiensten.  Uitgave Aart Bijl, 148 blz. ISBN 9789080083158, artikel geschreven door Adri Gorissen.

 Aonvaank